Hellevaart met een jaren dertig motor

damnationdefaust_12_mg_0499.jpg

Nominatie Gouden Label – D’Amour l’ardente flamme, de prachtige aria van Marguerite aan het begin van het vierde deel van Berlioz’ La Damnation de Faust, leverde de meest aangrijpende scène van de avond op. Gezeten op een gammele deportatiekoffer tussen andere vrouwen en kinderen die hetzelfde lot te wachten staat, zingt Marguerite over haar vurige liefde voor Faust, die haar in de steek gelaten heeft. Deportatie? Wat komt dat doen in de romantische “légende dramatique” van Berlioz?

Nominatie Gouden Label – D’Amour l’ardente flamme de prachtige aria van Marguerite aan het begin van het vierde deel van Berlioz’ La Damnation de Faust leverde de meest aangrijpende scène van de avond op. Gezeten op een gammele deportatiekoffer tussen andere vrouwen en kinderen die hetzelfde lot te wachten staat, zingt Marguerite over haar vurige liefde voor Faust, die haar in de steek gelaten heeft. Deportatie? Wat komt dat doen in de romantische “légende dramatique” van Berlioz?

 

Historisch doordacht en pakkend

 

Terry Gilliam bouwt in zijn regie heel logisch naar die deportatie op. Dat hij een stevige knak geeft aan de periode waarin het verhaal zich afspeelt, verwondert ons niet echt. Daar zijn we aan gewend bij deze Amerikaanse regisseur en “artistieke duizendpoot”, zoals hij in de cv in het programmaboek omschreven wordt. Van zijn beroemde langspeelfilm Monty Python and the Holy Grail, ondertussen alweer van 1975, kennen we zijn eigenzinnige en vooral scherpzinnige aanpak van geschiedenis en religie. Deze productie van La Damnation de Faust maakte hij oorspronkelijk voor de English National Opera. Het is een uitstekend idee om het stuk in het kader van het seizoensthema “Geloof” naar de Vlaamse Opera te halen.

 

Vergeet met deze flamboyante regisseur het genre “légende dramatique” wat soms moet toestaan van Berlioz’ Damnation de Faust een statische versie te verantwoorden. Bij Gilliam is de dramatische kracht tot het uiterste uitgebuit. Het risico op een moment van stilstand of verveling, waartoe dit werk wel eens aanleiding geeft, is onbestaande. Gilliam maakt er zowat de meest dramatische en wervelende opera van die je je kan voorstellen.

 

Verkracht hij dan het origineel van Berlioz? Allesbehalve, al zijn er wel enkele (kleine) wijzigingen aan het libretto gebeurd. Zo is de proloog waarmee Méphistophélès zijn vurige intrede doet extra bijgevoegd, maar zodanig dat hij zich meteen profileert als de snoodaard die de touwtjes in handen houdt. Ook de verwijzing naar de “Man van Vitruvius” van Leonardo da Vinci en de beschuldiging van Marguerite omwille van haar “race” waar ze van “patricide” (oudermoord) beschuldigd wordt, zijn aanpassingen van de regisseur. In zijn voordeel moet gezegd dat zijn aanpak uiterst consequent doordacht is en bovendien supersterk werkt.

 

Uitgebeend

 

Gilliam heeft de opera van Berlioz uitgebeend tot de aspecten die er de essentie van uitmaken en die dan in een eigen interpretatie gezet en uitvergroot. Is er in de Duitse literatuur een groter icoon-figuur dan Faust? Neen, dus hij zet hem op zijn plaats: in de Duitse geschiedenis. Hij is een studax, bezeten door drang naar kennis: dus je vereenzelvigt hem met een van de grootste wetenschapsgeesten uit de geschiedenis, Leonardo da Vinci. Hij verkoopt zijn ziel aan de duivel: hij komt in de ban van Méphistophélès, de verpersoonlijkte slechtheid of: in de Duitse geschiedenis, Hitler. Via hem leert hij de liefde kennen, als deel van een vals pact, zodat hij die ook verloochent.

 

Het verhaal begint tegen het decor van het bekendste en meest representatieve romantische schilderij van Caspar David Friedrich. Het wordt zelfs bijna letterlijk gekopieerd in de manier waarop Méphistophélès op de rots gezet wordt – waarbij het tegelijk een hint geeft naar het Arendsnest van Hitler. Ook de knipoog naar Wagner ontbreekt niet. Maar de romantiek van de negentiende eeuw maakt al gauw plaats voor de gruwelen van de eerste wereldoorlog met gasmaskers en slagvelden, scènes waarin Gilliam perfect de studenten- en soldatenkoren van La Damnation een plaats kan geven. Het verhaal gaat verder en we komen we in de jaren dertig waarin het nationaalsocialisme zijn onontkoombare klauwen zet in de Duitse samenleving. De soldaten van het stuk worden SS-ers met hakenkruis en bullebak onder het despotische bewind van Méphistophélès, die zijn manipulatie van Faust onverstoord doorzet. Het huisje waar Marguerite in het derde deel haar geliefde ontmoet, staat in een straat waar Joodse mensen uit hun huis verdreven worden. Wat in het originele verhaal als “tumult bij de buren” omschreven wordt, krijgt zo een wrang karakter. De volgende scène met Marguerites aria “D’amour l’ardente flamme” grijpt dan helemaal bij de keel, zoals boven aangehaald. De verdere afloop is apocalyptisch sterk tot het slotkoor in extreem contrast sereen de hemelse redding bezingt van Marguerite.

 

Minimalisme en spektakel

 

Het is verbazend hoe Gilliam erin slaagt maximaal effect te bereiken met afwisselend minimale en spectaculaire middelen. De vuur-en video-effecten zijn spectaculair (de intrede van Méphistophélès in het begin, de duivels). Ook de “course à l’abîme” aan het slot is een regelrechte hellevaart met een jaren dertig motor met sidecar en een wervelende video die er een helse tocht van maakt. De scène met de kamer van Marguerite is anderzijds de burgerlijke gewoonheid zelve in een stille straat, enkel verontrust door de opschriften en jodensterren die de angstige sfeer scheppen voor wat komen gaat. De mascotte tijdens het lied van de vlo is zo simpel, maar zet het lied zoveel beter op zijn plaats. Het is ook een van de details die typisch zijn voor het komische element dat Gilliam toepast en dat nergens tot misplaatste grappigheid leidt. Ook het gebruik van de dia met de Vitruvius-man, vervormd tot hakenkruis waarop Faust hangt is zo’n voorbeeld van een veelzeggend beeld dat in de goed opgebouwde enscenering van Gilliam logisch overkomt. Het is onbegonnen werk op de vele details te wijzen die Gilliams continu in zijn regie steekt, maar ze geven een bijzonder reliëf aan dit stuk dat op die manier ontsnapt aan saaiheid of pure “literatuuropera”.

 

Hemelse en helse muziek

 

Dmitri Jurowski dirigeert de romantische partituur met een even juiste vanzelfsprekendheid. Rustig maar tegelijk super-alert loodst hij orkest en koor doorheen de ritmische peripetieën van Berlioz’ muziek. Lyrisch in de aria’s die de natuur of de liefde bezingen, wild en razend in de militaire en helse passages. Het koor verdient hier toch wel weer een speciale vermelding voor hun duivelse (!) prestatie. De solisten waren niet alleen goed gecast maar zongen ook goed tot uitstekend. Dit laatste geldt vooral voor Michele Pertusi die als Méphistophélès een glansrol neerzet. Mede dank zij de regie zou je er de Méphistophélès van José Van Dam bij vergeten. Pertusi lijkt wel de reële verpersoonlijking van de meest boosaardige en sluwe snoodaard, die alles en iedereen dwingend in zijn macht houdt. De bas-baritonstem van de zanger kan nog elke vocale bocht of uithaal in dienst stellen van de tekstnuances. Schitterend. Michael Spyres debuteerde als Faust. Ook hij paste zich volledig in de visie van Gilliam in en zong met een mooi en licht timbre. Jammer dat zijn Frans niet helemaal idiomatisch was, wat des te meer opviel naast de duidelijke articulatie van Pertusi. Marguerite werd gezongen door de mezzo Claudia Mahnke, die de vocale pareltjes die haar toebedeeld zijn met warme stem en gevoel vertolkte. D’amour l’ardente flamme was haar beklijvende hoogtepunt.

 

Als de muzikale uitvoering meezit met het visuele, dan is de voorstelling echt geslaagd. Ik zag de voorstelling net op de dag waarop het bericht verspreid werd dat het operahuis genomineerd is als operahuis van het jaar in het jaarboek 2012 van Opernwelt “en dit dankzij de ‘spannende en verrassende’ programmering.” (citaat) Deze voorstelling is daar alvast nog een bevestiging van. Al is het de eerste voorstelling van dit seizoen van de Vlaamse Opera, ik kan niet anders dan zo’n aparte en aangrijpende versie van Berlioz’ La Damnation de Faust goud toekennen.

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: