Die Feen – Richard Wagner 200 jaar

Die Feen, Sebastian Weigle, Oehms Classics

****Het label Oehms bracht een nieuwe opname uit van Wagners opera Die Feen. Hoewel vocaal niet echt een hoogvlieger in vergelijking met de andere opnamen, is het misschien toch een gelegenheid om aan de hand van deze uitgave in het Wagnerjaar deze mooie romantische sprookjesopera te leren kennen.

**** Het label Oehms bracht een nieuwe opname uit van Wagners opera Die Feen. Hoewel vocaal niet echt een hoogvlieger in vergelijking met de andere opnamen, is het misschien toch een gelegenheid om aan de hand van deze uitgave in het Wagnerjaar deze mooie romantische sprookjesopera te leren kennen.

Die Feen was de eerste opera die Richard Wagner volledig voltooide. We schrijven  1833. Wagner was twintig jaar oud en koorleider in Würzburg. Zijn Grosse Romantische Oper was gemodelleerd naar deze van de Duitse romantische opera,  in de lijn van Carl Maria von Weber, Heinrich Marschner en Conradin Kreutzer en veel van de muziek was sterk Beethoveniaans. De opera bleef echter lange tijd onbekend en de première was pas in juni 1888. Dit vijf jaar na de dood van Richard Wagner, ondanks verzet van Cosima, in het Koninklijk Hof- en Nationaal Theater in München. De opvoering was voorbereid door de toenmalige dritter Kapellmeister, de 24-jarige Richard Strauss en de dirigent was de cellist Franz Fischer (1849–1918) die toen Hofkapellmeister was. De opvoering  was een succes. De opera werd later uitgevoerd op andere plaatsen maar kon op lange termijn niet echt  zegevieren. Tot vandaag de dag is de opera grotendeels vergeten en is zelden opgevoerd. De laatste jaren komt daar stilaan verbetering in.

Eerste mislukkingen

Voor Wagner zelf was het werk zijn vierde muzikaal toneelwerk. Van zijn debuutwerk, de ‘grote tragedie’ Leubald voltooide hij alleen de tekst. Aan de toonzetting is hij zelfs nooit begonnen. Van die ene scène en een tenoraria uit zijn  tweede opera (Schäferoper) Die Laune des Verliebten naar Goethe, is niets overgeleverd. Het componeren van zijn opera  Die Hochzeit (Schaueroper of griezelopera) onderbrak hij rond 1832-33 nadat zijn  familie, in het bijzonder zijn zuster Rosalie, de plot verschrikkelijk vond. Begrijpelijk. In 1833 werd het eerste muzikale drama van de toen 20-jarigeWagner opgevoerd. Het betrof een aria ‚Wie ein schöner Frühlingsmorgen‘ met een nieuw allegro: ‚Doch jetzt, wohin ich blicke, umgibt mich Schreckensnacht‘, dat Wagner had gecomponeerd voor Marschners opera “Der Vampyr”.

1833: Die Feen

Begin 1833 begon Wagner vervolgens aan zijn Feen. De literaire oorsprong  van deze opera waren twee fabels uit de tien Fiabe Teatrali van de Venetiaanse toneelschrijver Carlo Gozzi (1720-1806): La donna Serpente (De vrouw als slang) en zijn Il Corvo (De Raaf). Sommige personages uit Die Hochzeit zijn terug te vinden  in Die Feen zoals het koppel Ada en Arindal. Wagners feitelijke tweede opera, de komische opera Das Liebesverbot (of Die Novize von Palermo) over ‘die freie Sinneslust und die Emanzipation der Frau’, naar Measure for measure van Shakespeare, componeerde hij in 1834. Deze opera dirigeerde Wagner in 1836 in het theater van Bethmann, Magdeburg, in première. Dat jaar huwde hij in de Tragheimer Kirche in Königsberg met de actrice Minna Planer (1809-1866) uit Oederan. Wagner had haar in 1834 als lid van de Bethmannschen Theatertruppe,  leren kennen in Bad Lauchstädt, nabij Halle. Tot het jaar van haar overlijden bleef zij ondanks alles dertig jaar lang Richard Wagners legendarische vrouw.

Partituren verdwenen

Hoewel Gozzi's La donna Serpente de bron was voor de plot, nam Wagner de namen van de twee hoofdpersonages in Die Feen, Ada en Arindal, over van Die Hochzeit. Het libretto introduceerde ook een fantastisch thema dat niet in het originele stuk voorkwam. Het libretto bezat tal van thema's en patronen die zouden terugkeren in het later werk van Wagner: verlossing, een mysterieuze vreemdeling, de eis dat de geliefden niet aan elkaar vragen wie ze zijn, lang uitgesponnen verhalen of vertellingen.

Wagner voltooide de partituur van Die Feen in januari 1834. Een poging om de opera in Leipzig opgevoerd te krijgen lukte niet, ondanks de goede relatie die de Wagners er hadden met de culturele scene. Wagners zuster Louise was bvb.  gehuwd met de uitgever Friedrich Arnold Brockhaus en zijn zuster Rosalie was een beroemde actrice in het Theater van Leipzig. Wagner herzag  de partituur van Die Feen in 1834 toen hij hoopte op een productie. Onder de wijzigingen was onder meer het herschrijven van Ada's grootse scène ‘Weh' mir, so nah' die fürchterliche Stunde’ (2de akte).

Nadat de intendanten de  toezegging tot opvoering almaar verschoven, wendde Wagner zich in 1835 definitief af van zijn werk. Vanaf dat ogenblik speelde Die Feen geen rol meer in zijn leven tot Kerstmis 1865. Dan schonk Wagner de originele partituur van zijn opera aan zijn beschermheer koning Ludwig II van Beieren. In 1939 werd deze originele partituur, samen met de originele partituren van Das Liebesverbot, Rienzi, Das Rheingold en Die Walküre, geschonken aan Adolf Hitler voor zijn vijftigste verjaardag. Sinds 1945 zijn deze immense kostbaarheden verdwenen. Misschien is het in de vlammen opgegaan in de Berlijnse Führeropera tijdens de laatste dagen van Hitlers Rijk. Wer weist?

Première

Die Feen” ging pas in première in München op 29 juni 1888 met een cast waaronder een aantal zangers die ook rollen in  latere Wagneropera’s  in première  hadden gezongen. Het is weliswaar de enige Wagneropera die (nog) niet is opgenomen voor televisie-uitzendingen, video of DVD. Er zijn wel een aantal audio-opnamen. De beste was deze  met bekende artiesten in  een live-opvoering o.l.v.  Wolfgang Sawallisch, als onderdeel van de viering van de honderdste verjaardag van de dood van de componist.

De Engelse première was in Birmingham in mei 1969 en de Amerikaanse concertpremière was in  de New York City Opera in februari 1982. In 2009  beleefde de opera haar Franse  première  in het Theâtre du Châtelet in Parijs en de Amerikaanse, geënsceneerde première was door de Lyric Opera van Los Angeles in juni 2010, onder leiding van de Amerikaanse pianist Robert Sage, in het Pasadena Playhouse.

Libretto

De sprookjesopera gaat over de beeldschone fee Ada die haar onsterfelijkheid verliest omdat ze verliefd wordt op koning Arindal. Een interessante vergelijking is deze met de plot van Wagners andere opera uit zijn eerste periode Das Liebesverbot, een opera over ontucht, naar Shakespeare. Daarin moet Isabella haar maagdelijkheid opofferen, ten einde het leven van haar broer Claudio te redden.

De weinige opnames

Er waren tot nu toe drie opnamen van Die Feen beschikbaar. Geen van die opnamen was weliswaar gerealiseerd  in een studio :

1 o.l.v. Edward Downes met April Cantelo (Ada), John Mitchinson (Arindal), Della Jones (Farzana) etc. BBC Northern Symphony Orchestra, BBC Northern Singers. Live, compleet concertopname van 1976. met bonustracks van een opvoering in  1983 door de Weense Staatsopera o.l.v. Sixten Ehrling, met Gundula Janowitz als Ada (Ponto POCD1027)

2 o.l.v. Wolfgang Sawallisch, met John Alexander (Arindal), Linda Esther Gray (Ada), June Anderson (Lora), Cheryl Studer (Drolla), Kurt Moll (Fairy King) etc. live opvoering  maar met verschillende cuts tijdens het Münchense  Opera Festival (1983) (ORFEO C 062 833 F)

3 o.l.v. Gabor Ötvös met Raimo Sirkiä (Arindal), Sue Patchell (Ada), Arthur Korn (Gernot), Birgit Beer (Drolla) etc. live opname in het Teatro Comunale di Cagliari (1998) (Dynamic CDS 217/1-3). U doet er best aan deze cd box aan te schaffen.

Het gebeurt wel vaker dat onbekende opera’s opgenomen  worden door uitvoerders met een mindere stemkwaliteit. Dit is hier helaas een beetje het geval. Hoewel dirigent Sebastian Weigle (°1961) (herinnere u Meistersinger – Bayreuth – 2007) met het Frankfurter Opern- und Museumsorchester Frankfurt hier een meer dan puike interpretatie neerzet van deze onbekende Wagneropera, is de kwaliteit van de stemmen helaas niet in verhouding. Hoewel het een opera betreft van een 20-jarige, was de componist ten overstaan van zijn personages al behoorlijk veeleisend. Dat de opera niet vaak opgevoerd wordt en o.m. daardoor dus niet bekend is, heeft zo zijn redenen. De opera heeft bijvoorbeeld een eerder zwakke eerste akte.

Na de vibrerende sopraanstemmen van Anja Fidelia Ulrich als Zemina en Juanita Lascarro in de rol van Farzana  (recitatief en duet met koor)  is het ondanks de innemende vioolpartij waarmee de scene ‘Was seh ich?’ opent, wachten tot de aria ‘Wohin, wo bist du ?’ van Arindal  (6, 2’,48’’), vooraleer er wat vaart in de muziek komt. Dit na een nogal lang arioso ‘Wo find ich dich?. Zelfs het uitgebreide kwartet ‘O welch ehrwürdige Gestalt’ (Arindal, Gunther, Gernot en Morald) en de Kavatine van Ada ‘Wie muss ich doch beklagen’ bevat in het geheel niet echt veel boeiende muziek.

De tenorstem van Buckhard Fritz in de rol van Koning Arindal is spijtig genoeg niet opgewassen tegen de hoge eisen van de partij en ook sopraan Tamara Wilson als de fee Ada moet te veel inspanning leveren om haar partij naar behoren te kunnen zingen. In het duet ‘Mir wird das freudige Glück?’ horen we stilistisch daarentegen de typische Heiterkeit à la Rienzi van Wagners romantische opera’s uit zijn eerste periode. Eigenlijk kan alleen het koor ‘Heil unserer Königin’ in de Finale I bekoren. Vanaf 3’,50’’ krijgen we wel mooie samenzang tussen de personages Morald en Gernot, en tussen Zemina, Farzana, Ada en Arindal en vanaf 14.7’,04’’ de aanstekelijke triomfmars en het koor ‘Dir tönet freudig unser Jubel. Een af en toe schreeuwerige Ada moet u er bij nemen.

Enkele hoogtepunten

De eerste hoogtepunten bevinden zich in de tweede akte. Zo is er bvb. het indrukwekkend, jawel,  Brahmsiaans klinkend openingskoor dat doet denken aan Tod wo ist dein Stachel uit Ein Deutsches Requiem en Doch uns ist gegeben Auf keiner Stätte zu ruhn uit het Schicksalslied. Daarnaast is er de aria O, musst du Hoffnung schwinden van Lora, de zuster van Arindal (mooi gezongen door de Amerikaanse sopraan Brenda Rae), stilistisch in de lijn Gluck-Mozart-Beethoven-Weber en het uitgelaten koor O König, sei gegrüst in de stijl van Beethovens Koorfantasie, die onze aandacht vragen. Maar het is vooral het guitig en dansant, Zauberflöte-achtig duet Wie? Seh ich recht? tussen de dienster Drolla en Gernot,  na een quasi a capella recitatief in de oude 18de eeuwse stijl, overigens magnifiek gezongen door sopraan Christiane Kerg (Drolla) en bas Thorsten Grümbel (Gernot), dat een heel bijzonder lichtpunt is, in deze tot dan toe niet zo  boeiende operamuziek. Dit duet is trouwens stilistisch de opvolger van het duet tussen Pamino en Tamina. Waar die twee laatsten zingen over hun kinderwens, geven  Drolla en Gernot hier uiting aan hun vreugde elkaar terug te zien. De daarop volgende dramatische  aria van Ada, Begeistern wird auch in die Liebe – 7. 6’29”, vergt dan weer evenveel inspanning van de sopraan als Mozart eist in zijn Königin der Nacht. Jammer dat de partij ondanks bepaalde mooie fraseringen, iets te veel vergt van de stem van de Amerikaanse Verdi-sopraan Tamara Wilson. De door het koor beheerste en meer dan 20 minuten durende Finale II van deze tweede akte, bevat menig interessant muzikaal materiaal. Zo is er de orkestinzet die door zijn tremoli vooruit loopt op de intro van dé Walkürenritt en lyrische hoogtepunten zoals O sieht die holden Kleinen waarin Arindal, aangevoerd door Lora, een ode brengt aan zijn kinderen Die holden Kleinen (8. 3’,47”), (een hoogtepunt in Wagners oeuvre in het algemeen!) en  de samenzang tussen de feeën Zemina en Farzana: Ada, die Bande sind gelöst (begin Track 12). Het Beethoveniaans klinkend  triomfkoor, samen met alle anderen en vooral met Arindal die vreest dat hij waanzinnig zal worden, is een meer dan memorabel moment in Wagners vroege opera’s.

Ook magnifiek is de hemelse, Lohengrinachtige hobomelodie in de aria van Arindal op de tekst Ich seh den Himmel dort sich öffnen (3.2’44”) wanneer hij zijn waanbeeld bezingt dat hij een hinde doodt die eigenlijk zijn betoverde vrouw Ada is. In werkelijkheid bevindt Ada zich versteend in een grot en zal ze later door Arindals lierspel bevrijd worden (Orfeo-Arindal-Tannhäuser, volgt u?). De daaropvolgende repliek van Ada “Meine Gatte Arindal” met enkel begeleiding van houtblazers is een memorabel, lyrisch hoogtepunt dat u zeker niet mag missen en de plechtige passage met de tovenaar Groma – vertrouweling van Arindal – Auf Arindal was zauderst  du? enkel begeleid door koperblazers, is een uitgesproken Wagneriaans en dus niet te missen moment.

Over de derde akte kan ik kort zijn want die steekt vol muzikale hoogtepunten.

Een indrukwekkende introductie wordt gevolgd door drie scènes met daarin een mooie aria van Arindal. Koren worden gevolgd door een terzet tussen Zemina, Farzana en Arindal dat overgaat in de  uitgebreide Finale III. Deze eindigt met een happy end voor  de feeën Zemina als Farzana,  Ada en Arindal en Morald en Lora, de zus van Arindal.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC