Hamlet

Peter W. Marx , Hamlet Handbuch

Recensie door Michel Dutrieue

Nominatie Gouden Label – De zeer prestigieuze Duitse uitgeverij Metzlerverlag bracht een Handboek uit over Shakespeare’s Hamlet. Onder redactie van de zeer  vooraanstaande, Duits-joodse Theaterwissenschaftler Peter W. Marx (°1973), schreven meer dan 70 auteurs zo maar eventjes 88 uitzonderlijk deskundige hoofdstukken over de meest diverse aspecten van het melancholisch personage. Een meesterwerk!

Niemand   domineert  het westers concept van theater meer dan de wijze waarop Shakespeare`s Hamlet dat doet. Zelfs voorbij het stadium van de melancholie is de Deense prins, zoals de alomtegenwoordigheid van de aan hem toegeschreven uitspraken en handelingen illustreert, al lang uitgegroeid tot een moderne mythische figuur en een kernbestanddeel van de culturele canon. Dit handboek verkent heel uitvoerig de verschillende dimensies van de figuur van Hamlet. Het biedt informatie over het historisch onderwerp,  Shakespeare’s drama, de genealogie en de interpretatie. Bovendien schetst het handboek in 19 bijdragen de aanpassing en de adaptatie van Hamlet als een hoofdfiguur van het denken, als zielsonderzoeker van waanzin en macht,  als zielszieke, eenzame, denkende, westerse mens, in verschillende culturele contexten, zowel religieus, filosofisch, psychoanalytisch als feministisch.

Uitgebreide receptiegeschiedenis

Hamlet is dé moderne mythische figuur en hét kernonderdeel van de literaire, culturele geschiedenis. Er is nauwelijks een ander personage denkbaar dat de westerse geschiedenis van het theater meer domineert dan wel Shakespeare’s Hamlet. Het  handboek behandelt het Hamlet-materiaal en de interpretatie en geeft een schat aan achtergrondinformatie over Shakespeare’s drama. De focus ligt op de heel uitgebreide receptiegeschiedenis. Zowel de geschiedenis van het stuk op de podia, de bestemming en interpretatie van de figuur in de schilderkunst, literatuur, muziek, film als in populaire cultuur, worden uiterst professioneel en gedetailleerd  belicht. En dit met heel veel voorbeelden, gedeeltelijk zelfs in het Engels. Het boek is immers in het Duits.

Aangaande de tekst bespreekt men de ‘Stoffgeschichte und Ausgaben’, ‘Deutschsprachige Übersetzungen und Bearbeitungen’ (vertalingen en bewerkingen), en de ‘Deutungsprobleme’ van de geest, het komische, het tragische, het politieke, Hamlets misogynie en geweld. De ‘Lesarten’ bespreken de psychologische invalshoeken en de wraak. De indrukwekkende bespreking van de ‘Rezeption’ bestaat uit zes hoofdstukken: ‘Hamlet auf der Bühne’, ‘Hamlet als Denkfigur in nationalen und regionalen Diskursen’,  ‘Fortschreibungen’, ‘Hamlet in der bildenden Kunst’, ‘Hamlet im Film’ en  ‘Hamlet in der Populärkultur’. En alles nog eens thematisch onderverdeeld.  

Hamlet in de muziek

En dan is er uiteraard het onderwerp ‘Hamlet in de muziek’.  Achtereenvolgens komen dan aan bod : ‘Bühnenmusik aus Shakespeares Zeit’, ‘Experimente mit Hamlets Monolog’, ‘Schauspielmusiken’,  ‘Italienische Opern nach Saxo und Ducis’ (zijnde de middeleeuwse kroniekschrijver Saxo Grammaticus en de Franse, 18de eeuwse schrijver Jean-François Ducis), ‘Gescheiterte Projekte’ (o.a. over de niet gerealiseerde plannen van Glinka en Debussy en zo veel anderen),  ‘Ambroise Thomas’ Welterfolg’,  ‘Boitos Libretto für Faccio’ (over de te weinig bekende Italiaanse componist Francesco Faccio (1840-1891)), ‘Opern im 20. Jahrhundert’, ‘Ophelia, nicht Hamlet’, ‘Ballettmusiken’, ‘Lieder’ (o.a. van Brahms), ‘Ouvertüren und Symphonische Dichtungen’, ‘Filmmusik’ en ‘Parodien, Musicals und Popmusik’. Poppen- en kindertheater worden behandeld in een afzonderlijk hoofdstuk.

Heel substantieel  is bvb. de toneelmuziek, de negendelige entr’acte muziek van Prokofiev uit 1939. Stefan Wolpe leverde in 1929 toneelmuziek voor klein ensemble en er zijn naast vele anderen, Wolfgang Rihms opera ‘Die Hamletmaschine’, composities van Boris Blacher, Philip Glass, Michael Tippett en William Walton, en de opera’s ‘Amleto’ van Luigi Caruso (1754-1822) en van Saverio Mercadante. Joseph Joachim componeerde zijn Hamlet ouverture in 1855, gevolgd door Franz Liszt in 1858 (symfonische gedicht). Er is de opera  van Ambroise Thomas uit 1869 die  eindigt met een happy end!, en er is Tsjaikofski  met zijn meesterlijke Fantasie-ouverture uit 1888 waar hij in 1891, op vraag van Lucien Guitry, nog zestiendelige toneelmuziek met ‘fanfares’, ‘melodrama’s’ en ‘entr’actes’, aan toe voegde. Maar er is nog zo veel meer!

Dit boek is een must. Het is fenomenaal! Het is een vademecum en hét naslagwerk voor al wie interesse heeft in de wereld van en rond de melancholische prins. Dit is een fantastisch boek, een boek  om te koesteren !

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: