Girlpower aan de haard

Internationale Vrouwendag en de Brusselse Week van de vrouwenrechten kregen met de hulp van Festival Kortrijk een gepaste, muzikale apotheose in ‘het wilde westen’. Als opwarmertjes voor het slotconcert van deze vijfdaagse toonde jong en vooral ook vrouwelijk talent haar kunnen tijdens Fireplace: een gemoedelijke ontdekkingstocht met vier haltes, maar zonder mondmasker, langs enkele onalledaagse locaties op en rond het Buda-eiland.

Tot zover het uitgestippelde opzet. In de praktijk zorgden spoorlopers en een gemiste aansluiting in Gent-Sint-Pieters ervoor dat het eerste concert bij aankomst aan de Broelkaai 6 (BK6) bijna afgelopen was. Maar geen nood. Een herkansing om Marlies Cornelis aan de piano te horen, kwam er een half uurtje later al aan. Gelukkig kon het initieel gekozen parcours nog verlegd worden. Van route 4 ging het zo naar route 2: een halvering die uiteindelijk liep van het statige hoofdkwartier aan de boorden van de Leie naar het prachtig gerenoveerde Begijnhof en terug, richting de imposante Broeltorens.

Met Fireplace zette Festival Kortrijk verschillende van zijn doelstellingen tijdens deze dertiende editie extra in de verf. De reeks met intieme (huiskamer)concertjes op de slotdag verenigde liveoptredens van telkens twintig minuten met bijzondere locaties en ruimte voor het nieuwe, zowel in de persoon van de musici als in het repertoire dat zij hadden meegebracht. De conservatoria van Bergen, Brussel, Gent en Rijsel was gevraagd om hun zonen en – zo bleek ten slotte – vooral ook hun dochters uit te zenden. Samen zouden deze acht geselecteerde masterstudenten een brede waaier aan al dan niet klassieke klankkleuren verzorgen.

Abnormale omstandigheden

Door gastcurator Benjamin Glorieux was de abnormaliteit zowat tot leidmotief van het vijfdaagse festival verheven. “Normal gets you nowhere”, zo luidt het devies van de cellist, geboren en getogen in het naburige Harelbeke. “Maar al bij al ben ik een vrij normale mens. Tenminste, dat denk ik toch”, zo klonk het vorig jaar nog lachend in Knack. “Wat de muziek betreft, heb ik wél altijd de drang gehad om iets meer te doen dan wat me voorgeschreven werd.” En dus kijkt Glorieux maar wat graag over het muurtje en zoekt hij bewust andere genres en invloeden op, met als exponent de retorische vraag waarmee het voorwoord op het programmaboek afsluit: “De boom die er staat”, met al zijn klassieke wortels, “daar mogen we eens liefdevol aan schudden, toch?”

(c) Gregory Vlieghe

Het was dus de 24-jarige pianiste Marlies Cornelis die op deze zondagnamiddag als eerste van tussen de takken tevoorschijn kwam. De studente aan de School of Arts Gent had een interessant, want voor velen allicht nog onbekend gezelschap bij zich: Ruth Crawford Seeger (1901-1953), een Amerikaanse componiste met een relatief beperkt maar niettemin fascinerend oeuvre. Van de negen preludes die Crawford in de roaring twenties schreef – van haar professor en latere echtgenoot, de musicoloog en tevens componist Charles Seeger, was toen nog geen sprake – speelde Cornelis de nummers één tot en met zes. Zoals beloofd, gebeurde dat aan een mooie open haard én in een bevallig antichambre. Helaas getuigden de rest van de omstandigheden van beduidend minder dankbaarheid en respect. Hoewel er zeker ruimte was voor een “babyvleugel”, moest de pianiste het doen met een schamele buffetpiano die duidelijk niet opgewassen was tegen de dynamische krachtpatserijen die de muziek voorschrijft. Het hield haar weliswaar niet tegen om het eens tentatieve en dan weer nerveuze en percussieve karakter van de partituur met de nodige flair en girlpower te laten klinken. Maar een ongeluk komt nooit alleen: de luide muziek die de bar aan de andere kant van de inkomhal tijdens het mini-recital doodleuk bleef draaien, bleek ronduit nefast voor ieders beleving en geeft aanleiding tot een andere retorische vraag: was dit nu een staaltje van de abnormaliteit die het Festival Kortrijk nastreefde?

Grootjuffrouw op gitaar

(c) Carlo Verfaille

Na deze betreurenswaardige valse start maakte in het begijnhof een volgend jong talent haar opwachting, aangeprezen door ARTS² in Mons, de nieuwe naam voor wat vroeger het koninklijk conservatorium was. Een haard viel daar in de kapel niet te bespeuren. Wel stond gitariste Amely Di Battista (°2001) aan één van de radiatoren haar handen op te warmen, voor een korte bloemlezing waarin twee muzikale continenten, Europa en Zuid-Amerika, tegenover elkaar werden uitgespeeld. Dat gebeurde zowaar met de hals van het instrument in de rechterhand: een behoorlijk zeldzame spiegelhouding waarvoor het doorsnee instrument niet is gebouwd. De vier stukken die de revue passeerden, waren allen geschreven in de 20ste eeuw en hadden een zeer uiteenlopende signatuur. Het Largo uit de Libra Sonatine van de Franse gitarist Roland Dyens (1955-2016) was een subtiele en eerder relaxte binnenkomer. Beweeglijker ging het er aan toe in Porro, een typerende dans uit de tweede Suite Colombiana van Gentil Montaña (1942–2011). En dankzij Verano Porteño, de zomer uit Astor Piazzolla’s (1921-1992) meditatieve reis doorheen de seizoenen, brak de zuiderse stemming helemaal door. Met Armand Coeck (°1941) besloot het programma in eigen land. Constellations, een meeslepende sonore caleidoscoop, groeide uit tot een mijlpaal in ’s mans carrière en zit vandaag niet alleen stevig in het repertoire, maar ook in de soepele vingers van Di Battista gebakken. Zonder witte kap, maar met een bedeesde glimlach nam deze grootjuffrouw op gitaar het verdiende applaus in ontvangst.

(c) Gregory Vlieghe

De laatste stop op het muzikale pad was een bezoek aan de meest noordelijke van de Broeltorens, ook wel bekend als de ‘Inghelburghtorre’, die in de late middeleeuwen dienstdeed als opslagplaats voor wapens en voor het gebruik van artilleriegeschut. Vandaag zou het vuurwerk daarentegen met andere middelen gerealiseerd worden. Op de tweede verdieping van de toren, onder een indrukwekkend houten dakgebinte, had Elisabeth Klinck zich met een klein arsenaal aan instrumenten en hulpstukken op een zwart tapijt geïnstalleerd. De violiste, 26 lentes jong, studeerde vorig jaar af aan het Brusselse conservatorium en deed gretig beroep op live elektronica om een drieledige proeve van eigen werk te brengen. Elk stuk droeg een vertrouwelijk titeltje, waarmee de artieste – ‘Betty’ voor de intimi – zich als slaperige kattenvriendin outte. Naast gemiauw was de tape aanvankelijk ook gevuld met allerhande huis-, tuin- en keukengeluiden: het cryptische canvas waarop Klinck na enige tijd aan het strijken ging. Via meerdere loops werd vervolgens een eerder drammerig en eendimensionaal klanklandschap in elkaar gestoken. Nog minder aantrekkelijk was het experiment met het krassen langs de snaren, waar ze aan het eind haar toevlucht in zocht. Een viool pijnigen, levert zelden een hartverwarmend moment op.

Tijdens dit laatste concert zat ook Yuina Takamizo (°1990) in het publiek, de onderbuur van Klinck in de Broeltoren. Door het hertekenen van de initiële route hoorden we deze Japanse saxofoniste niet aan het werk. Met volgend filmpje krijgt zij niettemin het laatste woord.

WAT: Fireplace, intieme reeks huiskamerconcerten
WIE: Marlies Cornelis (piano), Amely Di Battista (gitaar), Elisabeth Klinck (viool & live electronics)
WAAR: BK6, Begijnhofkapel en noordelijke Broeltoren, Kortrijk
WANNEER: zondagnamiddag 13 januari 2022
FOTO’S: © Carlo Verfaille en Gregory Vlieghe
ORGANISATIE: Festival Kortrijk i.s.m. Wilde Westen vzw

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: