Eenheid in verscheidenheid, het tweeluik Mese Mariano van Giordano en Suor Angelica van Puccini

De Opéra Royal de Wallonie presenteert een aparte en interessante double bill met de combinatie van Mese Mariano van Umberto Giordano en Suor Angelica van Giacomo Puccini. Mese Mariano is een zelden of nooit gespeeld werk van Giordano, die vooral bekend is van Andrea Chénier. Puccini’s opera wordt meestal als onderdeel van Il Trittico gegeven (dus samen met Il Tabarro en Gianni Schicchi).

Het in één voorstelling vertonen van Suor Angelica en Mese Mariano is nochtans allesbehalve uit de lucht gegrepen, want beide opera’s hebben een gelijke ingetogenheid en triestheid van onderwerp. In beide gaat het over de intense wanhoop van een moeder die het verschrikkelijke lot moet ondergaan een kind te verliezen. Bovendien zitten er in de opera van Giordano uit 1911 een aantal scènes die de sfeer van het klooster van Puccini’s Suor Angelica (1918) anticiperen.

Umberto Giordano: Mese Mariano

Het decor van Francesca Mercurio speelt handig in op de kans een eenheidsdecor te ontwerpen dat ook de mogelijkheid voor variatie biedt. De binnenkoer van het weeshuis in Giordano’s Mese Mariano is de binnenkoer van het klooster in Suor Angelica. De zuilenomgang wordt aangepast, de achtergrond met zicht op Napels wijkt voor de centralere ingang van de kerk. Oogt de dia met zicht op Napels ietwat kitscherig het geheel is een mooi en functioneel decor.

© J. Berger

In beide opera’s wordt de hoofdrol door dezelfde zangeres vertolkt, Serena Farnocchia. In Mese Mariano is ze de ongelukkige moeder Carmela, die haar kindje komt bezoeken in het weeshuis. In haar dialoog met Suor Pazienza, een jeugdvriendin, komen we te weten dat ze als jong meisje verlaten is door de vader van het kind. De man met wie ze nadien trouwde, verplichtte haar het kind naar het weeshuis te brengen. Ze gaat even bidden in de kerk, terwijl de zusters het kind gaan halen. Het jongetje is die nacht gestorven, maar Zuster Overste beslist dit niet aan Carmela te vertellen. Ze wordt weggestuurd met de leugen dat haar kind in het koor aan het zingen is als voorbereiding voor de Mariamaand (“Mese Mariano”) en nu niet bij haar kan komen. Wenend verlaat Carmela het klooster. De muziek van Giordano verklankt het schrijnende van de pijn van de belogen moeder.

Serena Farnocchia vertolkt een fragiele en aangrijpende moederfiguur in een verhaal waarin Giordano zijn dramatische visie op het gebeuren vermengt met lyrisch-mystieke klanken. Jammer dat haar stem een wat schril timbre heeft. Het tafereel van de bedrogen en trieste moeder, gesitueerd in een eenvoudige context past helemaal in de periode van het verisme. Na een korte inleiding is er een tafereeltje met de kinderen die op vlotte ritmen spelletjes spelen. Een vrolijke passage, die contrasteert met de tragiek die erop volgt. Bij de aankomst van de Gravin en dan de directeur van het instituut sijpelen stilaan klanken door van onrust.

De dialoog met haar vriendin wordt begeleid door muziek met bewogen accenten en gebroken ritmes die intens aangrijpen. Ze stemmen overeen met de gebeurtenissen van het ellendige leven van Carmela, vooral in haar melodie “Tremante mi accostai“.

© J. Berger

Het delicate intermezzo borduurt voort op de trieste weemoed van de zanglijnen en kondigt al enigszins de fatale afloop aan. Aurore Bureau straalt aristocratie uit als Contessa en Viorica Urmana verpersoonlijkt een vastberaden en koele Moeder Overste.

Deze Mese Mariano laat ons kennis maken met een korte en heerlijke partituur, waarbij we zeker de rol van jonge dirigente Oksana Lyniv niet mogen onderschatten. Ze heeft een klein juweel getoverd van deze compositie, vol verfijning en uitdrukkingskracht. Met de afwisseling tussen simpele passages van couleur locale met episodes van sentiment en klanken vol sombere triestheid componeerde Giordano misschien geen meesterwerk, maar zeker een opera waarbij de muziek de tekst en de gevoelens onderlijnt.

Giacomo Puccini: Suor Angelica

In Suor Angelica krijgen we een al even schrijnend verhaal, terwijl het bij het direct na elkaar beluisteren dan toch opvalt dat Puccini uitmunt door grotere finesse en uiterste nuancering.

De opera uit Puccin’s drieluik speelt zich af in een slotklooster op het einde van de 17de eeuw. Na de geboorte van haar kind is Suor Angelica verplicht in het klooster getreden, om de familie van de oneer te sparen. Ze woont daar al zeven jaar en krijgt nooit bezoek, tot op een dag Zia Principessa komt, een adellijke tante. Suor Angelica moet een document tekenen en vraagt aarzelend naar haar zoontje. Onverschillig vertelt de tante dat het kind al twee jaar dood is. Suor Angelica kan dat bericht niet aan en pleegt zelfmoord, terwijl ze de Maagd Maria smeekt om vergiffenis voor deze daad. Die krijgt ze in het mirakel waarmee de opera eindigt en de maagd met het kind in een heilig licht verschijnt.

© J. Berger

Ook in deze opera botst het treuren over een kind op de hardheid van de buitenwereld, hier op de aristocratische autoriteit van de Zia Principessa. Serena Farnocchia zet een geloofwaardige Suor Angelica neer, die evolueert van de ietwat geheimzinnige en eenzame zuster, die troost en betekenis vindt in de zorg voor de plantjes naar de gefrustreerde moeder die net in die planten de verlossing vindt uit haar lijden. Het fijne intermezzo herneemt al gehoorde zang en wordt in het licht van de gebeurtenissen een perfect notturno, doorspekt met de verbaasde uitroepen van Suor Angelica.

De regie laat Suor Angelica haar zelfmoord voorbereiden zoals het ritueel dat Cio-Cio-San toepast in Madama Butterfly, nog zo’n trieste moederfiguur in Puccin’s oeuvre. De angst voor doodzonde beklemt haar daarbij. Dan voltrekt zich snel het mirakel, in contrast met de wrede realiteit van de zelfmoord. De extatische droom van het kind als een engel in de hemel opgenomen door de Maagd Maria is als een verheven verschijning die in de serene muziek van Puccini de opera verheft boven banale sentimentaliteit. Hemelse stemmen zingen heldere motieven van begrip en nederigheid.

© J. Berger

Serena Farnocchia zingt “Senza mama”, het serene klaaglied aan het ingebeelde kind met de inleving van een zielsdroevige zuster, maar jammer genoeg klinkt ze ook hier enigszins schril en wordt haar stem in de hoogste noten scherp. Viorica Urmana beheerst de scène als een overtuigende en beangstigende Zia Principessa en ze beschikt over door hart en ziel borende mezzo-klanken. Ook hier alle lof voor de jonge dirigente die de nuances en verfijnde kleuren uit Puccini’s partituur met precisie op het orkest overbrengt. Het kloosterleven wordt zacht geïntroduceerd door de zilveren ritmes van de klokken, waarop het serene koor van de zusters invalt en de aangescherpte, smartende noten van de piccolo zich herhalen.

De talrijke nevenpersonages zijn in beide eenakters mooi bezet en vormen een perfecte context waarop de centrale handeling zich afspeelt. Een speciale vermelding verdient daarbij zeker het vlotte en argeloos-vrolijke kinderkoor van de Maîtrise van de Opéra de Wallonie in Mese Mariano. Dit tweeluik van de Opéra Royal de Wallonie is in zijn geheel een mooi en geraffineerd symfonisch-vocaal fresco.

WAT: Umberto Giordano: Mese Mariano / Giacomo Puccini: Suor Angelica

WIE: Lara Sansone [regie], Oksana Lyniv [dirigente], Serena Farnocchia, Viorica Urmana,Sarah Laulan, Patrick Delcour, Julie Bailly en anderen, Orchestre, Choeur et Maîtrise Opéra Royal de Wallonie-Liège

WAAR: ORW, Luik

WANNEER: 6 februari 2022 (laatste voorstelling)

Streaming op Francetvinfo.Fr/culture (vanaf 14-2-2022)

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: