Contius-Bach Festival: een terugblik en een vooruitblik!

In dit artikel vindt u een terugblik op een bijzondere primeurhet eerste Contius-Bach Festival! In onderstaand beeldverhaal kunt u deze unieke tijd herbeleven. Maar allereerst een blik in de nabije toekomst: het vijfde recital in de bijzondere reeks van 18 concerten, waarin internationale young professionals het volledige orgeloeuvre van J.S. Bach uitvoeren op een instrument dat daarvoor zeldzaam geschikt is: het Contiusorgel in de Leuvense St.-Michiel Vredeskerk. 

Op dinsdag 20 september, om 20:30 uur, speelt Emmanuel Arakélian een recital waarin zowel de intieme poëzie als de grandeur van Bachs orgelmuziek tot klinken komen. Bestel uw kaarten via deze link

Emmanuel Arakélian (Avignon, 1991) geldt als één van de jonge Franse orgelbeloftes. Na zijn studies orgel en klavecimbel aan het Parijse Conservatoire National Supérieur viel hij in de prijzen bij de concoursen van Lausanne en Béthune. Momenteel is hij als docent verbonden aan het conservatorium van Marseille, en is hij organist van het indrukwekkende historische orgel van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume.

Zijn Leuvense concertprogramma beslaat, naast een kleurrijke palet aan kleinschalige koraalbewerkingen en een letterlijk lichtvoetige triosonate, ook het grootse Preludium en fuga in b klein, BWV 544, zo indringend beschreven door romancier/bioloog Maarten ‘t Hart:

In het Preludium in b klein wordt een bitse, scherpe, bijna kwaadaardige, Hitchcock-achtige schemerwereld opgeroepen. Het is alsof Bach de ellende van de twintigste eeuw voorzag. De fuga sluit naadloos aan bij deze overweldigende bitsheid.

Maarten 't Hart, in: Johann Sebastian Bach (Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000)

Het eerste Contius-Bach Festival: een terugblik!

Begin juli was het in de Leuvense Michielskerk een drukte van belang: een week lang stond de orgelmotor zelden stil, verbond een radioteam de kerk met het hele (buiten)land, wierpen internationale gasten nieuwsgierige en gretige blikken naar het orgelbalkon, en klonk bovenal het orgel in al zijn schoonheid!

Op vrijdag 1 juli vond het openingsconcert plaats: het orgelechtpaar Annette Richard en David Yearsley wekten de familie Bach tot leven in solistische én vierhandige muziek. De rode lamp op de foto hierboven waarschuwt: ook het radiopubliek van Klara, in het hele land en daarbuiten, kan meeluisteren! Bovendien konden concertbezoekers door middel van een videoverbinding (met dank aan technische creativiteit van teamleden Wim Winters en Daan Geysen) ook de verrichtingen op het orgelbalkon volgen. Zo gaven de tedere, vierhandige verstrengelingen van het orgelechtpaar (foto boven rechts) een bijzonder schouwspel!

In een geïmproviseerde radiostudio, in de zaal naast de kerk, gaven verschillende betrokkenen interviews. Hieronder orgelbouwer Joris Potvlieghe en Bernard Foccroulle, voorzitter van de Artistieke Raad, geïnterviewd voor Radio Klara. Behoorlijk serieus, zo te zien!

Nog vier concerten volgden, waarbij het orgel niet alleen als solist klonk (Pieter van Dijk (Alkmaar) en Benjamin Alard (Parijs)), maar ook als liturgisch instrument werd gepresenteerd  (David Burn (Leuven)) en als begeleidingsinstrument fungeerde in de barokensembles “a nocte temporis” o.l.v. Reinoud van Mechelen en “In Alto” met Bernard Foccroulle.

Hierboven: Pieter van Dijk en Benjamin Alard bij hun gezamenlijke concert. Wellicht een intens, artistiek gesprek? We zullen het nooit weten... Rechts: Bernard Foccroulle blijkt ook een kundig balgentreder, tijdens een demonstratie van de authentieke windtoevoer, zonder elektrische motor.

Het Contiusorgel kreeg tijdens het Festival de nodige concurrentie! Twee prachtige clavichorden, genereus ter beschikking gesteld door Joris Potvlieghe (bouwer van zowel het orgel als de clavichorden) en Wim Winters, bekoorden het publiek én de spelers met hun zachte krachten. De instrumenten “logeerden” tijdens het Festival in het Hollands College, een prachtig laat-barok gebouw, dat een gedroomd decor vormde voor Winters’ clavichordrecital, waarin Bach, Mozart en Beethoven elkaar als oude bekenden leken te ontmoeten. 

In de 17e en 18e eeuw was het clavichord bijzonder populair. Het eenvoudige maar hypergevoelige mechaniek maakt het tot een ideaal en kritisch studie-instrument, waarop organisten hun techniek kunnen bijslijpen, maar geeft het ook unieke dynamische mogelijkheden, waardoor veel oude klaviermuziek er extreem expressief op kan klinken. De instrumenten waren nauwelijks veilig voor het nieuwsgierige publiek:

Zowel het orgel als de clavichorden waren ook het toneel van een reeks privé-lessen aan jonge klavierspelers, gegeven door de uitvoerende organisten. De authentieke bouwwijze van de instrumenten stelt eisen aan de techniek van de moderne speler. Wanneer de speler de benodigde sensitiviteit en flexibiliteit ontdekt, openen zich nieuwe expressieve horizonten. 

Het Festival bood uiteraard ook allerlei mogelijkheden tot formele en informele ontmoetingen  tussen publiek en musici. Een inspirerend symposium vond plaats in het Hollands College, waarbij het Contiusorgel vanuit verschillende perspectieven belicht werd door organisten en orgelbouwers: het orgel als ambachtelijk werkstuk, het orgel als leermiddel, als deel van het Leuvense orgellandschap, en als aanjager van projecten met een (inter)nationale uitstraling.

De Contius Foundation kijkt terug op een bijzondere en geslaagde eerste festivalweek, en kijkt alvast uit naar een nieuwe editie!

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: