I-N-D-R-U-K-W-E-K-K-E-N-D-E Arthur

Arthur, Henry Purcell, Klarafestival 2014, Konstantin Wolff, Claron McFadden

Nominatie Gouden Label – Uit het gesprek dat we met Hendrik Storme, artistiek directeur van het Klarafestival / Festival van Vlaanderen Brussel, hadden, konden we afleiden dat het concert van Henry Purcell zijn semi-opera King Arthur niet zomaar de opvoering van dat werk zou worden.

Nominatie Gouden Label – Uit het gesprek dat we met Hendrik Storme, artistiek directeur van het Klarafestival / Festival van Vlaanderen Brussel, hadden, konden we afleiden dat het concert van Henry Purcell zijn semi-opera King Arthur niet zomaar de opvoering van dat werk zou worden.

Het werd wel degelijk niet ‘zomaar’, het werd iets met een diepgang die alleen maar kan, als je ‘de Vlaamse Velden’ – beter gekend als ‘Flanders Fields’ en hun geschiedenis ter plaatse bent gaan proeven. Ja natuurlijk verwacht je de barokopera te horen, dat bekendere werk van de te jong overleden componist Purcell – net als Mozart werd hij met moeite 36 jaar – waar heel wat delen vlot in je geheugen vastgepind blijven, eens je ze hoorde.

Wie met de idee kwam heel het werk te horen en het programma niet grondig doornam, kon zich wat bekocht voelen. De meningen waren zeer verdeeld. De ene vond het niet kunnen, de andere ‘dit wel, dat niet’ en nog een andere kon het bravoroepen niet laten. En ja, ik begrijp de verschillende meningen (zeer) goed en kan geen van allen ongelijk geven bij de gefundeerde opmerkingen. Zelf bevind ik me in het kamp van diegenen die bravo riepen, al heb ik, ondanks de nominatie Gouden Label, ook mijn reserves. Niets is perfect natuurlijk.

Purcells King Arthur in het kort

Arthur, een werk met veel feest maar ook een vorm van heimwee en zoet verlangen, bezingt de overwinningen van koning Arthur. De natuur geniet mee van het feest en schenkt via druivenoogsten de nodige kruiken wijn. Er is veel plaats voor liefde. Tot daar in een notendop het losse verhaal rond die al eeuwen tot de fantasie sprekende legendarische koning Arthur.

De Arthur van ‘nu’

Het Arthurgebeuren van Purcell wordt als basis genomen om van de Engelse feestvelden de grauwe vernielde Vlaamse Velden te maken waar de bodem doordrongen is van lijken van ‘duizenden en duizenden soldaten’, van alle mogelijke en onmogelijke nationaliteiten. In plaats van een overwinning te vieren, wordt de gruwel van het leed dat oorlog veroorzaakt benadrukt en gaat men er van uit dat er in feite geen winnaars zijn, daar waar langs beide kanten bloed vloeit.

Het in hedendaagse context plaatsen van historische werken, werkt soms op de zenuwen omdat die omzetting jammer genoeg dikwijls de mist in gaat door gebrek aan inzicht, voeling, oppervlakkigheden en politiek gekleurde aspiraties. Daar komt dan soms nog een vleugje platvloersheid bij, aangedikt met overjaarse avant-garde. Je kent het wel…

Toch heeft dat rare gedoe van de laatste decennia dingen losgeweekt die geleid hebben tot een nieuwe vorm van muziektheater, die sterke overtuigende elementen kan hebben. Je hebt natuurlijk kunstzinnig getalenteerde mensen nodig, mensen die hun oprechte emoties in het podiumgebeuren verwerken en niet (alleen) intellectueel en/of shockerend willen zijn. Het zijn elementen die een ‘herplaatsen in de tijd’ van het verhaal, met het bewaren van de authenticiteit van de muziek, toch een krachtige uitstraling kunnen geven. Of het in deze Arthur gelukt is? Ik alvast zat letterlijk op de rand van mijn stoel in Flagey, gepakt door de teksten, de perfect uitgevoerde muziek, de subtiele decorelementen en het theatergebeuren. Wonderwel is men erin geslaagd de barokmuziek van Purcell te enten op de oneindig uitgestrekte doodse velden van WO I. Indrukwekkend.

© Felix Kindermann

Arthur en geen Arthur

Auteur Peter Verhelst schreef het libretto voor deze ‘cross over’ Arthur waar een selectie van de muziek uit King Athur werd uit gekozen. Dat die selectie groter had mogen zijn, zal ik zeker niet tegenspreken en dat de declamatie beperkter had gemogen, is ook een feit. En toch, als het de bedoeling was om, via muziek van Purcells Arthur, de overwinnaar, het slachtveld voor de slachtpartij en na de slachtpartij in beeld te brengen, dan is het opzet meer dan geslaagd en dan was de muziekkeuze heel afgewogen juist, net als het herhalend opsommen in de teksten.

Een vrouw ergens in het midden van Afrika, neemt afscheid van haar geliefde echtgenoot – meteen verwijst men haar het absurde dat zowel de Engelsen als Fransen vanuit hun kolonies vrachten vol menselijk slachtvee aanvoerden om aan gruizelementen geschoten te laten worden in de Vlaamse Velden – en een (gelegenheids)verpleegster, een plattelandsvrouw kan je wel zeggen, die met haar omgeving is vergroeid, herhaalt tot in den treure hoe de rijkdom in flora en fauna van het landschap was en wat het nu is: een maanlandschap…

Een jongen van een jaar of 12, in een Magere Hein pak gestoken, verzet lege laarzen van A naar B, van het Leven naar de Dood. Hiervoor loopt hij tussen rechtopstaande TL-lampen die de restanten van wat ooit bomen waren, verbeelden. Daar neemt de ‘blinde’ zwarte vrouw tussen plaats. Juist, verblind door de droefheid en het niet begrijpen van. De andere jongen, jaar of 14, zwaait vanop een geïmproviseerde uitkijktoren met de vlaggen van de ‘deelnemende’ landen die zo vrij zijn hun jonge mannen te offeren voor… Ja waarvoor in feite? Samen met de Afrikaanse vrouw en de verpleegster zijn ze de overlevende getuigen, getekend voor het leven, van de totale vernietiging dat een kraterlandschap achterlaat.

Met een soort nieuw instrumentarium dat sirenes weergeeft en een buizenspel, wordt tijdens het declameren van de sterke inhoud – jammer dat de tekst niet in het programmaboek stond – subtiel bespeeld en maakt de sfeer er alleen maar akeliger op. Je voelt je te midden van die doodse velden staan kijken naar het niets, tussen de kraters, de stammen van wat ooit bomen waren, de hoopjes steen die een hoeve, een kerk, een smidse of wat ook waren… Het doet ons nadenken en we begrijpen de slagzin van de ‘Frontsoldaten’ ineens veel beter: ‘Nooit Meer Oorlog’ of ‘Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op de oogst o, Vlaanderland’.

We moeten niet alleen de auteur dankbaar zijn, maar ook regisseur Paul Koek om dit opzet op deze wijze aan te pakken. Mij heeft het alvast absoluut aangesproken en tot stilte gedwongen, tot een vorm van nadenkend mediteren over de zin en de onzin der dingen.

Het muzikale en gesproken luik

Het gesproken luik neemt het leeuwendeel voor zich en dit toch wat ten nadele van de prachtige muziek van Purcell waar men de solisten – denken we even aan de Amerikaanse (zwarte) zangeres McFadden (sopraan) die toch (veel) meer zang voor haar rekening had moeten kunnen nemen. Zij declameerde in onberispelijk Nederlands haar uitgebreide tekstpartij die ze ook erg belevend acteerde in een sprekende mimiek. Van de zangers met meer solo onthouden we op de eerste plaats de zeer goede vertolking van Reinoud Van Mechelen – zijn tenor is uitgegroeid tot een heel mooi timbre dat een breed pallet aankan, draagkracht heeft en raakt. Als hij niet doorbreekt in het grote internationale circuit van (te weinig goede) tenoren, dan weet ik het ook niet meer.

Behoorlijk maar niet op zijn best was de Duitse bas Konstantin Wolff (was soms ietsje hees) en mooie kleurtjes, maar niet echt dragend, klonken bij Elizabeth Cragg, sopraan.

Overtuigend in alles waren het orkest en het koor. B’Rock moeten we niet meer voorstellen, zij weten wat ze doen. De Cappella Amsterdam schitterde in de volle koorpartijen maar ook in een zo aandoenlijk fluisterend gezang dat de angstwekkende leegte van het verlaten oorlogsveld benadrukte. De Griekse dirigent George Petrou legde met grote gevoeligheid en temperament, breed de armen zwaaiend, de vereiste muzikaliteit in de uitvoering.

Zowel de zwarte vrouw (McFadden) als de verpleegster (de Nederlandse actrice Yonina Spijker) brachten hun teksten intiem, zonder overdrijving. Zo deden ook de beide jongens het: Tyeppe Troost en Batuhan Eryigit (wat mij betreft zelfs de beste vertolker van de teksten). Een knap staaltje van jong acteertalent.

Deze Arthur was geen semi-opera, het was een muziektheaterstuk waar beroep werd gedaan op muziek van Purcell en waar het verhaal de inspiratie was naar een nieuw verhaal waarvan de teksten aansluiting vonden op deze van Purcells librettist John Dryden.

Mochten we dit als de opera King Arthur recenseren, dan zouden we een Nominatie Gouden Label niet overwegen omdat de zang te weinig aan bod kwam en omdat het verhaal uit zijn verband werd gerukt. Nu het in feite gaat om een nieuw theaterstuk, dat te leen is gegaan – en waarom zou dat niet mogen? – om een werk speciaal ter nagedachtenis van de Groote Oorlog (WO I) te creëren, stappen we mee in heel dit opzet en ja, dan menen we dat deze Nominatie Gouden Label verantwoord is.

Terzijde nog dit meegeven: het actuele van die oorlog van 100 jaar geleden kwam net deze dag in zijn gruwel opnieuw in het nieuws: 2 werknemers vonden de dood bij graafwerken, een derde werd levensbedreigend verwond door een zoveelste gevonden bom die 100 jaar na haar dropping – door wie? – ontplofte…

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: