Duo Kiasma | Polaris
Duo Kiasma: - Pierre Fontenelle, cello - Frin Wolter, accordeon
- Label
- Cypres
- Catalogusnummer
- CYP1693
- EAN / barcode
- 5412217016937
- Verschijningsdatum
- 1 september 2026
Een cello en een accordeon. Op papier lijkt het misschien niet de meest voor de hand liggende combinatie voor muziek van Bach, Rameau en Vivaldi. Wie Polaris beluistert, vraagt zich al snel af waarom eigenlijk. Pierre Fontenelle en Frin Wolter laten beide instrumenten zo vanzelfsprekend met elkaar versmelten dat de ongewone bezetting al na enkele minuten nauwelijks nog als ongewoon wordt ervaren. Strijkstok en balg blijken bovendien verrassend veel met elkaar gemeen te hebben: beide kunnen ademen, zingen, fluisteren en kracht ontwikkelen. Precies die verwantschap vormt het uitgangspunt van deze bijzonder geslaagde nieuwe opname van Duo Kiasma.
Fontenelle en Wolter vormen Duo Kiasma sinds 2016 en hebben zich nooit veel aangetrokken van stilistische grenzen. Hun repertoire omvatte door de jaren heen arrangementen en transcripties van onder meer Bartók en Gluck, maar evengoed muziek van Ennio Morricone en Daft Punk. Gaandeweg kwam barokmuziek steeds nadrukkelijker in hun blikveld. Met Polaris krijgt die ontwikkeling een duidelijke plaats in hun parcours. Bach, Rameau en Vivaldi fungeren als de drie belangrijkste oriëntatiepunten, met enkele verrassende uitstapjes die duidelijk maken dat het duo zijn gevoel voor avontuur onderweg allerminst verloren heeft.
De derde Engelse suite in g, BWV 808, van Johann Sebastian Bach opent de CD en neemt meteen een aanzienlijk deel ervan voor haar rekening. Het is een gewaagde keuze, want muziek die zo sterk met het klavier verbonden is, moet in deze bezetting opnieuw worden gedacht. Duo Kiasma probeert daarbij gelukkig geen klavecimbel na te bootsen. Fontenelle en Wolter zoeken naar wat cello en accordeon zelf aan de muziek kunnen toevoegen. De accordeon kan verschillende stemmen tegelijk dragen en geeft de polyfonie helder vorm, terwijl de cello lijnen kan uitlichten, kleuren en laten zingen. Daardoor ontstaat een Bach die vertrouwd klinkt en tegelijk vanuit een andere hoek wordt belicht. Vooral in de langzamere passages komt de ademende kwaliteit van beide instrumenten prachtig tot haar recht, terwijl in de snellere dansdelen de ritmische beweeglijkheid en de uitstekende verstandhouding tussen beide musici opvallen.
Daarna maakt Polaris een opmerkelijke sprong naar Heitor Villa-Lobos. De beroemde aria uit Bachianas Brasileiras nr. 5 vormt het vertrekpunt voor eigen variaties van het duo. Dat is een bijzonder goed gekozen scharnierpunt binnen het programma. Villa-Lobos keek zelf naar Bach vanuit een heel andere tijd en muzikale cultuur. Fontenelle en Wolter zetten die beweging als het ware voort en voeren het materiaal verder de eenentwintigste eeuw in. Wat begint bij een van de bekendste melodieën van Villa-Lobos, ontwikkelt zich gaandeweg tot iets heel eigens, met uiteindelijk zelfs een flinke dosis energie uit de rockmuziek. Het werkt, omdat het nergens aanvoelt als een effect dat er van buitenaf op wordt geplakt. Het is veeleer een vrije omgang met bestaand muzikaal materiaal, helemaal in de geest van een duo dat arrangement en hercompositie tot een wezenlijk onderdeel van zijn identiteit heeft gemaakt.
Met Jean-Philippe Rameau keert Polaris vervolgens terug naar de achttiende eeuw. Les Tendres Plaintes uit Zoroastre, Lieux funestes uit Dardanus en Air vif en Entrée de Polymnie uit Les Boréades bieden volop gelegenheid om de kleurmogelijkheden van cello en accordeon te verkennen. Hier bewijst vooral Wolter hoe verfijnd een accordeon kan klinken wanneer het instrument niet wordt behandeld als een vervanger van een ander toetsinstrument. De balg maakt subtiele dynamische schakeringen mogelijk, terwijl Fontenelle daar met een warme en soepele cellotoon omheen kan bewegen. De lyrische kant van Rameau krijgt alle ruimte, zonder dat de dansante elegantie van zijn muziek verloren gaat.
Ook de sonate voor cello en basso continuo in e, RV 40 van Antonio Vivaldi lijkt haast voor deze combinatie gemaakt. Hier bevindt de cello zich uiteraard veel dichter bij haar oorspronkelijke rol. Fontenelle kan volop gebruikmaken van het cantabile-karakter van zijn instrument, terwijl de accordeon de continuo-partij een heel eigen kleur geeft. In de Largo's komt de gedeelde adem van beide instrumenten bijzonder mooi naar voren. De Allegro's tonen dan weer een andere kant van het duo: levendig, scherp reagerend en ritmisch alert. De muziek krijgt vaart zonder gehaast te klinken.
Na Bach, Villa-Lobos, Rameau en Vivaldi eindigt de CD met Danny Boy. Het bekende Ierse lied lijkt op het eerste gezicht misschien een buitenbeentje, maar als afsluiter werkt het uitstekend. De melodie leent zich vanzelfsprekend voor de zangerige kwaliteiten van de cello, terwijl de accordeon een instrument is dat als geen ander verbonden is met volksmuziek, herinnering en melancholie. Zo krijgt het album aan het einde een eenvoudige, menselijke directheid. Na alle inventiviteit van de voorafgaande arrangementen blijkt dat Fontenelle en Wolter ook met een melodie die bijna iedereen kent nog iets persoonlijks kunnen vertellen.
Dat is uiteindelijk de grote verdienste van Polaris. Deze CD wil niet bewijzen dat je barokmuziek óók op cello en accordeon kunt spelen. Daarvoor klinkt alles veel te vanzelfsprekend. Duo Kiasma gebruikt de bijzondere combinatie van zijn instrumenten om muziek die we vaak in heel andere bezettingen horen opnieuw te bekijken. Daarbij blijven Fontenelle en Wolter dicht genoeg bij de partituren om hun karakter te respecteren, maar nemen ze voldoende vrijheid om er als musici zelf aanwezig in te zijn. Hun spel is virtuoos waar dat nodig is, maar virtuositeit wordt nergens het doel op zich. Veel belangrijker zijn hun gevoel voor kleur, frasering en onderlinge dialoog.
Ook de opname draagt daartoe bij. Polaris werd van 16 tot 18 februari 2026 opgenomen in het Trifolion in Echternach, met Denis Guerdon verantwoordelijk voor artistieke leiding, opname, montage, mixage en mastering. Cello en accordeon krijgen elk voldoende ruimte en detail, terwijl ze samen één klankwereld blijven vormen.
De fysieke uitgave bij Cypres is verzorgd. De CD zit in een openvouwbare kartonnen hoes en wordt vergezeld van een boekje met foto's en informatie over Duo Kiasma, Pierre Fontenelle, Frin Wolter en de muziek. De totale speelduur bedraagt 54:40 minuten. Polaris, catalogusnummer CYP1693, verschijnt op 18 september 2026.
De titel is goed gekozen. De Poolster diende eeuwenlang als oriëntatiepunt voor reizigers, en ook voor Duo Kiasma lijkt Polaris een plaatsbepaling te zijn: na tien jaar samen musiceren laten Fontenelle en Wolter horen waar hun muzikale kompas hen voorlopig heeft gebracht. Dat blijkt een plek waar Bach en Vivaldi zich verrassend goed thuis voelen naast Villa-Lobos en Danny Boy, en waar cello en accordeon geen merkwaardige combinatie meer zijn, maar eenvoudigweg twee instrumenten die samen ademen.
Polaris is daarmee veel meer dan een geslaagd experiment met een ongewone bezetting. Het is een inventieve, warme en bijzonder muzikale CD die vertrouwd repertoire een ander licht geeft en tegelijkertijd nieuwsgierig maakt naar waar Duo Kiasma hierna naartoe zal reizen.