Cellist Gavriel Lipkind in Vollezele

Cellist Gavriel Lipkind in recital op Weg van Klassiek!, augustus 2011

Het Pajottenland en de Zennevallei zijn “Weg van Klassiek!”. Het voorbije weekeinde was het snoepen, letterlijk en figuurlijk, van een mooi aanbod eten, wandelingen én klassieke muziek in dat in grote mate nog ongerepte Pajottenland en de Zennevallei. Dat polyfone heuvellandschap, de boerderijen, de knotwilgen, de kerkjes, de kastelen, ze spreken aan. 

Het Pajottenland en de Zennevallei zijn “Weg van Klassiek!”. Het voorbije weekeinde was het snoepen, letterlijk en figuurlijk, van een mooi aanbod eten, wandelingen én klassieke muziek in dat in grote mate nog ongerepte Pajottenland en de Zennevallei. Dat polyfone heuvellandschap, de boerderijen, de knotwilgen, de kerkjes, de kastelen, ze spreken aan. Toch is dat stukje Vlaanderen niet dé toeristische trekpleister en gelukkig maar dat de massa afwezig blijft of de boerderijen werden al gauw buildings en mastodonten van hotels en andere lelijke gebouwen zouden het landschap en de dorpszichten vernietigen. Een aantal culturele organisaties sloeg de handen in elkaar om ‘het betere’ publiek naar dat Pajottenland en die Zennevallei te lokken met een opvallend gevarieerd totaalpakket klassieke muziek, natuurgenot en tafelen.

Klassiek Centraal luisterde aandachtig in het kerkje van Vollezele op vrijdagavond 26 augustus. De weergoden waren de aanwezigen genadig want het regende van de hele dag niet. Wat het wel ‘regende’ was een overweldigende celloklank van de wereldburger Gavriel Lipkind. Hij speelde met een andere strijkstok dan normaal. Zijn goede strijkstok – elke strijker heeft een nog hechtere band met de strijkstok dan met het instrument zelf – was sinds een week stuk en met deze stok kon hij zich niet echt geven zoals anders, aldus de musicus. Dàt nieuws vertelde hij bij zijn eerste bisnummer. Hoe zou hij dan spelen met zijn ware unieke enige echte strijkstok?

Lipkind opende het concert met een kort werkje Ricercar nr. 5 van Domenico Gabrielli. Met dat werkje kon hij mijn hart niet veroveren. Lag het aan de strijkstok? Wie zal het zeggen maar wat niet aan de strijkstok lag was het niet al te toonzuivere spel. De ‘oei-wat-zal-het-worden’gedachte maakte zich van mij meester. Maar dat was buiten Johann Sebastian Bach zijn derde suite in C voor cello gerekend. Lipkind werd wakker, en hoe. Ik hoorde zijn opname al op cd, een topstuk dat elke liefhebber van die reeks cellosuites zou in huis moeten halen, maar op het podium zag en hoorde ik hem nooit eerder aan het werk. Wat een geluk dat ik daar in dat kleine kerkje met het mooie barokinterieur zat. Tot nu toe vond ik onze eigenste Roel Dieltiens de absolute nummer één onder de levende cellisten voor (onder meer) die cellosuites maar Lipkind steekt hem zo goed als de loef af. Alleen de Sarabande was wat leeg en het ontbrak aan de noodzakelijke versieringen die Bach duidelijk voorgeschreven heeft. Adembenemend was de Gigue. Zo cello spelen dat kunnen er maar een handjevol. Alle denkbare nuances, het ontzettend zachte inzetten en neerleggen, zijn pianissimo’s zijn zonder voorgaande en de kracht, het leven, het bruisen van de cello in de tutti is grandioos. Je hoort als het ware een orkest. Dat is ook wat hij wil, de solo wordt orkest, het orkest wordt solo. Wat een instrumentale rijkdom toch.

Van de onbekende Paul Ben Haim speelde Gavriel Lipkind een werkje waar hij zijn droefnis over het oorlogslijden in verhaalt, een heel lyrisch mooi werk. Als je de naam György Ligeti hoort, dan ben je soms al wat ongerust. Wat ga je horen nietwaar? De Sonata voor cello is prachtig. Het is ook zijn liefdesverlangen en de ontgoocheling die hij ons via dat werk toevertrouwt. De liefde toch, wat een brok inspiratie voor talloze kleine en grote werken. In Dialogo (deel 1) vertelt Ligeti aan zichzelf – een monoloog dus? – hoe zeer zij hem wel wilt maar hij maakt het zich maar wijs want zij is gehuwd, heeft kinderen en hij ziet ze 5 jaar niet. Dan weer… Hij zegt het haar nu wel in een éénrichtingsdialoog al krijgt hij een antwoord: “Vergeet me maar kerel, ik moet je niet!”. Hij gaat naar huis en componeert het tweede deel, een capriccio. Ja, hij moet gepikkeerd geweest zijn de afgewezene. Hij vertelt het in een spetterend stuk harmonie en melodie dat kookt en de stoom afblaast. Schitterend. Dit dan nog vertolkt zoals Lipkind het doet? Dat vraagt om een opname.

Tags

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

<