Galya Bisengalieva vertelt contemplatief verhaal over uitdroging Aralmeer

De Kazachs-Britse violiste Galya Bisengalieva verrast op haar debuut-cd Aralkum met een symfonische compositie voor viool, basfluit en elektronica. Haar muzikale verhaal gaat over het uitdrogen van het Aralmeer in Centraal-Azië, een van de grootste milieurampen ter wereld. Zij voert de luisteraar mee vanuit zoete herinneringen, via peilloze vertwijfeling naar een straaltje hoop.  

Ooit was het Aralmeer het vierde grootste meer ter wereld. Maar in de jaren ’60 legden de Sovjetautoriteiten de rivieren die naar het meer stroomden om ter irrigatie van grootschalige katoenteelt. Het zoetwatermeer is inmiddels voor de helft veranderd in de zoutwoestijn Aralkum. De visserijsector is weggevaagd, scheepswrakken liggen te verkommeren. Het beetje overblijvende water raakte vervuild met meststoffen en pesticiden. Het vergiftigde stof dat uit de blootliggende beddingen waait, wordt nu aangetroffen in Noorwegen en in het bloed van pinguïns in Antarctica.

In een interview met Bandcamp zegt Bisengalieva (°1986) over haar jeugd in die regio: “Er was altijd water, maar dat hield ineens op. Het was een door mensen gecreëerde ramp en wij waren triest en wanhopig. Maar wat mij het meest choqueerde was dat deze ramp buiten Kazachstan nauwelijks bekend was.” Zij heeft daarop de koe bij de horens gevat en is vanuit haar huidige woonplaats Londen naar haar geboorteland gereisd om interviews met betrokkenen te maken en archieven te raadplegen. Daarnaast heeft ze veldopnamen uit het gebied beluisterd. Die opnamen inspireerden haar tot imitatie van gierende winden door de spleten van de wrakken en vogelgeluiden van vroeger en nu. In een toelichting bij de cd zegt zij: “Ik werk veel met basfluit en meerlagige strijkers. Daardoor kon ik de muzikale stem van het Aralmeer vrij snel vinden. Bovendien biedt mijn compositiestijl ruimte voor zowel de eentonigheid van het woestijnlandschap als voor stromend water.”

Onverwachte verbindingen

Galya Bisengalieva heeft een bijzonder talent ontwikkeld om onverwachte verbindingen te leggen. Na jaren van driloefeningen op de Russische muziekscholen kreeg zij op 12-jarige leeftijd een studiebeurs om haar vioolstudies in Engeland voort te zetten. Met twee woorden Engels en een rugzak heeft zij die uitdaging opgepakt. Brutaliteit en doorzettingsvermogen brachten haar tot de Royal Academy of Music in Londen. De twee decennia daarna is haar ster stapsgewijs gestegen en treedt zij inmiddels op in toonaangevende zalen binnen en buiten Europa. Op dit moment ligt haar focus op solowerk en improvisaties met het London Contemporary Orchestra, waarvan zij medeoprichtster is. Verder heeft zij haar eigen label, Nomad Music Productions. Haar omnivore aanpak leidde tot verrassende samenwerkingsverbanden met onder andere Steve Reich, Terry Riley, Radiohead, de celliste Hildur Guðnadóttir en het modehuis van Alexander McQueen.

Haar muzikale stijl heeft een eigen stem gekregen als gevolg van rebellie tegen het strakke muziekonderwijs in de Sovjet-Unie en diens orthodoxe pendant in Engeland. Bovendien kreeg zij na jaren concerto’s van Brahms, Bach en Schnittke de behoefte om de viool opnieuw uit te vinden. Zij vergeleek die behoefte eens met een verblijf in een konijnenhol waarin weinig input van buiten komt en je op jezelf bent aangewezen om eruit te kruipen.  De fase waarin zij zich nu bevindt, is op Aralkum goed te horen. Door mede gebruik te maken van elektronica heeft zij nieuwe geluiden ontwikkeld. Haar timbre is een combinatie van op drones gebaseerde muziek en elektronica. Drone is een genre uit minimalistische muziek waarbij tonen extreem lang worden aangehouden. Het zijn vaak brede, slepende geluidsclusters met minimale harmonische variaties. Het geeft een indruk van plechtstatigheid, maar ook van melancholie en vervreemding. Overigens is het gebruik van drones niet nieuw. Voorbeelden zijn 15e-eeuwse Byzantijnse gezangen, Hindoestaanse klassieke muziek, Japanse gagaku en Schotse doedelzakmuziek.

Tevredenheid, rampspoed, hoop

Aralkum is opgesplitst in drie delen: Pre-Disaster, Calamity en Future. De eerste track is meteen het titelstuk en ademt kinderlijke tevredenheid dankzij zangerige vioollijnen en vloeiende harmonieën. Scholen vissen walsen door het stromende water, vogels zingen en zijn verliefd. Golven strelen de oevers tot in de tweede track. Die heet Moynaq, naar de zeehaven die is opgeofferd. De ritmiek is nu onbestemd en de melodielijnen zijn lang en klagend. Hier en daar klinkt een ratel als waarschuwing. Een basfluit kondigt onheil aan. Dat onheil richt zich op het stadje Kantubek, nu een spookstad. De gelaagdheid van de ondertonen kleurt de luisterervaring zwart. Op deze derde track voltrekt zich de ramp. De motieven blijven rommelen en donderen in de onderste registers, meditatief en zonder uitschieters, waardoor de onafwendbaarheid van de gebeurtenis wordt onderstreept. De vierde track vertelt de verdwijning van het eiland Barsa-Kelmes. De bourdonritmen en de suggestie van tikkende uurwerken nemen de luisteraar mee in een dodenmars die eindigt in een wolk van schreeuwende meeuwen. De twee laatste tracks doen vermoeden dat er misschien hoop is. Kokaral is genoemd naar de dam die uiteindelijk de uitdroging onder controle moet brengen en nieuwe kansen op gedeeltelijk herstel kan scheppen. De pizzicati van de strijkers klinken optimistisch, de orkestratie heeft iets meer geur en kleur en er worden voorzichtig hogere toonregisters verkend. Maar de sfeer wordt nergens uitgelaten, laat staan onbevangen. De compositie blijft contemplatief en het slot is een open einde. Het verhaal is verteld, maar het boek is nog lang niet dicht.


  • WAT: Aralkum – Galya Bisengalieva
  • WIE: Galya Bisengalieva (viool, elektronica), Pasha Mansurov (basfluit)
  • UITGAVE: One Little Independent Records
  • FOTO: © Gwenaëlle Trannoy
  • BESTELLEN: JPC

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: