Goddelijk licht, muzikale meditatie, en Rachmaninov

Het academiejaar van de KU Leuven wordt altijd feestelijk ingeleid. Dit jaar was niet anders met het openingsconcert Zingen naar het Licht, een selectie van Sergej Rachmaninovs Nachtvigilie (De Vespers), op. 37 (1915).  Festival 20·21 en het Collegium Vocale Gent, onder leiding van de Letse dirigent Kaspars Putniņš, brachten een beklijvende uitvoering van deze zinderende compositie. Een sublieme samenkomst van Russische religieuze muziek en de muzikale bezinning van zo’n werk als de Vespers.

zwart-witfoto van Sergej Rachmaninov

De periode van 1915, waarin het werk tot stand kwam, balanceerde op het begin van een nieuw tijdperk. De Grote Nachtvigilie was ergens onbedoeld het eindpunt van de glorie van de religieuze muziek. De groeiende macht van de Sovjet-Unie bracht die tot een stilstand – een voorbode van de nieuwe wereld waarin we stilaan geworpen gingen worden. Voor Rachmaninov daarentegen was het geen eindpunt, maar een hoogtepunt. Hij beschouwde deze a capella koorcompositie (voor sopraan, alt, tenor en bas) als een van zijn triomfen. Rachmaninovs religieuze kunstwerk, inclusief de befaamde Russische basso profundo, is een perfecte keuze voor de start van het academiejaar – na een storm als het voorafgaande jaar, gedomineerd door COVID-19. Dit laatste houdt ons allemaal nog altijd in de ban, maar net als Rachmaninovs Vespers opstijgen naar het licht en zich bevrijden van het aardse, zo komen ook wij stilaan terecht in een nieuwe wereld.

De uitvoering was als een muzikale meditatie. Een collectie van schakeringen van unisono, solo, polyfonie en opgesplitste vocale groepen die het verhaal leken te vertellen van een religieuze reis. Een afwisseling van zachte passages en pakkende forte-klanken, Vergelijkbaar met een oceaan waarin de Goddelijke reis vol reflectie en extase zit, maar ook met een beetje gevaar. De afdaling naar de hel, zoals gebeurt in een van de hymnes (“Looft de Naam des Heren”), is nooit zonder gevaar. Op dat moment beroerde de chromatische klankkleur mij ook het meeste. Rachmaninovs melodie, en die van de Russisch-orthodoxe religieuze muziek, vertonen een zweem van melismatische golven. Het feit dat in deze compositie tonen vaak blijven liggen, en er tijdens de hymne weinig rustpunten zijn, resulteert in een meditatieve, serene sfeer – tonen die nazinderen, in al hun puurheid.
De kracht van het werk is de samenwerking van het koor, hier in een uitstekend samenspel tussen de zangers van het Collegium Vocale Gent. Af en toe was er een solist hoorbaar. De alt solo in “Loof de Heer, mijn ziel” was een aangrijpende uitvoering. De overtuigende techniek en kleur van de solist in kwestie, donker maar tegelijkertijd helder als een soort bezwering, gaf de uitvoering een expressieve kracht. Wat wel een zweem van de late romantiek weergaf was het af en toe afronden met een subtiele vibrato. Dit wordt vaak vermeden in koorstukken van het vroegere repertoire, maar is een expressief sleutelstuk tijdens de romantiek en diens uitlopers. In zijn subtiliteit droeg het bij aan de emotionele, expressieve kracht van het werk.

© Bas Bogaerts

De hoogtes, oftewel de stijging naar het licht, zouden niet zo opvallend zijn zonder de sprekende laagtes. De basso profundo, met de befaamde daling naar de lage si mol, is een zeldzame stem, maar zo aanwezig in het Russische repertoire. Eric Ander, die deze rol had bij het Collegium Vocale Gent had alvast een sprekende rol. Er was geen enkel moment waarop ik de basso profundo niet kon aanvoelen – een gevaar die de lagere zangstemmen wel eens hebben. Maar een goede laagte zindert, die verdwijnt niet tussen de massa van stemmen, en dat was hier alvast het geval. Deze stem was de aangename, lage leidraad in de tocht naar het licht.

De stemmen waren goed gekozen, en raakten de muzikale ziel, wat deze uitvoering krachtig maakte. Het was een uitstekende keuze voor het start van zo’n belangrijk, nieuw moment als het academiejaar. Het bewijst dat iets niet moet beginnen met zoveel mogelijk kracht en bombastische klank, maar dat juist stilte en meditatie de ruimte kan innemen. Soms nog krachtiger dan al het klankgeweld in de wereld. De uitvoering van het Collegium Vocale Gent voor Festival 20·21 was alvast een schot in de muzikale roos, en een goed begin voor ons allemaal.

INFO

  • WAT: Zingen naar het licht — openingsconcert Festival 20·21
  • WIE: Collegium Vocale Gent o.l.v. Kaspars Putniņš
  • WAAR: Pieter De Somer Aula (Leuven)
  • WANNEER: maandag 27 september 2021

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: