Hoor wie speelt daar …

Roel Dieltiens: zijn behoedzaam strelen van de darmsnaren gaf de muziek iets breekbaars.

Hoor wie speelt daar kind’ren, hoor wie speelt daar kind’ren, hoor wie strijkt daar zachtjes over die snaar. Het waren cellist Roel Dieltiens en pianist Piet Kuijken die in AMUZ met lekkers strooiden. Het muzikaal snoepgoed kwam wel niet uit Spanje, maar uit de zak van ene Johannes Brahms.

Hoor wie speelt daar kind’ren, hoor wie speelt daar kind’ren, hoor wie strijkt daar zachtjes over die snaar. Het waren cellist Roel Dieltiens en pianist Piet Kuijken die in AMUZ met lekkers strooiden. Het muzikaal snoepgoed kwam wel niet uit Spanje, maar uit de zak van ene Johannes Brahms.

Brahms en de cello: het was een vruchtbaar huwelijk. Een concerto van zijn hand is er weliswaar niet, maar met het dubbelconcert en de talrijke, heerlijke melodieën in zowel zijn orkest- als kamermuziek – denken we bijvoorbeeld aan het Poco allegretto uit de derde symfonie, het derde deel (Andante) uit het tweede pianoconcerto of de openingsthema’s van het eerste pianotrio en strijksextet – laat Brahms het instrument allerminst in de kou staan. “Van jongs af aan had hij een voorliefde voor het lage klankregister, van waaruit hij zijn melodieën kon laten ontplooien”, bevestigt Kristof Boucquet in het programmaboekje.

En dan zijn er natuurlijk nog de beide cellosonates, onmiskenbaar de belangrijkste in hun soort uit de tweede helft van de 19de eeuw. Benadrukte Arnold Schönberg het vooruitstrevende karakter van diens composities in zijn essay Brahms der Fortschrittliche (1947), dan gaf de eerste cellosonate – met zijn old school menuet en een finale die op de leest van Bachs Die Kunst der Fuge is geschoeid – toch vooral munitie aan diegenen die Brahms als altmodisch opzijschoven. De fuga werd overigens pas in 1865, goed drie jaar na het voltooien van de eerste twee delen, aan het opus toegevoegd. Bijna een kwarteeuw later schreef Brahms zijn tweede cellosonate (1886). Ondertussen had de Hamburger vier symfonieën op zijn conto staan, en dat is er in dit massief opgevatte en viriele werk ook aan te horen.

Opvallende materiaalkeuzen

Het verschil met de aanhef van de eerste sonate (Allegro non troppo) is immens, en werd nog eens extra in de verf gezet door de bedachtzame aanpak van Roel Dieltiens. Zijn behoedzaam strelen van de darmsnaren gaf de sombere muziek iets breekbaars, maar bleek ook voldoende om een gedragen, warme klank te creëren. Viel er voor Dieltiens’ opvallende materiaalkeuze beslist veel te zeggen – de specifiek barokke invloeden in dit stuk lenen er zich ook toe – dan had deze een duidelijke keerzijde. Zo kreeg je als toehoorder het gevoel dat de cellist niet op volle (geluids)sterkte kon aantreden. Zijn terughoudendheid om echt diep in de snaren te gaan, bleek vooral in de robuuste finale (Allegro) problematisch. De helder gearticuleerde energie die Kuijken aan de toetsen ontwikkelde, kreeg niet altijd een even zuiver of krachtdadig wederwoord. In de contrapuntische strijd die zich ontwikkelde, en waarin de staccato’s snedig op elkaar werden afgevuurd, was het de cello die steevast in het defensief werd gedwongen. Gelukkig klonk het speelse samenspel in het Allegretto quasi menuetto, met zijn hemels smachtende en walsende middendeel, een stuk evenwichtiger. De authentieke weg die het duo hier bewandelde, is en blijft eerder uitzonderlijk. Het is ook zeker niet de minst risicovolle. Maar of deze daarom bij voorbaat het meest gedurfde resultaat oplevert?

Alvorens de tweede cellosonate aan te pakken, kregen Piet Kuijken en zijn originele Johann Baptist Streicher-piano (1868) – nota bene Brahms’ voorkeursbouwer – even het rijk voor zich alleen. Bestaat er een geschikter instrument om de welhaast impressionistische kleurenpracht van de drie Intermezzi (1892) te evoceren? Door de timbreverschillen tussen de verschillende registers van zijn klavier subtiel uit te spelen, overtuigde Kuijken het publiek alvast van niet. Elke noot kreeg daarbij evenveel zorg, en dus een verschillend gewicht. Vraag- en antwoordmotiefjes werden dynamisch geïntoneerd. De temponuances werden discreet in acht genomen. Magische verstilling (Andante moderato), geciseleerde lyriek (Andante non troppo) of een donker lamento (Andante con moto): deze introspectieve cyclus vraagt geen briljante pianistiek, maar doorvoelde concentratie en vele vleugjes poëzie. Kuijken presenteerde zich als leverancier van dienst. Hijzelf bleef knap bij de les en gaf een volgelopen Sint-Augustinuskerk zo de kans zich heel even in deze wonderschone muziek te verliezen. Waarvoor dank. 

Fraai explosief vaatje

Zonder een echte pauze in te lassen, werd meteen het laatste muzikale cadeau van deze namiddag uitgedeeld. Het maken van een goede balans bleek ook in de tweede cellosonate een doorlopend moeizame oefening: een euvel dat vanop de vijfde rij opnieuw met spijt werd vastgesteld, en door de toehoorders dieper in het schip allicht nog sterker werd waargenomen. Enkel in het expansieve Adagio affettuoso slaagde Dieltiens erin om met smaakvol geaccentueerd (geplukt) spel prominenter op het voorplan te treden. Het uitbundige openingsdeel (Allegro vivace) moest het vooral met korte streken doen, en schipperde op die manier voortdurend tussen urgent en kortademig. Met dezelfde drive en een even exemplarische als opzienbarende souplesse werd ook het kloeke scherzo (Allegro passionato) uit vingers en strijkstok geschud. Zonder de pedalen of zin voor verfijning (in het trio) te verliezen, werd er zeer fraai uit een explosief vaatje getapt. Stak het korte slot (Allegro molto) hier nogal braafjes tegen af, dan had dit vooral met het lieflijkere karakter van de compositie vandoen. Aan begeestering ontbrak het de musici alleszins niet.  

Dit was een eervol, bij momenten zelfs heerlijk namiddagje Brahms. Door een ongelijkmatige dialoog kon niet elk aspect van zijn muziek voldoende eer worden aangedaan. Goed dus, maar niet heilig. Zo is er op Sinterklaasdag uiteraard maar één.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: