Geslaagde Spaans-Weense mix

Cuarteto CASALS: samen met Boccherini ontwaken in het 18de-eeuwse Madrid.

In Midden- en Oost-Europa zijn ze legio: strijkkwartetten die wereldwijd de concertzalen inpalmen. Althans, die indruk krijg je toch. Zuid-Europa blijft wat achter, maar het Spaanse Cuarteto Casals vormt een welgekomen uitzondering. In het Brusselse conservatorium bracht het viertal samen met Eckart Runge Schuberts magistrale strijkkwintet. Boccherini zorgde voor de onvermijdelijke zuiderse toets.

In Midden- en Oost-Europa zijn ze legio: strijkkwartetten die wereldwijd de concertzalen inpalmen. Althans, die indruk krijg je toch. Zuid-Europa blijft wat achter, maar het Spaanse Cuarteto Casals vormt een welgekomen uitzondering. In het Brusselse conservatorium bracht het viertal samen met Eckart Runge Schuberts magistrale strijkkwintet. Boccherini zorgde voor de onvermijdelijke zuiderse toets.

 

Drie dagen eerder sloten ze in de Londense Wigmore Hall hun Schubert-cyclus af. De Britse pers was lovend over deze reeks ter ere van hun vijftiende verjaardag, en dus waren de verwachtingen voor het concert van het Cuarteto Casals hooggespannen. Kan het ook anders wanneer Schuberts grootste kamermuziekwerk op het programma staat? Maar dit Spaanse kwartet heeft in al die jaren steevast het vaderlandse repertoire – denk Toldrà, Turina, Cervelló, Ruedo en de jonggestorven Arriaga – gepromoot, en blijft dit ook consequent doen. Luigi Boccherini mag dan een volbloed Italiaan zijn geweest – een flagrant anachronisme weliswaar – de man uit Lucca verbleef het grootste deel van zijn leven in Madrid.

 

Wordt Haydn doorgaans de vader van het strijkkwartet genoemd, dan was Boccherini beslist de nonkel. Samen schreven de tijdgenoten meer dan honderdvijftig exemplaren, waarbij deze laatste de grootste duit in het zakje deed. Toch staat de vruchtbare cellovirtuoos tot op vandaag in de schaduw van zijn veel beroemdere Weense collega-componisten. In loondienst van de broer van de Spaanse koning bevond hij zich in Madrid letterlijk in de periferie van het toenmalige muziekleven. Maar in Brussel anno 2013 stond Boccherini's werk tijdens het eerste deel van het concert in het centrum van de belangstelling.

 

Madrileense pop

 

Het Cuarteto Casals speelt zonder vaste primarius. Vera Martinez Mehner en Abel Tomàs Realp wisselen elkaar af op de eerste stoel, en zo was het ook deze avond. Tomàs nam Boccherini voor zijn rekening, en etaleerde tijdens de halsbrekende dubbele solo in de finale van het strijkkwartet opus 32/5 (allegro giusto) een sterk staaltje van zijn technisch kunnen. Vergeten was daarmee diens aarzelende inzet van de eerste beweging (allegro comodo) alsook het afgemeten karakter waarmee sommige motieven door het kwartet werden gearticuleerd: een euvel dat zich vooral manifesteerde in het minuetto. Dat de (kortere) barokbogen na de pauze achterwege werden gelaten, kwam de vrijheid van de muzikanten alleszins ten goede. Het publiek kreeg voorts een statige portie subtiel genuanceerde, soms lichtvoetige galanterie gepresenteerd. Naast de cello, die bij Boccherini altijd wel een streepje voor heeft, waren de vele muzikale figuren opvallend gelijkwaardig onder de vier instrumenten verdeeld.

 

Met het tweede stuk opteerde het Cuarteto Casals voor een merkwaardig, maar populair buitenbeentje uit Boccherini's kamermuzikale oeuvre. Diens programmatische “La musica notturna delle strade di Madrid” lijkt wel onvervalste popmuziek, maar is zo veel meer dan wat veredeld nachtlawaai. Het werk evoceert op zeer originele wijze het geleidelijke ontwaken van een 18de-eeuwse (groot)stad: een dynamiek die de Casals samen met Eckart Runge, cellist van het Artemis Quartett, voortreffelijk neerzetten. Beide maakten twee jaar geleden overigens een mooie cd-opname van dit werk. Boccherini spoorde voor dit strijkkwintet beide cellisten aan om hun instrument op de schoot te nemen en als een gitaar te bespelen, iets wat noch Arnau Tomàs, noch Runge uiteindelijk zou doen. Maar om de ritmische figuren met de nodige kracht en panache te spelen, kwam er zowaar wel een plectrum aan te pas. Absoluut hoogtepunt van de uitvoering was niet de bekende, marsachtige Ritirata – al was het een waardige afsluiter, zwierig en met expressieve accenten – maar de vierde akte rond de rozenkrans. De ronduit hemelse versmelting van timbres tijdens het Il rosario (largo assai – allegro), meermaals onderbroken door al even verheven unisono hymnen, waren zowel een ode aan het talent van Boccherini als de kunde en muzikaliteit van de spelers.

 

Consistentie

 

“De wereld zou een stuk beter af zijn als we onze politieke mandatarissen zouden verplichten in een kamermuziekensemble te spelen. Het zou hen aanzetten samen de violen te stemmen en naar elkaar te luisteren”, zo stelde de Spaans-Catalaanse dirigent en gambist Jordi Savall in een interview in De Standaard (17.01.2013, p. D6-7). En als dat ensemble het vervolgens aandurft om, zoals Savalls landgenoten van het Cuarteto Casals, het meesterlijke strijkkwintet van Franz Schubert aan te pakken, dan zou het met de democratie helemaal de goede richting uitgaan. Want deze geniale muziek – de kroon op 's mans kamermuzikale output – vereist niet alleen veel uithoudings- en inlevingsvermogen, maar stemt daarnaast ook mild, doet nadenken, zet aan tot introspectie. Het vijftal toonde hoe al deze elementen gedurende een onvergetelijke drie kwartier gecombineerd kunnen worden. Vera Martinez Mehner toonde zich als primaria bijzonder toonvast. Balans, samenspel en timing waren allen puntgaaf. De trage delen klonken fragiel en gevoelvol, terwijl de intonatie in de snellere passages geen moment verslapte. Maar uiteindelijk, hoe banaal het ook mag klinken, was het de consistentie doorheen het hele werk dat een groot respect afdwong. Dat dit geen sinecure is, leerde bijvoorbeeld een uitvoering van het kwintet door Gavriel Lipkind en zijn jonge vrienden een maand geleden in AMUZ Antwerpen.

 

De Spaanse armada in de zaal reageerde na afloop van het aanstekelijk jubilerende scherzo reeds bijzonder enthousiast. Een spontaan applaus barstte los. De finale (allegretto) was niet van die aard om dit positieve oordeel nog bij te stellen, integendeel. Accelerando's die naar adem deden happen, werden afgewisseld met prachtige rallentando's en bouwden samen naar de spannende prestissimo climax toe. Na deze uitputtingsslag kwam er onverwachts toch nog een toegift. Het minuetto uit het strijkkwintet opus 11/5 van Boccherini, dé klassieke evergreen bij uitstek, maakte de cirkel rond.

 

De Gentse Handelsbeurs wist het Cuarteto Casals alvast te strikken voor een concert in het najaar. En opnieuw is daar Schubert (naast Haydn en Sjostakovitsj). U komt toch ook?

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: