Eugène Ysaӱe en de kracht van zijn virtuoze vioolspel

De rol van Eugène Ysaӱe (1858-1931) voor het Belgische muziekleven en de vioolgeschiedenis kan nauwelijks worden overschat. Hij was één van de laatste virtuozen uit de negentiende eeuw die ook componeerde. Geboren in Luik wordt hij als jongeling opgemerkt door Henri Vieuxtemps, waarna hij zijn veroveringstocht begint in heel Europa, gevierd virtuoos in alle grote zalen van de Europese muzieksteden in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Dank zij de steun van Anton Rubinstein wordt hij ook in Rusland een beroemdheid van Odessa tot Sint Petersburg. Hij is één van de eerste Europese virtuozen die ook in het Amerikaanse muziekleven wordt gevierd. Als King of the Violin staat hij meer dan vijftig keer op het podium in Carnegie Hall, op latere leeftijd wordt hij dirigent in Cincinnati.

Naast virtuoze salonmuziek werd Ysaӱe als componist beïnvloed door de verschillende Franse stromingen in de muziekgeschiedenis van einde negentiende eeuw, het impressionisme van Debussy en de op Duitsland gerichte stijl van César Franck. Violisten kennen de zes sonates voor viool solo, de kroon op zijn oeuvre, een mijlpaal in de literatuur voor viool solo. Ze staan naast de solosonates van Bach en de capriccio’s van Paganini. Meer dan oefeningen in virtuositeit zijn ze meesterwerken van geniale inventiviteit, opgedragen aan collega violisten uit zijn tijd.

Ysaӱe was de spilfiguur, de belangrijkste vertegenwoordiger van de Franco-Belgische vioolschool. Een traditie die door Ysaӱe niet alleen is voortgezet maar door zijn vioolspel ook sterk vernieuwd. Ysaӱe kan de eerste moderne violist worden genoemd. Vooral zijn vibrato en rubato waren vernieuwend, gaven de viool een vrijere en rijkere klank en expressie. Ysaӱe was een vernieuwer, hij vond het vioolspel opnieuw uit, in die mate dat vele componisten voor Ysaӱe werken schreven die vandaag tot het standaard repertoire behoren, zoals de vioolsonate in A majeur (1886) van César Franck of de Poème, opus 25 (1896) van Chausson. Tientallen bekende en minder bekende componisten hebben voor Ysaӱe gecomponeerd, werden door zijn vioolspel gestimuleerd om nieuwe expressieve paden voor de viool in te slaan.

Studio van Eugène Ysaӱe
Raoul Pugno (links) en Eugène Ysaӱe (rechts)

Behalve vioolvirtuoos en componist heeft Ysaӱe een grote verdienste als pedagoog. Mentor en bezieler van heel wat jonge virtuozen, die van heinde en ver naar de villa Chantarelle in Knokke Zoute kwamen om er in de jaren 1920 vioolles te hebben van de meester. Behalve mentor toonde Ysaӱe zich ook een mens met een groot hart, die veel tijd en moeite deed voor zijn discipelen. Een les duurde urenlang, hij had maar twee leerlingen per dag, in de voor- en de namiddag. Op hun beurt gaven zijn leerlingen de kennis en de traditie van Ysaӱe weer door aan hun pupillen. Joseph Gingold, leerling van Ysaӱe, is één van de grote pedagogen die de traditie van Ysaӱe in Amerika doorgaf aan tientallen jonge violisten, die vandaag soms sterren aan het vioolfirmament zijn.

Als melomane en amateur-violiste had koningin Elisabeth goede contacten met Ysaӱe. Hij werd kapelmeester van het koningspaar en besprak met Elisabeth de noden van het Belgische muziekleven en de jonge Belgische musici. Begin twintigste eeuw had Brussel geen volwaardige concertzaal zoals vele andere Europese hoofdsteden. Elisabeth begreep Ysaӱe’s boodschap en in 1929 kon de Henri Leboeufzaal in het nieuwe Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, vandaag Bozar, de deuren openen. Ysaӱe sprak de koningin ook over zijn idee om een wedstrijd op te richten waarbij niet alleen de virtuositeit en technische vaardigheden werden beoordeeld, maar waarbij de violist als veelzijdig uitvoerend kunstenaar werd geschat. Ter zijner nagedachtenis heette die wedstrijd in 1937 de Ysaӱewedstrijd. In 1951 werd de wedstrijd omgedoopt tot de koningin Elisabethwedstrijd.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: