Bijenkorf viert zijn veertig jaar

Het Orlando Festival, het oudste kamermuziekfestival van Nederland, blaast deze zomer veertig kaarsjes uit. Het “briljante idee” van veertig jaar geleden – dixit artistiek directeur Henk Guittart – om meer ervaren musici, opkomend talent én amateurensembles op een quasi-unieke manier met het grote publiek samen te brengen, heeft nog niets aan potentie ingeboet.Toen ik bij Orlando kwam en merkte hoe alles en iedereen zich hier mengde, had ik zoiets bijzonders nog nooit ervaren”, getuigt zakelijk leidster Nicole Geerlings. Redenen genoeg dus voor een retourtje Nederlands-Limburg.

Onze plaats van afspraak in Kerkrade is “een bezemkast”, zo noemt de goedlachse Geerlings het kleine bureau van de organisatie van het Orlando Festival in HuB.Kerkrade: een ontmoetingsplek in het hart van deze Limburgse grensgemeente. Naast een bibliotheek en theaterzaal bevindt zich hier ook de lokale muziekschool. Creativiteit, experiment en talentontwikkeling zijn er onderdak, en dus voelen ook Henk en Nicole zich hier thuis. Henk Guittart (°1953) is sinds 2014 directeur en artistiek leider van het Orlando Festival, dat in 1982 voor het eerst in Kerkrade werd georganiseerd en deze zomer zijn veertigste verjaardag viert. Nicole Geerlings (°1995) is ondertussen al een aantal jaren zakelijk leidster en ook producente. Zij kreeg in een ver verleden nog gitaarlessen. “Maar ik was bijlange na niet muzikaal genoeg om er iets mee te gaan doen. Al kriebelt het wel als je op Orlando rondloopt.” (lacht) “Zij geniet meer van de muziek dan ik van de zakelijk kant van onze organisatie kan genieten”, geeft Guittart ootmoedig toe. “Het beste wat ik kan doen, is mensen verbinden”, zo klinkt het bij deze gewezen altviolist. “Sinds het ophouden van het Schönberg Kwartet, zo’n dertien jaar geleden, speel ik zelf niet meer. Dat is nochtans het leukste wat er is, meedraaien in een strijkkwartet. Ik wil nog weleens twee minuten per jaar spelen, en dat gaat nog. (lacht) Maar uren per dag studeren, had voor mij geen zin meer.” 

Van de bezemkast gaat het niet naar De Verloren Zoon, het café in de catacomben van abdij Rolduc, de eeuwenoude site waar het kamermuziekfestival tot vorig jaar en negenendertig edities lang zijn uitvalsbasis had. Wel trekken we naar de foyer van HuB.Kerkrade, daar waar van donderdag 11 tot en met zondag 21 augustus het Orlando Festival voor de allereerste keer zijn muziektenten opslaat. “Hoe sfeervol Rolduc ook is, met de verhuis naar Theater Kerkrade gaan we er op akoestisch vlak ontzettend op vooruit. De accommodatie in de muziekschool waarover we nu zullen beschikken, is minstens zo goed als wat je in Conservatorium Maastricht hebt. Als je er dus fris en onbevangen tegenaan kijkt, is onze trek naar HuB.Kerkrade eigenlijk niet meer dan logisch. We denken dat die de zichtbaarheid van Orlando ten goede zal komen. We zitten al zolang net buiten Kerkrade, dat er zeker nog inwoners zijn die het festival niet kennen”, vertelt Geerlings. Zonder dat men het weet, is die verstrengeling met de gemeente vandaag eigenlijk al best opvallend. “Zo is er bij een vorig jubileum een winkelpassage naar het festival vernoemd, en er is zelfs een Orlando parkeergarage”, weet Guittart ons aan het eind van het gesprek te vertellen. 

Al deze affiches worden bewust op de site gedeeld. Wij zijn trots op het verleden. Je kunt er waardevolle inspiratie vinden

Henk Guittart

Wie gaf het Orlando Festival zijn naam en wat was de idee erachter?

Guittart: In de jaren ’70 en ’80 was in Nederland het Orlando Kwartet actief. Zij deden midden jaren ’70 mee aan een internationaal concours in Italië, maar hadden toen nog geen naam, terwijl ze die van de organisatie natuurlijk wel moesten hebben. Het viertal kwam uit alle windstreken, maar niet uit de Lage Landen. Toch viel hun keuze, bij wijze van eerbetoon, op de Franco-Vlaamse polyfonist Orlandus Lassus, ook wel gekend als Orlando di Lasso (1532-1594). Aan het eind van de jaren ’70 bouwde het Orlando Kwartet in Nederland al heel gauw een uitmuntende reputatie op, en het merkte daarbij twee dingen. Ten eerste dat er hier in de zomer niks te gebeuren, laat staan te spelen viel: het seizoen hield pakweg eind mei op en trok zich in september of oktober opnieuw op gang. En daar kwam dan bij dat ze als ‘mainstream’ kwartet door heel Nederland speelden – van Groningen tot Maastricht – en een heel grote aanhang kregen onder de toen nog talrijke kamermuziek- en strijkkwartetliefhebbers. Die amateurs, die behoorlijk fanatiek kunnen zijn, wilden graag ook nog les hebben. En zo kom je soms verbazingwekkende dingen tegen. Ik heb amateurkwartetten gecoacht op Bartók 6 en in het Opus 132 van Beethoven, en ze konden het nog spelen ook. Hetzelfde overkwam dus ook de leden van het Orlando Kwartet.

Geerlings: Toen zijn twee mensen – Stefan Metz, cellist van het Orlando Kwartet en de absolute grondlegger van het festival, en Jochem van Eeghen, jarenlang bestuurslid – samen gaan kijken naar een aantal locaties om concerten te geven en met de amateurensembles te logeren. Op die manier is men hier in Kerkrade terechtgekomen, in de abdij Rolduc pal op de Nederlands-Duitse grens. Die had toen nog helemaal geen horecagelegenheid, zoals dat vandaag wel het geval is. Naast het spelen van concerten, gaven vanaf 1982 oudgedienden in de prachtige rococo-bibliotheek masterclasses aan strijkkwartetten en was het een komen en gaan van gastmusici, zowel strijkers als blazers, om ook andere muzikale verbanden te kunnen leggen.

Guittart: Metz en van Eeghen hebben dus dat geweldige plan bedacht, dat niet genoeg te prijzen valt, om in Rolduc een ‘bijenkorf’ te installeren – Stefan noemde het graag een ‘piramide’ – waarin amateurs, van jong tot oud en van beginnend tot gevorderd, zich thuis voelen. Waar ook onderwijs wordt geboden aan conservatoriumstudenten en vaste, jonge ensembles. En dat alles te combineren met het professionele strijkkwartet als basis. De muziek, de musici en het publiek zijn de essentie en vormen tot op vandaag onze voornaamste inspiratiebronnen, al zijn ze niet noodzakelijk even in grootte.

Een piramide in Limburg

Twintig jaar geleden ontwierp bouwmeester Stefan Metz een piramide. Deze moest natuurlijk in het zonnigste deel van Nederland komen te staan, dus – volgens het KNMI – in Limburg. De werkplaats was snel gevonden, het klooster Rolduc in Kerkrade. Er werd een piramide gebouwd waarin de schatten van de kamermuziek worden bewaard en gekoesterd. Zoals iedere piramide vormt ook het Orlando Festival een ondeelbare eenheid waarbij de top niet kan bestaan zonder de basis.

– dr. Johan Kremers, voorzitter Orlando Festival Stichting, voorwoord programmaboek 2001

Hoe raakte elk van jullie bij het Orlando Festival betrokken?

© Barry Rooijakkers

Guittart: Ik ben er als speler van het Schönberg Kwartet bij betrokken geraakt. Dat was vanaf ongeveer het midden van de jaren ’80. Stefan was altijd héél loyaal naar andere kwartetten die hij uitnodigde. Ik heb op die manier ook een aantal keer lesgegeven. Ik vond het er heel erg leuk en inspirerend. Walter Levin (1924-2017) was er bijvoorbeeld aanwezig, de stichter en primarius van het befaamde LaSalle Quartet. Geloof het of niet, maar Stefan Metz heeft het festival dertig jaar lang geleid. Zijn assistent Maarten Mostert, ook één van de oprichters van de Amsterdamse Cello Biënnale, heeft dan het stokje in 2012, 2013 en 2014 overgenomen, maar wou er toen om allerlei begrijpelijke redenen mee ophouden. Het was hij die me heeft opgebeld met de vraag of ik geïnteresseerd was. Aan mij kwam het eigenlijk heel goed uit, omdat ik net een paar maanden terug was uit Canada, waar ik tot dan werkzaam was. In oktober 2014 ben ik dan als artistiek leider naar het Orlando Festival teruggekeerd.

© Anne de Graaf

Geerlings: Om wat werkervaring op te doen, ben ik in 2019 als stagiaire bij het Orlando Festival begonnen. Mijn voorgangster, Leonie Curvers, had dezelfde studie gedaan: een master Kunst, Cultuur en Erfgoed aan de Universiteit Maastricht. Via mijn docent kwam ik met haar in contact. Toen zij in oktober vertrok, hebben het bestuur en Henk mij gevraagd om haar positie over te nemen. Net afgestudeerd, rolde ik dus van een stage in deze baan. Ik zit hier nu fantastisch op m’n plek, en kan me op tal van gebieden verder ontwikkelen. Het is een heel fijne en diverse baan. Het behouden en verspreiden van erfgoed, ook dat van morgen, is een kernwaarde van Orlando. In de eerste plaats op muzikaal gebied natuurlijk, maar daarnaast zitten we ook op prachtige locaties waar ik heel blij van wordt. Voor mij is muziek een ontlading én ontspanning. Kamermuziek, pop of rock: zolang ik zie dat de muzikant er van geniet, kan ik er ook heel erg van genieten. Wie geniet, heeft gelijk! Meer kennis draagt daar niet altijd toe bij.

Het Orlando Festival is “het grootste en oudste kamermuziekfestival van Nederland”. Het blaast dit jaar veertig kaarsjes uit, en is dus al op respectabele leeftijd. Maar wat maakt voor elk van jullie het festival groots – wat is er zo bijzonder aan?

Guittart: Het briljante idee van Stefan Metz om juist de kamermuziek centraal te stellen op een plek waar iedereen in en uit loopt, als in een bijenkorf. Waar je én concerten hebt én workshops én masterclasses, en dit alles volkomen met elkaar integreert. Waar amateurs tien dagen lang lessen kunnen krijgen van professionals, iets waar ze een heel jaar door naar verlangen. Ik hoor van beide groepen deelnemers dat ze die contacten erg fijn vinden. 

Dat amateurmusici een groot deel van ons publiek vormen, is een unieke gedachte die ik hier in Nederlands-Limburg vaak heb uitgestraald. Men is zich daar niet altijd van bewust, maar er is slechts één andere plek waar ik deze aanpak zelf heb ervaren, en dat is aan de bekende Stanford-universiteit. Aan die Amerikaanse instelling heb ik drie zomers lesgegeven, een laatste keer in 2011, toen ik nog in Canada woonde. Daar resideert ook nog steeds het St. Lawrence String Quartet. Dat kwartet organiseert op de campus al zo’n twintig jaar een kamermuziekseminar, waar net als op het Orlando Festival niet alleen jonge spelers in vaste ensembles op afkomen, maar ook amateurs meer dan welkom zijn. Net als bij ons wordt er geen onderscheid tussen beide gemaakt: iedereen krijgt er les van dezelfde musici.

© Ton van der Mark

Ik denk dat alle Nederlandse kamermuziekfestivals die na Orlando gekomen zijn, wel goed naar Orlando hebben gekeken. Het heeft vele jaren geduurd voor er andere initiatieven opdoken, maar die hebben zich of aan onze formule gespiegeld, of zijn bewust iets anders gaan doen. Het Orlando Festival heeft in Nederland dus wel degelijk een voorbeeldfunctie gehad, en dat terwijl in Frankrijk kleinere steden en gemeenten al eerder zomerfestivals organiseerden. Die hingen dan op aan grote figuren uit de klassieke muziek als Svjatoslav Richter (1915-1997) en Ivry Gitlis (1922-2020), en vonden plaats in kerkjes en kleine theaters. Ik denk dat Orlando uiteindelijk daar ook zijn inspiratie heeft gehaald.

Geerlings: Voor ik op het festival begon te werken, was ik niet zo bekend met de kamermuzieksector. Maar zeker in de popmuziek is de afstand tussen artiest en publiek heel erg groot. Toen ik bij Orlando kwam en merkte hoe alles en iedereen zich hier mengde, en ook hoe toegankelijk de musici wel zijn, had ik zoiets bijzonders nog nooit ervaren. Van de bezoekers krijg ik net dat terug: die speciale, ongedwongen sfeer maakt het festival voor alle aanwezigen hartstikke prettig en ontspannend. Generaties amateurmusici en -ensembles zijn op deze manier met het festival meegegroeid. En tezelfdertijd heeft Orlando zich ook aan dat clientèle aangepast, door bijvoorbeeld in de tijd te schuiven en rekening te houden met de verschillende vakantieperiodes die we in Nederland nog steeds kennen. Zo heeft het Orlando Festival ook ooit twee weken geduurd, waarbij je kon kiezen tussen de eerste en de tweede week. Vandaag duurt het festival tien dagen, al beginnen de workshops en de lessen aan de amateurensembles en de European Summer Course één dag eerder.

In 2021 was het festival gewijd aan Beethoven en Rudolf Escher (1912-1980). Welke componisten staan centraal tijdens deze jubileumeditie van het festival, en vooral waarom?

Guittart: Ook dit jaar ligt de focus op die twee componisten. Wat mij betreft, zou elke editie in het teken van Beethoven kunnen staan. Het geannuleerde festival in 2020 was heel groots opgezet, en dan nog kun je natuurlijk niet alles laten horen. Maar corona gaf me de kans om de programmatie te spreiden, ook al omdat we vorig jaar met tien concerten nog geen volwaardige editie hadden. Daar komen dit jaar dus nog eens twintig concerten bij. Dat heeft voor Escher als voordeel dat in plaats van de negen stukken die ik in 2020 in het programma had gepropt, we nu over twee jaar vijftien stukken van hem zullen uitvoeren. Op die manier kunnen we zijn oeuvre nog meer onder de aandacht brengen, onder meer ook aan de hand van een door Orlando te produceren dubbel-cd.

Escher wordt als één van de belangrijkste Nederlandse componisten van zijn generatie gezien, ook door mij. Helaas is zijn muziek zwaar verwaarloosd. We hebben natuurlijk een notenkrakersbeweging gehad die veel tot stand heeft gebracht, maar ook veel kapotgemaakt. Met name op de generatie die voor hen kwam, en waartoe onder anderen Robert Heppener (1925-2009) en Hans Kox (1930-2019) behoorden, hebben ‘angry young men’ wel een soort artistieke vadermoord gepleegd. Die componisten zijn echt in de verdrukking geraakt, met soms ook tragische, psychische gevolgen.

We hebben vorig jaar met de Gruppo Montebello de Sinfonia per dieci strumenti (1973-1975) van Escher gespeeld: een werk dat ik al van bij de première in 1976 een meesterwerk heb gevonden. Toen heb ik bij de uitgever gepolst hoe vaak dat werk in Nederland is uitgevoerd, en dat bleek vier keer te zijn. Omdat alles wat we op het Orlando Festival doen ook op de landelijke radio komt, hebben we dus de mogelijkheid om toch even een beetje een ander perspectief aan te bieden. Daarom dus dat we Escher, omwille van de kwaliteit van zijn onterecht ondergesneeuwde muziek, graag aan bod laten komen. In vergelijking met onze buurlanden zijn wij in Nederland heel erg goed in het vergeten van onze muzikale helden. Dit in tegenstelling tot onze grote schrijvers, die vaak al tijdens hun leven op handen worden gedragen. 

Disco, een wezenlijke anekdote

Een van de dingen die ik ben gaan doen toen ik voor het Orlando Festival aan de slag ging, was aandacht vragen voor Nederlandse muziek uit het recente verleden. Dat is voor de ene componist al moeilijker dan voor de andere. Toch is het destijds goed gelukt. Zo was Louis Andriessen (1939-2021) er ook, in 2018. Toen ik met hem overlegde over welke stukken we zouden doen, kwamen we uit op Disco: een werk uit 1982 voor viool en piano dat in Nederland haast nooit is gespeeld, maar dat ik heel graag wou programmeren. Louis raadde aan om dit stuk niet te spelen. Dat is wel erg heftig, luidde zijn oordeel… Maar ik hield voet bij stuk. Helaas kon ik er op dat concert niet bijzijn, maar van mijn informanten hoorde ik dat het een heel goede uitvoering was geweest.

Op de eerste maandag na dat festival werd ik thuis opgebeld door de zoon van componist Oscar van Hemel (1892-1981), één van onze trouwe bezoekers. Hij was enkele dagen aanwezig geweest en had enorm genoten. Maar op zaterdagmiddag beleefde hij met Disco zijn absolute hoogtepunt. Dus kijk, zo kun je je ook als artistiek directeur nog mooi laten verrassen.

– Henk Guittart, 23 mei 2022

Is er een concert op het programma 2022 waar jullie in het bijzonder naar uitkijken?

Guittart: Dat ga ik niet zeggen. Is er één kind dat je het leukste vindt of waar je het meeste van houdt? Als artistiek directeur kan ik deze vraag echt niet beantwoorden, anders beledig ik meteen alle anderen. En als ik al een antwoord zou hebben, dan is dat puur persoonlijk. Zolang eenieder maar mooie momenten beleeft doordat er letterlijk voor elk wat wils is, van barok tot muziek van nu. Maar Nicole mag die vraag natuurlijk wel beantwoorden…

Geerlings: Inhoudelijk ben ik het met Henk eens, maar ik denk dat er wel bijzondere dingen op het programma staan. Zo houdt het Osiris Trio er na drieëndertig jaar mee op, en hun allerlaatste concert zullen ze op het Orlando Festival geven. Het klinkt wat vreemd, maar dat wordt toch iets om naar uit te kijken. Daarnaast worden er speciaal voor ons jubileum vier composities geschreven en voor de allereerste keer gecreëerd. Die concerten zijn natuurlijk extra spannend. 

Guittart: De Britse componist Jonathan Dove, die ook al in 2017 bij ons te gast was, schreef een werk voor strijkkwartet. Ik hoop dat het Rusquartet dit zal spelen, tenminste als ze uit Rusland weg mogen. Maar ik heb er eigenlijk wel een goed oog in. Daarnaast heeft onze pianiste Elena Nemtsova een stuk gecomponeerd voor zang, marimba en piano. En dan is er nog Sam Wamper, die in het verleden al twee stukken voor Orlando schreef, en die nu op mijn verzoek een nieuw strijkkwartet componeerde voor de European Summer Course. Met ook nog een werk voor amateurensemble van componist Anton Weeren, zijn er deze editie in totaal vier nieuwigheden te ontdekken.

40 jaar Orlando en 33 jaar Osiris Trio, een jubileum en dus ook een afscheid: hoe lang en op welke manier is dit pianotrio aan het festival verbonden geweest?

Guittart: Vanaf 1993 raakten ze als gastmusici aan het festival verbonden en gaven daarnaast ook les. Een beetje hetzelfde verhaal als ik dus enkele keren met het Schönberg Kwartet meemaakte. Zo is het voor hen vele jaren gegaan.

Toen ik dan acht jaar geleden als artistiek directeur begon, werd het Osiris Trio een van de pijlers van mijn programmering, naast het Schumann Quartett en nadien het Rusquartet. Daaromheen werden dan pianisten, blazers en slagwerkers verzameld. Ik kies alleen musici die net zo gepassioneerd lesgeven als dat ze spelen. Het is immers een wezenlijk uitgangspunt van het festival dat iedereen les krijgt van de musici die men ook op het podium hoort.

Het Orlando Festival is veruit het meest ‘pedagogisch verantwoorde’ muziekfestival van de Lage Landen. Hoe geven jullie invulling aan deze belangrijke, pedagogische pijler?

Guittart: Tien dagen lesgeven aan amateurmusici en aan de jonge talenten die deelnemen aan de European Summer Course for Chamber Music (ESC) heeft iets van een introductie. Het is eigenlijk een soort eerste hulp bij ongelukken: een pedagogische aanpak die ik erg voorsta. Voor amateurs is het denk ik heel fijn om van buitenaf tips te krijgen over hoe ze bepaalde fouten kunnen voorkomen. Dat zijn vaak eenvoudige dingen zoals meer partituur lezen en durven om de hele boel uit elkaar te halen, iets wat amateurs zelden doen. Ze willen meestal allemaal tegelijk spelen. Maar het plezier straalt er wel vanaf. Want ze zijn minstens zo gepassioneerd met muziek bezig als professionele musici. Ook Bas Clabbers, een trompettist en harmonie- en fanfaredirigent, gaat met de grotere amateurensembles aan de slag in speciale, nieuwe muziek met spannende uitdagingen. Indien nodig her-instrumenteert hij voor hen stukken én hij studeert met de deelnemers een werk in dat tijdens het slotconcert wordt uitgevoerd.

© Ton van der Mark

In principe is vrijwel elke professionele musicus op het Orlando Festival ook als docent actief. Onze docenten voelen zich zeker niet te goed om ook aan amateurs en jonge musici les te geven. Zonder te schreeuwen of te brullen, laat staan mensen neer te halen ter meerdere eer en glorie van zichzelf, maar op een constructieve en opbouwende manier. Door hun muzikantenaard kunnen zij bijzonder inspirerend uit de hoek komen. Dat zullen de zeven ensembles die tijdens deze editie aan de European Summer Course deelnemen zeker ervaren. Verder geven de musici voor een belangrijk deel zelf invulling aan hun residentie op het festival. Ze kunnen ervoor kiezen om een heel nieuw werk in te studeren of om specifiek repertoire uit te diepen. Voeg daar nog de verschillende workshops aan toe en de cursus is voor iedereen anders.

© Ton van der Mark

Geerlings: Tot slot hebben we in de winter ook onze Orlando Samenspel Cursus. Die loopt intussen al meer dan tien jaar, telt vier lesdagen en is bedoeld voor goed voorbereide amateurs van alle niveaus en leeftijden. Als het ons mogelijk wordt gemaakt, willen we deze cursus blijven aanbieden voor een beperkt bedrag en het opzet ook graag uitbreiden naar andere Limburgse regio’s. Want er is veel interesse voor. En het is opnieuw een manier om mensen naar het festival toe te trekken.

Naast de namiddag- en avondconcerten in Kerkrade en in de imposante Sint-Janskerk in Maastricht waaiert Orlando ook uit naar locaties over de hele regio. Welke rol spelen deze ‘regioconcerten’ in het geheel van het festival?

Guittart: Die regioconcerten zijn organisch ontstaan omdat jonge ensembles naast het volgen van masterclasses ook nood hadden aan podiumervaring, om concerten te spelen dus. Aanvankelijk vonden deze concerten vooral in Zuid-Limburg plaats, maar ondertussen zitten we tot in de gemeente Mook en Middelaar in het uiterste noorden en programmeren we meer en meer concerten buiten Kerkrade. 

Geerlings: De regioconcerten zijn ook bedoeld om iets toegankelijker te zijn. We hebben vaak vrije gift, waardoor de drempel van een kaartje wegvalt. Mensen die niet met klassieke kamermuziek bekend zijn, komen op die manier toch een keer luisteren. De programma’s zijn bovendien meestal wat korter en iets minder zwaar dan tijdens een avondconcert. We hopen natuurlijk ook dat iemand die in de Abtkerk van Mook en Middelaar naar een regioconcert komt, en daar onder de indruk raakt, ook eens de stap naar Kerkrade zet. Dat is iets waar we samen met Parkstad Limburg Theaters (PLT) meer op willen werken. Als je naar de doelstelling van onze stichting kijkt, is het sowieso goed dat je het muzikale erfgoed verspreidt op een diversiteit aan plekken waar het anders niet komt, gaande van kerkjes tot buurtcentra.

Vinden er op vandaag ook al veel Belgen – toehoorders en amateurmuzikanten – de weg naar het festival – of waar komt het publiek van Orlando overal vandaan? Tenslotte liggen Antwerpen, Brussel en Luik dichter bij Kerkrade dan pakweg Den Haag of Zwolle.   

Geerlings: We hebben een regioconcert in België, meer bepaald in Sint-Truiden (dit jaar op maandag 15 augustus in het Begijnhof, nvdr.), en dat wordt altijd supergoed bezocht. Maar over het algemeen merken we nog niet dat dit de mensen stimuleert om ook over de grens te komen luisteren. Ook met Maasmechelen hebben we trouwens een sterke connectie, maar daar houdt men in augustus liever de deuren dicht.

Guittart: Toen ik vroeger op Orlando speelde, gebeurde dat ook in Aken, in de toenmalige Europahal. Dat is helemaal verwaterd. Noordrijn-Westfalen heeft er natuurlijk een aantal festivals met klassieke muziek bijgekregen. Op zo’n vijftig kilometer van hier is er bijvoorbeeld Spannungen, een uitstekend festival onder leiding van pianist Lars Vogt.

Vandaag bestaat ons publiek voor zo’n 50% uit Limburgers. De andere helft komt uit alle andere provincies en blijft vaak ook overnachten. Vroeger had het festival meer bezoekers uit Duitsland, misschien omdat er toen meer werd geadverteerd, maar die stroom is stilgevallen.

Geerlings: Weet je, wij willen wel publiek van over de landsgrenzen aantrekken, maar we zijn maar met z’n tweetjes en werken allebei parttime voor het Orlando Festival. Als je ook nog je tentakels wil uitspreiden naar de amateurs in België en Duitsland, moet je eigenlijk een veel grotere organisatie zijn. En dan is het niet meer onze prioriteit. Het is al uitdagend genoeg om publiek uit Nederland naar onze uithoek te trekken.

Guittart: We hebben één favoriete Belg en dat is pianiste Fem Devos. (gelach) Want zij heeft al enkele jaren bij ons les gehad en komt dit jaar opnieuw met haar Chekhov Trio spelen. En ze helpt ons ook in de contacten met Piano’s Maene.

© Ton van der Mark

Geerlings: We willen graag naar de amateurmusici in België reiken. Maar daar blijkt het Orlando Festival helemaal niet zo bekend, terwijl jullie deeltijds kunstonderwijs wel een schitterende voedingsbodem vormt. Dank dus om ons wat meer naambekendheid te geven. We hopen echt dat we na dit interview dichtstromen met Belgen. (lacht) Want iedereen is van harte welkom. Deelnemers, zowel ad hoc individuen als vaste ensembles, kunnen zich nog tot en met 10 juli inschrijven…

Naast het Osiris Trio is er nog een ander ensemble nauw met Orlando verbonden: de Gruppo Montebello. Sinds 2015 resideert Gruppo Montebello op het festival. Wat zijn de ideeën achter deze ‘all-star band’?

Guittart: Het idee van een ‘all-star band’ komt voort uit de jazz. Zo was het in Amerika niet ongewoon dat een impresario een flink bedrag neertelde om twee maanden lang de beste muzikanten in te huren. Ook de Gruppo Montebello bestaat uit ingehuurde freelance musici. Het ensemble heeft een dubbele voorgeschiedenis. Eerst was er het Schönberg Ensemble, waar ik van 1974 tot 1991 in heb gewerkt als altist en artistiek leider. Toen ik daar vertrok, vroeg de jongste zoon van Arnold Schönberg – met wie ik inmiddels goed bevriend was geraakt – wat ik ging doen. Gruppo Montebello is eigenlijk niets anders dan de Italiaanse naam voor Schönberg Ensemble die hij destijds heeft bedacht (Arnold Schönberg ondertekende weleens brieven met Montebello, nvdr.). De Gruppo Montebello zou een vehikel worden waarmee ik als dirigent de muziek van de Tweede Weense School aan studenten van het Conservatorium Rotterdam ging bijbrengen. Zo’n vijftien jaar lang was het een ludieke koepelnaam voor mooi werk, ook op andere conservatoria zoals in Dresden bijvoorbeeld.

© Ton van der Mark

In mijn vorige baan aan het Canadese Banff Centre kreeg ik dan van de fantastisch leuke vicepresident de vraag om een meerjarig project te bedenken. Ik wou toen heel graag de concerten van de Verein für musikalische Privataufführungen in kaart brengen, en daartoe één keer per jaar een ‘all-star band’ samenbrengen – want dat was de Gruppo Montebello daarvoor dus niet. Vanaf 2011 is die dat wel geworden, en mocht ik met een aanzienlijk budget musici van over heel Amerika samenbrengen, van klarinettist Alan Kay tot hoboïst James Austin Smith. Met het Belgische label Etcetera Records hebben we vervolgens ook een afspraak gemaakt voor een reeks van zeven tot acht cd’s – in principe één opname per jaar. Ik dacht dat allemaal met de Gruppo Montebello in Canada af te maken, maar voor het zover was, werd de hele afdeling waar ik werkte opgeheven. Gelukkig heb ik die vruchtbare formule nadien op het Orlando Festival met een hechte kern verder kunnen zetten.        

Hoeveel ‘Vrienden’ telt Orlando en hoe belangrijk is deze groep voor de organisatie van het festival? Op de website lees ik over dit initiatief het volgende: “We werken momenteel aan een nieuwe opzet van onze ‘Vrienden van Orlando’. Meer informatie volgt later.” Kunnen jullie hier al iets meer over kwijt?

Geerlings: Onze vriendengroep is altijd een beetje ‘een ondergeschoven paardje’ van het festival geweest. Er is nooit heel veel aandacht aan besteed. Volgens mij kan je het aantal vrienden op twee handen tellen. Maar er zitten gelukkig een aantal gulle schenkers tussen, waardoor we toch wel een mooi bedrag kunnen ophalen.

We merken dat de fondsenwerving steeds lastiger wordt en willen dus graag dat de vriendengroep wat steviger wordt uitgebouwd, zodat we er echt een substantieel aandeel aan hebben. Samen met PLT en LVWB Fundraising zijn we aan de slag gegaan om ook aan onze vrienden te werken. We zijn nu aan het kijken hoe we het voor mensen aantrekkelijker kunnen maken om op een regelmatiger basis geld te doneren.

We werken voor het Orlando Festival met een begroting waarvan 65% door eigen inkomsten wordt opgehaald. Naast de inkomsten uit recette en uit de amateurdeelnemersbijdragen doen we een beroep op overheidssteun. Dat vullen we dan nog aan met eigen fondsen en financiering via de Vrienden van Orlando. De benodigde steun van de fondsen vinden we nog te groot omdat die zo onzeker is. Als jouw aanvraag afgewezen wordt, heb je een probleem.

Guittart: Er is in Nederland voor alle culturele instellingen een toenemend probleem, omdat de geldkranen van de overheid zowel op landelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau sinds een tiental jaar teruggedraaid zijn. Orlando heeft veel ‘rijkere’ tijden gekend dan deze die we nu beleven. Maar als de overheid terugtreedt, komt er plots veel meer druk op de private fondsen. En die merken dat aan het aantal aanvragen dat geëxplodeerd is. Daarom kiezen die private investeerders de laatste jaren voor een veel protectionistischer beleid, wat zich ook uit in striktere toelatingsvoorwaarden. Zo heeft een fonds het Orlando Festival afgewezen net omdat we ook een amateurwerking voorzien. Het is onbegrijpelijk dat een van onze troeven, het willen bereiken van meerdere doelgroepen, op die manier een nadeel is geworden.

Welke rol spelen de Raad van Toezicht en het Comité van Aanbeveling voor het Orlando Festival? Want in dat comité zitten ronkende namen als Janine Jansen, André Rieu en Jaap van Zweden.

Guittart: Wat het Comité van Aanbeveling precies doet, weet je nooit. Je hoopt dat als een fonds die grote namen onder ogen krijgt, dit indruk maakt. En verder was het heel aardig van Janine, Jaap en André dat ze hun naam aan Orlando hebben verbonden. Als dat deuren kan openen, des te beter.

Geerlings: De Raad van Toezicht heeft een controlerende rol op alles wat wij als organisatie doen. Wij verantwoorden ons aan hen, en zij geven daar in principe al dan niet hun akkoord voor. Elke stichting in Nederland is wettelijk verplicht om of een Bestuur, of een Raad van Toezicht te hebben. Die laatste is eigenlijk meer een bestuur op afstand. Ze zitten niet over onze schouder mee te kijken, maar op het moment dat er belangrijke beslissingen nodig zijn, zoals bijvoorbeeld over de verhuis, dan leggen we dat aan de Raad van Toezicht voor. Dat is ook prettig, want op die manier hebben we een klankbord. 

Guittart: Ik voeg er graag nog eventjes aan toe dat de voornaamste figuur in zo’n raad de voorzitter is. Dat is in het geval van Ad ’s-Gravesande ook iemand die heel veel voor ons festival betekent. 

Hoe zien jullie de toekomst van het Orlando Festival; welke plannen willen jullie heel graag nog realiseren?

Guittart: Als het leven, het festival én de fondsen het toestaan, zou ik graag nog alle grotere stukken van de Tweede Weense School uitvoeren en opnemen. Datgene dus waarmee ik mijn carrière bij het Schönberg Ensemble eigenlijk ben gestart. We beginnen daar dit jaar mee. We spreken dan over een beperkt aantal werken van Schönberg: de Erste Kammersymphonie op. 9, het Lied der Waldtaube, de Serenade op. 24, de Suite op. 29 en de Ode to Napoleon Buonaparte op. 41: alles samen anderhalve cd. En vervolgens de grote ensemblestukken van Berg en Webern. Ik heb dus nog voor een jaar of drie, vier urgente plannen. (droogjes) En na die hartenwens is de cirkel rond. Dan ga ik met pensioen.

Geerlings: De European Summer Course hebben we vorig jaar als pilot uitgerold. Het is een nieuw deel van het festival, waar we hopen ons nog in te kunnen verbeteren. Maar dat hangt ook deels van financiën af. Verder zitten de plannen dus meer in het artistieke gedeelte. Groeien wil je altijd wel, bijvoorbeeld door nieuwe locaties te ontdekken en plaatsen uit de regio aan de concertreeks toe te voegen. Dat is ook een deel van het werk dat ik heel leuk vind. Verder hoop ik dat we het actieve amateurgedeelte als een elementair onderdeel van Orlando kunnen behouden, aangezien vooral de ad hoc deelnemers terughoudender zijn dan vroeger om met onbekenden mee te komen spelen. Bovendien staan de muziekscholen in Nederland ook onder druk en verdwijnen langzaam. Er zijn nu minder veertigers die in amateurverband samen klassieke muziek spelen. Het is dus maar de vraag of de aanwas van amateurmusici op peil blijft. Want net als de vrijwilligers zijn zij voor het Orlando Festival onontbeerlijk!

© Ton van der Mark
  • WAT & WIE: Interview met Henk Guittart en Nicole Geerlings, artistiek en zakelijk leider van het jarige Orlando Festival, een internationaal kamermuziekfestival in Nederlands-Limburg.
  • WAAR & WANNEER: De 40ste jubileumeditie van dit kamermuziekfestival gaat door van donderdag 11 tot en met zondag 21 augustus in HuB.Kerkrade en in de rest van de provincie Limburg. Er is ook een concert met vrije gave in het begijnhof van Sint-Truiden op maandag 15 augustus (15u).
  • WEBSITE: https://www.orlandofestival.nl/
  • FOTO’S: © Anne de Graaf, Barry Rooijakkers, Ton van der Mark

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: