Een oriëntale bloemlezing door Clotilde Van Dieren

Seizoen 2021/2022 stond bij het Belgische label Cypres in het teken van hun 30-jarig bestaan. Dit parelen jubileum vierde Cypres tegelijk met 150 jaar Adolphe Biarent (1871-1916). Dat was een goede gelegenheid om zijn Huit mélodies voor mezzo-sopraan voor het eerst op te nemen met Clotilde Van Dieren (mezzo) en Katsura Mizumoto (piano). De cd La chanson du vent vertelt het verhaal van een gevoelig onderwerp – het oriëntalisme in België en Frankrijk.

Westerse fascinatie met "de Ander"

Al van in de renaissance kende Europa een fascinatie voor de culturele dimensie van het Oosten. De vroegste voorbeelden dateren zelfs vanuit de middeleeuwen. Door zichzelf te onderscheiden van het Oosten (“de Ander”) ontwikkelde het Europese continent haar eigen identiteit. De manier waarop het Westen tegen het Oosten aankeek kende verschillende rages en trends. In dit zogenoemde oriëntalisme wordt het Oosten als ondergeschikt aan het Westen beschouwd. Volgens de Europese benadering is het Oosten onder andere irrationeel en sensueel, in tegenstelling tot de Europeanen die zichzelf beschouwen als rationeel en sterk.

De oriëntalistische houding is niet de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek maar eerder een ideologisch wereldbeeld vanuit het Eurocentrisme. Het idee kende een extreme populariteit tijdens de 19e-eeuwse romantiek en het fin-de-siècle, niet toevallig ook de tijd dat veel landen koloniën hadden. De mystieke, sensuele en magische Oriënt werd een geliefd topoi in de beeldende kunsten, in de literatuur alsook in de muziek.

Muzikaal oriëntalisme

Het centrale werk op de cd is Huit mélodies van Belgische componist Adolphe Biarent (1871-1916). De titel van het laatste lied uit deze cyclus geeft de cd dan ook haar naam. Het gedicht Lied van de symbolische dichter Pierre Quillard opent de cyclus. Deze tekst werd door meerdere componisten op muziek gezet. Zo componeerden de Griekse Emilios Riadis (1880-1935), de Fransman August Chapuis (1858-1933) en de Zwitserse Gustave Doret (1866-1943) elk een eigen versie. Biarents bewerking is echter het opmerkelijkst en springt eruit vanwege de kwaliteit van de muziek.

De begeleiding van “I. Lied” [track 1] weerspiegelt reeds de betekenis van de eerste zin van het gedicht – “Quand sur l’eau changeante”. Het lied begint met een woordschildering. Gebroken akkoorden verklanken het waterspel nog voor de zin  gezongen wordt. Het watermotief verdwijnt tijdens de eerste strofe maar doet weer haar intrede in de derde strofe wanneer de zin “Comme l’eau changeante” klinkt. Het gedicht en de muziek krijgen zo een cyclisch karakter.

De liedbundel zelf bevat dezelfde cycliciteit. Ook in “VIII. La chanson du vent” [track 8] met tekst van Jean Lahor doen gebroken akkoorden opnieuw dienst als muzikale verklanking van waterspel. Hier beelden ze de golven van de oceaan uit.

Het stormachtige karakter van dit lied komt tot uitdrukking in verschillende vocale registers en stijlen. De eerste strofe kent een zorgeloze en vrolijke melodie in het hoge register van de stem. De tweede strofe contrasteert door middel van een recitatief. Het register van deze sectie is lager en heeft een donker karakter. Het begin van de derde strofe herneemt de vrolijke openingsmelodie en gaat verder de hoogte in. Maar in het tweede deel van deze strofe neemt de melodie een sprong naar de diepere registers. Dit in combinatie met extra dissonantie verandert de sfeer van het lied volledig. De woelige ondertoon voor de laatste strofe is gezet en de vocale lijn gaat terug de hoogte in. Ditmaal niet in vrolijke stemming maar in hysterie. Clotilde Van Dieren zet deze koortsachtige passage extra in de verf met haar uitgekiende timbre en tekstplaatsing.

Het oriëntale kantje van Biarents liedbundel is het subtielste van alle liederen op deze cd. Zijn stijl is net als de gedichten suggestief. De tekst kent een sensuele ondertoon en de muziek speelt met dissonantie en mineur-majeur ambiguïteit.

Als contrast wordt de liedcyclus gevolgd door een minder subtiel voorbeeld van oriëntalisme. La Captive (Orientale), Op. 12 (1831) van Hector Berlioz (1803-1869) verwijst zowel expliciet naar het oriëntale bij naam alsook het proces van onderwerping dat volgens literatuurwetenschapper Edward Said eigen was aan het oriëntalisme. Wiegende ritmiek en romantische harmonieën scheppen een idealistisch droombeeld. Saids beschrijving “het Oosten wordt een levend tableau van queerness” is hier perfect van toepassing. Als luisteraar ben je een toeschouwer die via een dromerige, zich herhalende melodie het tafereel van op afstand waarneemt.

Het gekozen lied van Georges Bizet (1838-1875) brengt het oriëntale karakter nog een stapje verder. In Adieu de l’hôtesse arabe [track 12] integreert de componist ideeën van Félicien David (1810-1876) en Francisco Salvador-Daniel (1831-1871) [track 10]. David en Salvador-Daniel waren pioniers in het uitdenken van een oriëntaal modaal muzieksysteem zodat de Oriënt niet langer op “traditionele, westerse harmonie” behoefde verder te bouwen. Dit “authentieke” systeem van modaliteit vond weerklank bij Bizet. Vocale versieringen en het melisme op het einde dragen ook bij aan dit oriëntale karakter.

De cd sluit af met La Caravane, Op. 14 [track 16] van Ernest Chausson (1855-1899). In dit lied wordt gebruik gemaakt van ongewone klankkleuren en heletoonstoonladders om de betekenis van de tekst extra dramatisch in de verf te zetten. Het toont daarmee opnieuw een andere manier waarop het oriëntalisme kan worden verklankt.

Het programma van deze cd is adequaat samengesteld. Er is duidelijk goed over nagedacht welke liederen te integreren en in welke volgorde. Dit duidt op veel onderzoek van het repertoire en het onderwerp. Opmerkelijk is de inhoud van het bijhorende boekje. Het eerste deel over Adolphe Biarent is goed geargumenteerd en onderbouwd. Het tweede deel rond oriëntalisme mist diepgang en context. Er is een gebrek aan kritische omgang met het onderwerp. Het Europese gebruik van iets “oosters maken”, westerse dominantie over de Ander en de versmelting met motieven van kolonisatie worden helemaal niet vermeld. Duidelijk een gemiste kans om dit aan te kaarten.

Dat neemt niet weg dat de uitvoering van dit programma lovenswaardig is. Clotilde Van Dieren weet zowel in haar hoogtes als laagtes haar timbres evenwichtig uit te spelen. Naargelang de inhoud van de tekst klinkt ze de ene keer helder, dan weer donker. De soms snelle wissels in uitvoering getuigen van Van Dierens stemcontrole. Ook de pianopartij moet zeker niet onderdoen. De begeleiding komt op gepaste momenten naar de voorgrond en ook de virtuoze passages weet Katsura Mizumoto fijnzinnig te verklanken. Dit vergeten repertoire is het ontdekken waard.

4/5
  • WIE: Clotilde Van Dieren [mezzo], Katsura Mizumoto [piano]
  • WAT: La chanson du vent
  • UITGAVEN: Cypres CYP8614
  • BESTELLEN: JPC

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC