Bruckner’s Decision • Bruckners Entscheidung

Bruckner’s Decision  Bruckners Entscheidung

In navolging van de film “The Strange Affliction of Anton Bruckner” van Ken Russell uit 1990,  regisseerde Jan Schmidt-Garre (°1962) een film over Bruckners verblijf in 1867 in het kuuroord Bad Kreuzen. Na de behandeling besliste Bruckner definitief componist  te worden…

In navolging van de film “The Strange Affliction of Anton Bruckner” van Ken Russell uit 1990,  regisseerde Jan Schmidt-Garre (°1962) een film over Bruckners verblijf in 1867 in het kuuroord Bad Kreuzen. Na de behandeling besliste Bruckner definitief componist  te worden…

Tot de leeftijd van 43 was Anton Bruckner weinig meer dan een plaatselijke belofte. Hoewel hij zich   onweerstaanbaar aangetrokken voelde tot muziek, zocht hij almaar uitvluchten om te vermijden en uit te stellen dat hij zijn leven zou moeten opbouwen vanuit zijn creatieve ambities. Na elk denkbaar aspect van muziek gestudeerd te hebben werd hij geconfronteerd met de belangrijkste beslissing van zijn leven. Of naar Wenen gaan en componeren, of in Linz blijven als organist, koorleider en muziekleraar. De druk van deze beslissing dompelde Bruckner in een zenuwinzinking. De film toont Bruckners zoektocht naar rust in het kuuroord (Kneippkurzentrum) Bad Kreuzen in Opper-Oostenrijk, waar hij een jonge Duitse architect met de naam Otto ontmoet.

De film dramatiseert deze persoonlijke crisis en Bruckners verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van dit personage. De beslissing van de componist loopt nl. parallel met de strijd van Otto voor of tegen zijn geliefde Sophia. De uitbeelding van hun verblijf in het kuuroord (Kaltwasser-Heilanstalt) met al zijn excentrieke methoden van behandeling door dokter Maximilian Keyhl naar de uitvinding van de hydrotherapie door Vincenz Prießnitz (1799–1851), wordt afgewisseld met flashbacks naar Bruckners jeugd, de tijd toen hij inwoonde in het augustijner internaat van het St. Florian klooster, zijn droom om hoforganist te worden van keizer Maximilian in Mexico, zijn ontmoeting met Richard Wagner en zijn gekunstelde, onvervulde en gefrustreerde relatie met vrouwen.

Anton Bruckner (1824- 1896) durfde aanvankelijk niet toe te geven aan zijn muzikaal talent. Hij werd onderwijzer, leerde orgel spelen, studeerde muziektheorie en werd in 1856 op 31-jarige leeftijd organist van de dom in Linz. Toen hij 43 was maakte hij een geweldige crisis door, te wijten aan zijn  besluiteloosheid hoe het verder zou gaan met zijn leven. Hij ging tussen mei en augustus 1867, in het gezelschap van een priester, drie maanden kuren in het sanatorium van Vinzenz Priessnitz in Bad Kreuzen. De film in zwart-wit gaat over die tijd in het kuuroord. Een fictieve, buitenbeeldse figuur, de architect Otto (de stem van Peter Fricke) wisselt van gedachten met Brucker en raakt met hem bevriend. Hij schrijft over zijn ontmoetingen met Bruckner aan zijn vriendin Sophia, die we wel in beeld zien (Sophie von Kessel). De regisseur laat de kijker middels zijn gedramatiseerde documentaire zien hoe Bruckner tot de slotsom komt voor het verdere verloop van zijn carrière. Zowel de slow-motion beelden als de muziek van Richard Wagner (die in de figuur van acteur Joachim Kaiser, Bruckner ontmoet), spelen een grote rol in deze meditatieve, filosofische film.             

de noodzaak van een bepaling

De film in zwart-wit, brengt door zijn rustig tempo en zijn lange shots iets van de gelijkaardige, uitgebreide structuur van het fenomeen “tijd” in Bruckners muziek. Zijn ongebruikelijk perspectief wordt gekenmerkt door het plotseling verschijnen op hetzelfde moment van biografische details. De film is bijzonder authentiek daar waar fictie erbij komt. Het tuimelen door het doolhof van de liefde en de angst is Jan Schmidt-Garre's trage verkenning van het besluit van Bruckner om zijn genie te volgen.

Schmidt-Garre verfilmt de crisis, de mentale strijd en het keerpunt van de componist als  een filosofisch essay over de noodzaak van een bepaling. Gebaseerd op Kierkegaards “Enten-Eller” behandelt de film de menselijke vrijheid en de noodzaak van beslissingen zonder psychologische verklaring. Beeld en geluid zijn in deze meditatieve zwart-wit film grotendeels ontkoppeld van elkaar en de muziek van Bruckner en Wagner spelen een zelfstandige rol. Wie wil tasten in het innerlijk van de personages  moet vertrouwen op zijn gevoel en de muziek en op gedachten zoals deze van Sophie aan het eind: "Wat is vrijheid waarin alles mogelijk is, tegen de prijs dat niets echt werkelijk is?" De acteur  Joachim Bauer die Bruckner vertolkt, imponeert omwille van zijn opvallende gelijkenis met Bruckner in 1854, een elegant geklede man met kortgeknipt, zwart haar en een zwierige snor. Ook foto's van 1868 tonen nog een krachtige man in de bloei van zijn leven en niet zoals op de meer vertrouwde foto’s en schilderijen van Bruckner met het gezicht van een oude man.

In de hele film spreekt niemand direct, afgezien van een paar instructies van verpleegkundigen en geluiden die gepaard gaan aan het zwemmen in het meer. We horen de tekst van een fictieve briefwisseling tussen een onzichtbare patiënt en zijn jonge bruid die haar verblijf in Bad Kreuzen als een vlucht of ontsnapping ziet. Naast deze belangrijke dialoog worden enkele passages uit brieven van Bruckner geciteerd, o.a. uit zijn onbeheerste en opdringerige liefdesbrief aan de slagersdochter Josephine Lang. Tijdens de spannende stroom van zwart-wit beelden die het ritme van het verblijf in het kuuroord volgt, gedomineerd door de repetitieve rituelen van kuren en baden, duiken fragmenten op van Bruckners muziek. Niet als achtergrond, maar als fragmenten van ideeën die de ziel van de componist geleidelijk stabiliseren. De koudwaterbad methoden van Dr. Prießnitz zijn het laatste toevluchtsoord en de incubatie vóór de definitieve beslissing om symfonicus te worden. Pas na zijn verblijf in het kuuroord zal Bruckner zijn belangrijkste werken componeren. In de loop van de film rijpt  het definitieve besluit om zijn buitengewone talent te aanvaarden en om stil en in zichzelf de gevolgen daarvan te dragen en te aanvaarden.

een dynamisch proces

De instelling en haar omgeving en de behandelingen treden in de film als vormgevende krachten op de voorgrond. Het is alsof het publiek zelf wordt behandeld. Langzaam voel je de kracht van de rijke verscheidenheid aan water, gedachten en gevoelens. Zorgvuldig en waakzaam verkent Schmidt-Garre de mysterieuze, uiteindelijk niet op te sporen weg van en naar het genie, als een dynamisch proces met een heel eigen tempo. Bruckner zit op een steiger aan het meer en luistert naar zijn hart waarin Wagners 'Tristan' weerklinkt. Tot tijdens deze meditatieve stemming iemand in het water springt, gevolgd door nog iemand. Bruckner ziet verlangend en bewonderend een meisje vrolijk met haar geliefde in het water spelen en slaat zijn handen voor zijn gezicht. De "Tristan" muziek heeft hem geen ogenblik verlaten, zij streeft naar Bruckners onvermijdelijke, mentale ineenstorting. Geen beelddramatiek, alleen de handen voor het gezicht. Dan rent Bruckner vervolgens door de regen langs het meer. We zien een eenzame man lopen met een breedgerande hoed en zwarte geklede jas alsof hij beslist weet waar naar toe. Anton Bruckner, de beroemde orgelimprovisator en componist  is op de vlucht voor de woede om de erotische zinloosheid en de onvermijdelijkheid van zijn eigen genialiteit. Maar hij heeft beslist. Dat weten we door zijn muziek. En die moeilijke beslissing maakte zijn muziek alleen maar krachtiger. De film van Jan Schmidt-Garre is net als Bruckners muziek, poëtisch en mooi, met een gevoel van tijdloosheid. De "Anton-Bruckner-Quelle" in het Pfarrerwald herinnert vandaag nog in Bad Kreuzen aan het verblijf van de “Musikant Gottes”.

Interessant om weten is dat de regisseur filosofie studeerde bij de jezuieten in München en een proefschrift schreef over het semiotisch aspect van Wagners “Ring”, dat hij regisseurs als Rudolf Noelte, Jean-Pierre Ponnelle, David Esrig, Joachim Herz en Harry Kupfer assisteerde op festivals in Salzburg en Bayreuth en aan operahuizen in New York en Dresden, en dat hij muziektheorie en orkestdirectie studeerde bij Sergiu Celibidache, over wie hij in 1992 een indrukwekkende documentaire heeft gemaakt. En ook interessant om weten is dat er in de film muziek gebruikt wordt van de nu totaal vergeten Spaanse componist Sebastián Iradier Salaverri (1809-1865) die een Habanera componeerde die we nu kennen met de tekst "L'amour est un oiseau rebelle"…

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC