Dmitri Hvorostovsky en Nicole Carr zegevieren

Nicole Carr en Dmitri Hvorostovsky

Alhoewel hij voor het ogenblik een behandeling ondergaat om een hersentumor te bestrijden, zet Dmitri Hvorostosky zijn carrière voort, zij het met onderbrekingen. Hij was dus in de Royal Opera van Londen voor vier opvoeringen van de serie van “Jevgeni Onegin” van Tsjaikovski in de enscenering van Kasper Holten en gedirigeerd door Semyon Bychkov.

De stem van de Russische bariton heeft niets ingeboet aan kracht en mooie kleur en de zanger beheerst de rol op soevereine manier. Indien hij misschien soms wat houterig en niet volledig geëngageerd overkwam, dan ligt dat vooral aan het concept van de regisseur Kasper Holten die de opera voorstelt als een “flash back” van Tatyana en de personages van Tatyana en Onegin  dansende dubbelgangers meegeeft. Deze jonge versies van Tatyana en Onegin nemen actief deel aan de handeling ten nadele van de zangers die er dan als figuranten bij staan.

Stel u het brieftoneel van Tatyana of het duel tussen Onegin en Lenski voor zonder dat de zangers er zich actief in engageren. Het is frustrerend vooral wanneer de jonge Onegin (Tom Shale-Coates) geen enkele présence heeft en de Australisch sopraan Nicole Car zelf een ontroerende, jonge en mooie Tatyana is met een weelderige en expressieve stem. Lenski krijgt geen dansende dubbel. Hij blijft inderdaad jong aangezien hij het duel met Onegin niet overleeft. De zanger is echter veroordeeld om nog tot het einde van de opera twee taferelen lang als “dode” op het toneel te blijven liggen! De Amerikaanse tenor Michael Fabiano deed het voortreffelijk! Zijn vertolking van de jonge dichter was minder overtuigend en miste vocale soepelheid en emotie. De Italiaanse bas Ferruccio Furlanetto gaf adel aan Prins Gremin maar ook enkele intonatieproblemen. Oksana Volkova (Olga), Diana Montague (Madame Larina) en Catherine Wyn-Rogers (Filipyevna) waren adequate vertolkers en Jean-Paul Fouchécourt een perfecte Monsieur Triquet.

De koren namen actief deel aan de handeling en zongen goed. Onder de geïnspireerde leiding van Semyon Bychkov kreeg de partituur van Tsjaikovski een mooi elan en schitterde in fijn detailwerk met heerlijke houblazers-solo’s en subtiel kleurende strijkers. Aangezien de opera start met de introductie tot het laatste toneel was er maar één decor (Mia Stensgaard) dat als kader diende voor video-projecties (59 Productions) die de verschillende plaatsen en momenten van de handeling moeten oproepen. De kostuums waren min of meer époque (Katrina Lindsay) en de choreografie (Signe Fabricius) weinig geïnspireerd en eigenaardig (Polonaise).

Tags

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: