Hagen Kunze – Musenkuss

Hagen Kunze Musenkuss, Richard Wagner und die Frauen

Hoewel fysiek klein (1,53m) maar heel groot in zijn kunst, was Richard Wagner blijkbaar  een magneet voor vrouwen en zelfs voor sommige van hun misleide en bedrogen echtgenoten. Aan dit opvallend aspect van dit onbegrijpelijk genie van de muziek en de theaterwereld,  heeft Hagen Kunze een piepklein boekje gewijd. 

Hoewel fysiek klein (1,53m) maar heel groot in zijn kunst, was Richard Wagner blijkbaar  een magneet voor vrouwen en zelfs voor sommige van hun misleide en bedrogen echtgenoten. Aan dit opvallend aspect van dit onbegrijpelijk genie van de muziek en de theaterwereld,  heeft Hagen Kunze een piepklein boekje gewijd.

In zijn nieuw maar schattig muziekbiografietje vertelt Kunze  niet alleen  over de relaties van Wagner tot het andere geslacht, maar belicht hij ook de tegenstrijdige natuur van de mens Richard Wagner. Met een lijst van zijn grote opera's en muziekdrama's en een overzicht van alle belangrijke data in zijn leven levert hij een compacte, zeer leesbare bijdrage aan het Richard Wagner Jaar. Hoe klein het ook is.

Had de kleine Richard dan zo’n speciale uitstraling? vraagt de auteur zich af. Was het een cultus der „Sehnsuchtstopf nach dem alles überstrahlenden Genie“. Een cultus die Liszts dochter Cosima wist te verheffen tot  het grandioze. Ze gaf de jongen wat hij zocht, schrijft Kunze. Ze twistte of kibbelde nooit, had voor zichzelf geen plannen, gaf zichzelf volledig aan de musicus en was dol op zijn muziek, ze aanbad hem, zorgde voor het huishouden, was zijn geliefde, zijn vrouw, en verving zijn zus en moeder. Zo'n vrouw willen de meeste Duitse mannen, schrijft Kunze. „Da kann man am Abend nach der Wildschweinjagd die Füße so schön hoch legen“ en, er wordt voor u gezorgd. De  vraag die hij zich stelt maar niet uitwerkt omdat ze een beetje ondeugend is, luidt “Waarom hebben zo veel vrouwen dit spel meegespeeld?”

De liefde zou volgens Kunze een antwoord kunnen zijn. Minna Planer, zijn eerste vrouw als  “Mutter-Ersatz”, zou dat zeker hebben geantwoord, stelt Kunze. Ze kende Richard toen hij diep in de schulden zat, toen hij van plaats naar plaats verhuisde (Magdeburg, Königsberg, Riga, Dresden, Parijs) en hals over kop in Saksen werd gedwongen te vluchten voor zijn revolutionaire gedachten  waarna zij voor hem amnestie probeerde te verkrijgen. Ze was hem aanvankelijk ontrouw (ze huwden op 24 november 1836 en in mei 1837 was Minna al (korte tijd) weg met haar minnaar!) maar na verloop van tijd steunde ze hem door dik en dun. De breuk kwam weliswaar toen ze te weten kwam dat hij haar ontrouw was. Reeds in mei 1850 wou Wagner met de gehuwde Jessie Laussot vluchten naar Griekenland en Klein-Azië (de man van Jessie wilde Wagner daarom trouwens vermoorden) en wilde hij scheiden van Minna. Toen riep ze hem ter verantwoording en dat deden op de duur ook de Wesendoncks die van dit muzikaal genie verwachtten dat hij tegenover Mathilde open kaart speelde.  Heeft  hij niet gedaan. Minna scheidde in 1858 van Wagner en ze overleed in 1866, 57 jaar oud.

Cultus van het genie en burgerlijke regels kwamen in conflict. De lezer leert in dit boekje  Wagners liefdes, huwelijken en ontrouw kennen, ontmoet zijn jeugdliefdes Amalie Hoffmann en Jenny Pachta  maar leest ook over zijn relatie met zijn moeder en met zijn artistieke zussen o.a. Rosalie en zijn stiefzuster Caecilie.

Hoe normaal was Wagner eigenlijk? Hebben vrouwen eigenlijk echt wel een  dominante rol gespeeld in het leven van Wagner? En in hoe verre was Wagner op dat vlak eigenlijk niet zoals de meeste  mannen, vraagt Kunze zich af? Wagner probeerde om zijn ideale vrouw te projecteren op allerlei Brünnhildes terwijl andere mannen hun energie stopten in de aanleg van een kanaal, de uitvinding van een verbrandingsmotor of in de bouw van een chocoladefabriek. Dat is wel een groot verschil. In het Duitse Wagnerianisme (“Wagnerei”) van 2013, schrijft Kunze, steekt  nog steeds de oude cultus van het genie als pantoffelheld van de 19de eeuw.

Hagen Kunze schreef meerdere interessante boekjes over muziek. o.a. „Der Thomanerchor Leipzig zwischen 1928 und 1950: Umbrüche: Erinnerungen und Dokumente“ (Reinhold, E. Verlag), „Musikalischer Spaziergang durch Leipzig“ (Buchverlag für die Frau), „Clara & Robert Schumann: Musik und Liebe“ (Buchverlag für die Frau) en „Das kleine Bach-Büchlein: Ein Gespräch mit Johann Sebastian Bach“  (Buchverlag für die Frau).

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: