Hohe Messe of H-moll Messe

Masaaki Suzuki

Gouden Label Wat een voorrecht toch (!) aanwezig te mogen zijn bij een live-uitvoering van Bachs Hohe Messe, die door criticus en uitgever Hans-Georg Nägeli in 1817 als “het grootste muziekwerk aller tijden en aller volkeren” beschreven werd. De naam Hohe Messe of H-moll Messe (Mis in b), BWV 232 komt niet van Johann Sebastian Bach zelf en is bovendien eigenlijk ‘onjuist’…

Gouden Label Wat een voorrecht toch (!) aanwezig te mogen zijn bij een live-uitvoering van Bachs Hohe Messe, die door criticus en uitgever Hans-Georg Nägeli in 1817 als “het grootste muziekwerk aller tijden en aller volkeren” beschreven werd. De naam Hohe Messe of H-moll Messe (Mis in b), BWV 232 komt niet van Johann Sebastian Bach zelf en is bovendien eigenlijk ‘onjuist’ omdat alleen het Kyrie in si klein staat, terwijl de andere delen van deze twee uur durende mis in verscheidene toonsoorten en gespreid over twintig jaar geschreven zijn. Meer musicologische analyse besparen we u. Bach (1685-1750) heeft zijn grote mis zelf nooit horen uitvoeren. Ze werd zijn zwanenzang. Had hij dit voorzien? De erkenning van Nägeli is ook verrassend omdat het ‘werkbeest’ Bach, noch als cantor noch als componist, tijdens zijn leven eigenlijk niet zo bekend was, toch niet buiten Leipzig. Het zou duren tot 11 maart 1829 tot Felix Mendelssohn voor het eerst opnieuw Bachs Mattheuspassie zou laten uitvoeren. Honderd en één jaar nadat ze gecomponeerd was.

De Hohe Messe is wel degelijk een adembenemend werk. Na de slotklanken moeten we even bekomen voor we samen met het enthousiaste publiek van de overvolle Blauwe Zaal in deSingel met een staande ovatie de opgebouwde spanning kunnen vrijlaten.

De uitvoerders vanavond zijn dan ook de fine fleur van Bach-interpreten. Hoe iemand als Masaaki Suzuki, geboren en getogen in Japan, zich de westerse cultuur en vooral de muziek van pakweg drie eeuwen geleden zo eigen kan maken, is me een raadsel. Let wel: de man begon als twaalfjarige orgel en klavecimbel te spelen tijdens de kerkdiensten, studeerde aan de Nationale Universiteit voor Muziek en Schone Kunsten in Tokio maar ook aan… het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan de Staatliche Hochschule für Musik in Duisburg. En nu we toch met een beetje historiek bezig zijn: Suzuki is muziekdirecteur van het Bach Collegium Japan sedert 1990 en heeft een indrukwekkende discografie (met o.a. de Bach-cantates op het label BIS) op zijn palmares.

Masaaki Suzuki is een dirigent naar mijn hart die muziekminnende harten over heel de wereld sneller doet slaan. Wat een verschil overigens met sommige ‘mayonaise makende’ maestro’s wier naam we zedig verzwijgen.

Suzuki is in de eerste plaats een bescheiden personage. Hij is niet te beroerd om een half uur voor de aanvang van het optreden samen met de muzikanten aan tafel een babbel te slaan en een knipoog van “Wahlverwandschaft” met uw dienaar uit te wisselen die de tafel ernaast nog een plaatsje gevonden had. Het meesterschap van Suzuki zit vooral in de onvoorstelbare precisie waarmee hij dirigeert. Iedereen krijgt op elk gewenst – en derhalve noodzakelijk – ogenblik de juiste aanwijzing. Tweede zeer opvallend aspect is het evenwicht dat hij bereikt tussen de verschillende stemmen van het koor, tussen het koor en de solisten en vanzelfsprekend tussen de zangers en het (relatief klein) orkest. De muzikanten zijn perfect op elkaar ‘afgestemd’ en ‘functioneren’ als een homogene groep. De vrouwelijke solisten nemen na hun beurt opnieuw plaats in het koor en integreren zich feilloos. De sopranen Hana Blaziková en Johannette Zomer behoeven al lang geen krans meer, Gerd Türk (tenor) en Peter Kooij (bas) al evenmin. De Engelse altus Robin Blaze wordt wereldwijd gevraagd en gelauwerd (!) om zijn bijzonder mooie stem. Zo kunnen we ons verzoenen met een altus. Dat is een persoonlijke kwestie maar meestal verkiezen we een vrouwelijke stem, in een passie van Bach bijvoorbeeld. Vandaag niet dus… Ten derde zijn we zeer onder de indruk van de subtiele muzikaliteit van Suzuki. Dynamiek was in de tijd van Bach allicht nog niet zo belangrijk – als ten overvloede in de Romantiek bijvoorbeeld – maar Bach was een meester in het ‘uitbeelden’ van de tekst met zijn muziek. Een smeekbede in de tekst is bij Bach ook een smeekbede in de muziek. Dat heeft Suzuki zeer goed begrepen en hierin voert hij de luisteraar mee in een sterk emotioneel geladen ‘avontuur’. Geen stroop of wat dan ook kleverigs, maar glasheldere duidelijkheid.

De tekst van de Gregoriaanse mis kennen we nog uit het hoofd, uit een ver verleden als misdienaar en koorknaap. Wat nota bene ook opvalt, is de perfectie dictie van de zangers. Gelukkig zijn er niet te veel toehoorders die storend de bladzijden van het programmaboekje zitten te draaien. Het zoveelste pluspunt van een fantastische avond. Het ogenblik waarop menigeen allicht heeft zitten wachten, is het onmetelijk mooie Agnus Dei waarin een prachtrol voor de altus is weggelegd. Een ‘tearjerker’ die Suzuki nochtans niet laat ontsporen. Subliem weerklinkt de wisselwerking tussen strijkers, orgel en stem. Menig traan parelt in talrijke ogen. En kippenvel, mensen, een hele kippenren vol. Het Dona nobis pacem is een vredevol maar majestueus einde, een soort “ite missa est” van een tot op het einde volgehouden krachttoer.

Uit eerbetoon voor de uitvoerders die niet meteen de Nederlandse taal beheersen: By Far The Very Best Concert Of The Season!

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: