De zingende aartsbisschop…

Aartsbisschop André Joseph Léonard

Aartsbisschop André Joseph Léonard van Mechelen-Brussel rolt over de tongen sinds zijn aantreden als aartsbisschop in Mechelen. Toen ik hem hoorde zingen in een gesprekkenreeks die hij samen met zijn opponent Etienne Vermeersch hield voor de VRT- Canvas waaruit bleek dat hij meer wist over klassiek, dacht ik: “Waarom hem niet eens wat vragen?”…

Zo gezegd, zo gedaan. De juiste relatie bracht mij binnen de kortste tijd bij deze minzame medemens. Gek was wel dat ik, bijna buurman, er voor naar Brussel moest, maar ja, hij wilde het gesprek zeker voor de zomervakantie en zijn agenda zit nu eenmaal voller dan de mijne.

Was het God zelf die tussenkwam? Wie zal het zeggen, maar op 100 meter van het bisschopshuis waar de afspraak was, in alle Brusselse drukte nabij het Zuidstation, vond ik een parkeerplaats die bovendien gratis was. De regen zou me dus niet deren voor die enkele stappen van de auto tot de ingangspoort van het oude, maar grondig vernieuwde pand.

“U bent dus van Klassiek Centraal en gisteren vierde u dat feest he? Jammer dat ik er niet kon zijn, echt waar en ik hoop volgend jaar er bij te zijn. Maar ik moest in Waterloo zijn. Neen, niet voor de herdenkingen van de Slag van Waterloo hoor, maar bij de Karmelietessen. Was het mooi? Dat zal wel?” En zo breekt de vriendelijke man het ijs. Je vergeet meteen dat je bij een persoon zit die protocollair op de hoogste ladder van het land staat. Ja, ‘in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’ zo schreef de niet zo bescheiden Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe. Daar zat ik dus, bij iemand die je precies al vele jaren kent, een soort kameraad zeg maar en dat voor iemand als ik die meer naar de kerk gaat om het kunstwerk te bewonderen of om er naar een concert te gaan al was het lang geleden anders. Ook ik ben kind van deze tijd van ontkerkelijking al is er nog meer dan je denkt een band. Het is een beetje bizar allemaal… Terzake nu !

LVM: Muziek is al meer dan 1.000 jaar niet los te maken van de erediensten. We hebben heel wat prachtige muziek te danken aan de religie. Toch zien we dat er, pakweg sinds de jaren 50/60 van vorige eeuw muziek op een veel lager niveau wordt geschreven voor ‘de kerk’…

André Joseph Léonard (verder AJL): De rol van de kunst in de liturgie was altijd zeer belangrijk, zo ook of beter nog, zeker die van de muziek. Het was de bedoeling Schoonheid uit te stralen. De heerlijkheid van God moest geprezen worden en de muziek speelde daar een niet weg te denken rol in. Anderzijds is er dikwijls gebanaliseerd in de muziek de laatste decennia. Toch zijn er nog veel koren waaronder kwalitatief erg waardevolle. Het is van vitaal belang, zeg maar broodnodig in de schoonheid van de liturgie.

LVM: Is het vereenvoudigen van de muziek niet afgegleden naar het infantiele toe en dit om enkele componisten (als ik dit woord mag gebruiken) hun naam te doen klinken?

AJL: Het Tweede Vaticaans Concilie vond dat het volk meer moest kunnen meedoen met de liturgie. Het moest veel meer betrokken partij zijn. Er moest dus ook eenvoudige muziek komen die iedereen kan zingen. Het gregoriaans en al zeker de polyfonie – die zeer mooi en rijk is – werd te moeilijk bevonden en was voorbehouden aan de koren.

Een juiste beslissing was wel het volk zo veel als mogelijk te laten deelnemen, al was het met antifonen, refreinen te laten meezingen. Toch moet er plaats zijn en blijven voor de echte kwaliteit.

(korte stilte)

AJL: Weet u naar wat ik vanmorgen nog geluisterd heb? Naar de Grote Mis in C van Mozart. Dat is zo mooi, maar het is een concert he, dat is geen gewone muziek voor een eredienst meer. “Et incarnatus est”… (de aartsbisschop begint het wat te zingen)… “Dat is 7, 8 minuten oneindige schoonheid. Maar het volk kan het niet meezingen.”

LVM: Moet het volk absoluut alles meezingen? Is het verminderen tot verdwijnen van kwaliteitsmuziek en gregoriaans niet een mede-oorzaak van het leeglopen van de kerken?

(n.v.d.r. Op het tweede deel van de vraag werd niet meteen geantwoord)

AJL: Dat moet niet, al is het toch echt goede zaak dat de kerkgangers kunnen volgen en meezingen zoals ik al zei.

LVM: Akkoord, maar- moet het dan zo banaal? De koralen van Bach of Schütz kunnen de mensen meezingen? Wie het nog kent, zingt toch ook redelijk vlot gregoriaans mee, ondanks het soms aartsmoeilijk is? (Meteen begint de aartsbisschop een van de beter gekende gregoriaanse gezangen te zingen en ik zing kort mee.)

AJL: Kent u André Gouzes? (LVM: neen, die ken ik niet). Hij componeert oosters-geïnspireerde muziek van echt goede kwaliteit. Hij haalt onder meer inspiratie in de abdij van Chevetogne waar het muzikale compleet is. (Ik beloofde de aartsbisschop op zoek te gaan en zo deed ik. Het is een bijzondere ontdekking geworden. Het werk van priester André Gouzes sluit aan bij de orthodoxe gezangen en heeft toch veel van de westerse muziek, is niet te complex, is mee te zingen en veredelend. Het kan dus wel.)

Ook in de Charismatische Vernieuwing zijn er enkele goede gezangen (ik stijger bijna, want ooit woonde ik zo’n viering bij en vond het vreselijk domme muziek) al is er wel veel ‘platvloerse’ muziek bij (meteen krijg ik bevestiging van mijn negatieve ervaring).

Ons zangboek ‘In Jubilate’ is niet zo sterk, muzikaal gezien. Dat is zo, al kan iedereen die liederen vlot meezingen. Heel wat beter vind ik het Duitse ‘Gottes Lob’. Daarin heb je veel koralen uit protestantse tradities die iedereen meezingt  (n.v.d.r. waarmee mijn stelling bevestigd wordt dat deze eenvoud kan en bovendien wél melodisch verantwoord is) en die heb je ook in het Frans. Het is ‘Godwaardig’, als ik het zo mag stellen.

Ach, er is een brede keuze over al die eeuwen, zoals gezegd het gregoriaans, de polyfonie, de latere missen zoals die van Mozart en dan het meer gewone. Zo was er vooral in de jaren 70/80 van vorige eeuw Huub Oosterhuis die een enorme invloed had. Onder meer professor Joseph Coppens van de KULeuven, een exegeet, vond het van het goede teveel en hij had toch wel een punt.

Weet u, de liturgie werd eigenlijk banaal. Dit als tegenreactie voor het te stijve en strenge van voordien. Daarom moest ook de priester naar het volk staan en niet meer met de rug naar het volk al staat hij nu met de rug naar God. Misschien werd de priester wel teveel de animator. Het banaliseren blijft nog aanhouden. Voorgangers houden zich niet aan de structuur van een eredienst, zoeken teksten op het internet en geven geen aandacht meer aan het biddend lichaam. Het zitten, het knielen, het rechtstaan is betekenisloos geworden. Men blijft gewoon zitten, en zo vergaat het ook de muziek. Zoals het biddend lichaam deel is van de liturgie, zo is dat ook met de  muziek.

De Franse jezuïet Jospeh Gelineau (1920-2008) componeerde muziek op àlle psalmen. Die zou u eens moeten beluisteren. Zeer mooie muziek is het. Mijn broer Paul (+ 8.5.2012) paste veel psalmen aan zodat ze konden gezongen worden in de Anglicaanse liturgie. Hij was componist en een specialist van barokmuziek. Hij was musicus.

Met deze herinnering aan zijn broer, priester muzikant, sluiten we het gesprek af. De aartsbisschop doet me uitgeleide en schudt me nog hartelijk de hand nadat hij eerst nog even de nodige informatieve vragen over Klassiek Centraal stelde. Het voorziene half uur liep uit tot een gesprek van net geen vol uur. Ik leerde een muziekminnend man kennen, gastvrij en met pretoogjes, met humor en het gesprek meer dan eens omzettend in zingen. Zo iemand heeft iets ‘zalig’ ook al is het zingen geen van de acht zaligheden of toch want … er is muziek die toepasbaar is op elke van die acht zaligheden. Kijk het maar eens na…

Tags

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: