In een straat met meerdere kroegen komt een massa volk, de eenzame kroeg verdwijnt

Kurt Van Eeghem

Vooral het Muntorkest verwacht zo’n ‘natuurlijke’ uitstroom, de jongeren bij het NOB kunnen zich best al wat omscholen naar de operapraktijk. Ook de voortreffelijke conservatoriumstudenten kijken beter uit naar emplooi over de grens, want deze samenvoeging maakt hun toekomst in eigen land onmogelijk.

“Het nieuwe orkest zal groot genoeg zijn om tegelijk verschillende opdrachten te kunnen uitvoeren”, zegt huidig intendant van het NOB Jozef De Witte. Hij maakt zich sterk dat men, bijvoorbeeld, nog steeds de kandidaten van de Elisabethwedstrijd zal kunnen begeleiden tijdens hun finaleweek om ondertussen met een barokformatie of een hedendaags ensemble in de Munt een opera te spelen.
Toch kunnen we er niet omheen, de oefening van de heer Blanchard is er gekomen omdat de beschikbare portefeuille steeds kleiner is. Te weinig om de toekomst van twee volwaardige symfonische ensembles te garanderen.

Dan is het een magere troost dat de Munt terug barokopera’s zal kunnen aanbieden, dat er een componist in residentie wordt aangetrokken, dat men via een orkestacademie jonge muzikanten speelkansen zal geven. Allemaal mooie schaamlapjes die de oefening van de minister wat opsmukken, maar ondertussen vooral de verschraling maskeren.

Een verschraling die nog maar eens bovenop alle eerdere saneringen in de sector ervoor zorgt dat ons land, alles samen, nog drie symfonische orkesten, twee opera-orkesten en dit nieuwe orkest met gemengde opdracht overhoudt. “Ja maar”, hoor ik overheden mopperen, “de belangstelling voor het grote klassieke repertoire gaat achteruit”, “we zetten de tering naar de nering” of ook “we kunnen meer doen met minder”. Maar wat was er eerst, de kip of het ei? In een straat met meerdere kroegen komt een massa volk, de eenzame kroeg verdwijnt.

Als we naar de ons omringende landen kijken, komt België, goed voor dik 11 miljoen inwoners, belabberd uit de vergelijking. Een stad als Berlijn, goed voor nauwelijks een derde van dat aantal inwoners, telt meer orkesten. De zalen zitten er propvol, het niveau is uitzonderlijk, de internationale uitstraling immens. De Berliner Philharmoniker, de Berliner Staatskapelle, het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en zo kan ik nog even doorgaan, om uiteindelijk bij de orkesten van de operahuizen terecht te komen, ze zorgen er samen voor dat de klassieke muziek hoog in aanzien staat en met ‘viel Erfolg’ leeft en blijft leven.

Het is treurig te moeten melden dat we in alles wat met kunst te maken heeft, en zeker wat de muziekpraktijk betreft, ondertussen het zieke, zwakke broertje van Europa zijn geworden. Voor wie nog wil saneren, het wordt zoetjesaan heel moeilijk, want waar niets meer is, kun je ook niets meer schrappen.

Tags

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: