Gerald Finley en Julius Drake

Gerald Finley, Julius Drake

Tussen de waardevolle vocale ontdekkingen presenteert de Singel in de liedreeks geregeld ook een van de grote zangers of zangeressen. Dat was vorige zaterdag het geval met de bariton Gerald Finley, die ook als operazanger grote faam geniet. Hij had zijn programma samengesteld met twee componisten, Franz Schubert en Gustav Mahler, wat een boeiend homogeen programma opleverde. Het werd een recital van een groot kunstenaar. 

Tussen de waardevolle vocale ontdekkingen presenteert de Singel in de liedreeks geregeld ook een van de grote zangers of zangeressen. Dat was vorige zaterdag het geval met de bariton Gerald Finley, die ook als operazanger grote faam geniet. Hij had zijn programma samengesteld met twee componisten, Franz Schubert en Gustav Mahler, wat een boeiend homogeen programma opleverde. Het werd een recital van een groot kunstenaar.

Schubert was slechts met enkele van de bekende toppers vertegenwoordigd (Im Frühling, Der Schiffer). Finley trok eerder de kaart van bezinning en bedachtzaamheid, zoals de twee Goetheliederen Grenzen der Menschheit en An Schwager Kronos. Hij gaf er een sublieme vertolking van met een bewonderenswaardige tekstexpressie en een interpretatie die de moeilijke inhoud begrijpelijk naar de luisteraar overbracht. Ook zijn vertolking van de ballade Der Zwerg was ijzingwekkend. In het tragische verhaal van de door de koningin afgewezen dwerg kostte het Finley geen moeite de drie stemmen, dwerg, koningin en vertelstem telkens hun eigen idioom te geven. Het Schubertdeel eindigde met Erlkönig, dat Finley met zijn kleurrijke stem tot een hallucinant stukje theater maakte zonder soberheid uit het oog te verliezen of ergens geforceerd te klinken. Slechts één klein minpuntje: het was pas bij het derde lied dat ik de baritonstem van Finley hoorde zoals ik ze ken en verwachtte. De eerste liederen van het programma leek zijn prachtige timbre en stemvastheid even zoek…alsof de inhoud niet helemaal in de stem wilde kruipen.

In de Mahlerliederen voelde Finley zich als een vis in het water of zoals de vissen in Des Antonius von Padua Fischpredigt waar Finley de tongue-in-cheek-satire precies trof, fijn en zonder overdrijving. In zijn Mahlerinterpretatie bewees Finley hoe juist hij de dosering beheerst van “de mix van realisme en fantasie, van tragiek en komedie, het humoristische en het aangrijpende” (citaat tekst programmaboekje David Vergauwen). Zijn heldere baritonstem bracht soepel elke inhoudelijke wending in de tekst tot uiting. Zelfs een ezel kan hij grappig aan het zingen brengen in zijn I-ja in Lob des hohen Verstandes. Hij doorgrondt elke nuance van elk lied en geeft ze vocaal uiting. In de Mahlerliederen volgde Julius Drake hem als een perfecte partner, terwijl ik zijn begeleiding in Schubert wel eens naar het routineuze vond afz(w)akken.  Een geslaagde recitalavond, die de zanger ondanks groot applaus niet ontsierde met bisnummers. 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: