De levenslustige lichtheid van het nonet

Hoe meer zielen, hoe meer speelvreugd, zo bevestigt Oxalys met overtuiging op zijn nieuwste album. Het Brusselse kamermuziekensemble, voor de gelegenheid met z’n negenen, wordt daarbij geholpen door de goedgeluimde, beeldrijke en hoogstpersoonlijke muziektaal van Nino Rota, Hanns Eisler en Bohuslav Martinů. Maar wat heeft dit drietal, of hun composities, met de Messerschmitt Kabinenroller 200 vandoen, die in volle glorie op de cd-hoes van Nonetto staat te blinken? 

Eén ding is zonneklaar: deze driewieler van Duitse makelij is veel te klein om er negen musici, met of zonder instrumenten, in te stouwen. Heeft iemand onder hen misschien een boontje voor oldtimers? Toch wel, bekende Koenraad Hofman op Klara. De bassist van Oxalys kreeg het idee toen hij op een oude foto van dit dwergautootje botste. Daar stonden ook negen omstaanders op, die zich aan de futuristische tweezitter met het vliegtuigstuur en de guitige rondingen vergaapten. Bovendien rolden deze micromachines aan het einde van de jaren ’50 van de band, en laat dat nu net de periode zijn waarin zowel Nino Rota als Bohuslav Martinů met hun nonetten voor de dag kwamen. De glimmende Kabinenroller, afkomstig uit de collectie van Autoworld Brussels, siert dus niet voor niets de cover van deze nieuwe uitgave op het Belgische label Passacaille. Meer zelfs, het plaatje prikkelt de nieuwsgierigheid en maakt komaf met het versleten cliché dat cd-hoezen van klassieke musici dodelijk saai zijn en er allemaal hetzelfde uitzien, zoals Marie François onlangs nog in rekto:verso betoogde. In een verder pertinente bijdrage overigens, waarmee de pianiste de stereotypering van klassieke muziek net wilde afzweren.

Positivo met een hoekje af

François verwijt haar sector onder meer een gebrek aan durf en inspiratie. “Daarom: wees onvoorspelbaar, lieve collega’s, wees grillig.” Nou, met de drie stukken die samen Nonetto vormen, beantwoordt Oxalys deze oproep met verve. Om te beginnen door aan zijn/haar vaste kern van strijkers, fluit en klarinet een handvol gastspelers toe te voegen. Door de onorthodoxe bezetting ook, die precies dat extra vijftal oplevert, meer nog in het tweede nonet voor drie violen, contrabas, fluit, klarinet, fagot, trompet én percussie van Hanns Eisler (H. 374) dan in de werken van Rota en Martinů. Want daarin wordt de enigszins traditionele, door Louis Spohr (1784-1859) in 1813 geconcipieerde combinatie van blaaskwintet en strijkkwartet – waarbij de tweede viool plaatsmaakt voor de contrabas – aangehouden. Maar bovenal door het uitgekozen repertoire zelf dat, hoewel zelden opgenomen, bruist van de vitaliteit, doorgaans bijzonder capricieus is en getuigt van een verbluffende rijkdom aan ideeën. “De muziek van Rota en Martinů stralen die typisch positieve attitude van de jaren ’50 uit, van een ongebreideld geloof in de toekomst, maar dan wel met een hoekje af”, zo luidt het bij Toon Fret in onderstaande video. “We komen eigenlijk terug in een soort van neoklassiek en een absolute ontkenning van elke zwaarte. Lichtheid is essentieel.” En dat maakt het geheel volgens de fluitist heel aangenaam en tegelijk spannend om naar te luisteren.

Het Nonetto van Giovanni Rota, geschreven in 1959 maar nadien meer dan eens herwerkt, is inderdaad een goedgeluimd stuk dat de luisteraar bij herhaling een lach op het gezicht tovert. Hoewel Nino talrijke opera’s, ballet- en orkestmuziek, vocaal werk en een veelzijdig kamermuziekoeuvre naliet, toont deze avontuurlijke, vijfdelige rollercoaster aan dat de composer in crime van Federico Fellini (1920-1993) veel meer was dan hét icoon van de 20ste-eeuwse Italiaanse filmmuziek. Francesco Lombardi, jarenlang conservator van het Rota-archief in Venetië, omschrijft dit nonet als “une des synthèses les plus réussies de son art.” En die geslaagde synthese slaat de studieronde resoluut over. Het Allegro neemt daarentegen de vlucht vooruit, en doet dat in volle vaart: als ware het een heuse estafetterace waarin hobo, fluit en viool het stokje glansrijk aan elkaar doorspelen. Ook in wat volgt, en als het er even wat gezapiger aan toegaat, vallen de protagonisten elkaar sierlijk in de rede. Noch voor de uitvoerders, noch voor het publiek heeft deze zwierige ouverture met haar Mozartiaanse speelsheid een moment van verveling in petto. Eenzelfde amusante en bij momenten abrupte afwisseling tussen een spitant discours en beheerst badineren maakt ook van het levenslustige Allegro con spirito en de geestdriftige finale (Vivacissimo) een grandioos schot in de roos. En dan hebben we het nog niet eens over de Canzone met vijf variaties gehad, de voorlaatste en tevens veruit langste beweging van het werk, waarin het plechtstatige lied in kwestie (Allegretto calmo) aan de hand van opeenvolgende ritmische ingrepen wordt omgewerkt tot een olijke, zichzelf nadrukkelijk relativerende mars. Het Nonetto van Rota is een kamermuzikale parel, die dankzij een geïnspireerd Oxalys in al zijn pracht kan schitteren.

Optimistisch verlangen

Een andere samenstelling, maar evenveel inlevingsvermogen komt ook het tweede nonet van Hanns Eisler ten goede. Dat we opnieuw beeldrijke muziek voorgeschoteld zouden krijgen, leerden we vooraf al uit de begeleidende tekst van Olivia Wahnon de Oliveira. In het viertalige inlegboekje licht de bibliothecaris van het Brusselse conservatorium toe dat het Nonet nr. 2 ontstond tijdens Eislers verblijf in Mexico-Stad, eind 1940, begin 1941, toen hij daar de muziek schreef voor John Steinbecks documentairefilm The Forgotten Village. Dit ruim één uur durend relaas over ziekte, dood en genezing in een afgelegen en nog ongerept Mexicaans indianendorp, stelde de Oostenrijkse (Oost-)Duitser voor een naar eigen schrijven vreselijk moeilijke opgave, aangezien de score quasi non-stop moest doorlopen. Ondanks de aanzienlijke hoofdbrekens, distilleerde de ontheemde componist uit deze soundtrack een suite die eerst nog uit acht en later uit tien korte delen ging bestaan. Zonder beelden schiet de suspense bij het aanhoren van deze verhalende stukjes er bij in. Maar hun bijwijlen mysterieuze karakter blijft even treffend doorheen de ritmisch veelkleurige partituur sluimeren. Oxalys blaast dit nonet zowel letterlijk als figuurlijk leven in, geeft doortastend invulling aan de soms subtiel wisselende tempi – getuige het Comodo, om maar één voorbeeld te noemen – en doet dit alles zonder de balans uit het oor te verliezen. Ervaring drijft hier duidelijk boven. Net als de overbekende ritmiek uit de titeltrack van Mission: Impossible, zo lijkt het althans, onverwachts, bij aanvang van de Marcia funèbre a la Mexicana. Heeft Lalo Schifrin (°1932), nota bene een Argentijn, zich hier door Eisler laten inspireren? Of vond de muzikale assimilatie eerder al bij zijn Europese collega plaats?

Nog veel langer dan Eisler zag ook Bohuslav Martinů zich van zijn geboortegrond verstoken. Niet omwille van een Joodse achtergrond of communistische sympathieën, wel omdat de Bohemer in 1923 in Parijs ging studeren en nadien naar de VS op de vlucht sloeg voor het oprukkende oorlogsgeweld. Tot een terugkeer kwam het uiteindelijk nooit. Het IJzeren Gordijn, en de gewelddadige mistoestanden die zich daarachter voltrokken, drukten die vurige hoop de kop in. Maar wat fysiek niet wou lukken, betrachtte Martinů met notenpapier: thuiskomen. Iets waar hij met het tweede Nonet uit 1959, zijn kamermuzikale zwanenzang die hij in januari voor een ensemble uit het moederland componeerde, met vlag en wimpel in slaagde. Er waait een opvallend opgewekte wind door het Poco Allegro, die met toepasselijke lichtvoetigheid wordt verklankt. Ook het finale Allegretto heeft diezelfde aanstekelijke microbe te pakken, en pakt aan het einde uit met een optimistische ode aan de eigen geboortestreek. Maar het meest openhartig toont Martinů zich in het tussenliggende Andante, waarin diens hoogstpersoonlijke hunkering in beheerste, knap gefraseerde solo’s en indringend samenspel wordt vertaald. Verlangen houdt mensen in leven, ook na de dood, zoals de muziek van Martinů en deze negen musici, samen met opnameleider Benjamin Dieltjens, ons doen inzien.

Oxalys speelt vandaag, 6 juli, een thuismatch tijdens het Brusselse Festival Midis-Minimes. Bent u benieuwd of ook het Trio voor klarinet, cello en piano van Nino Rota zo’n vreugdevolle toon aanslaat, neem dan vanaf 12u15 zeker plaats in het pluche van de concertzaal van het conservatorium. Om achteraf een exemplaar van Nonetto aan te schaffen… voor een encore waar u gegarandeerd nog veel plezier aan zal beleven!


  • WIE: Oxalys [Shirly Laub (viool), Frédéric d’Ursel (viool), Elisabeth Smalt (viool, altviool), Amy Norrington (cello), Koenraad Hofman (contrabas), Toon Fret (fluit), Piet Van Bockstal (hobo), Nathalie Lefèvre (klarinet), Pieter Nuytten (fagot), Anthony Devriendt (hoorn), Bram Mergaert (trompet), Titus Franken (percussie)]
  • WAT: Nino Rota (1911-1979) – Nonetto | Hanns Eisler (1898-1962) – Nonet nr. 2 | Bohuslav Martinů (1890-1959) – Nonet nr. 2 (H. 374)
  • UITGAVE: Passacaille (PAS1103)
  • FOTO’S: © France Dubois
  • LINK naar het YouTube-kanaal van Oxalys

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

[bsa_pro_ad_space id=3]

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC