Belcea Quartet legt ziel bloot

Het Belcea Quartet: hun spel naderde de moeilijk te bereiken perfectie.

Auteur Nathalie Hamaekers

Je zou denken dat op 31 oktober alles in het teken staat van Halloween, maar in het idyllische Maastricht diende donderdag de Sint-Janskerk als decor voor het gerenommeerde Belcea Quartet uit Londen. Op het programma stonden werken van Haydn, Britten en Sjostakovitsj. 

Het Belcea Quartet vond zijn oorsprong aan de Royal College of Music in Londen. De vier strijkers vormen nu een volwaardig strijkkwartet dat al vele prijzen in de wacht sleepte. Ze speelden reeds in verscheidene grote zalen waaronder Carnegie Hall in New York en Wigmore Hall in Londen. Tussendoor vonden zij nog een gaatje in hun agenda om ook ons te laten genieten van hun prachtige opvoering.

Na het voorprogramma van het Maastrichtse Jekersaxofoonkwartet nam het Belcea Quartet plaats op het podium. Daarbij viel de indeling op. Normaliter zit de cello aan de buitenkant en de altviool in het midden. Nu waren de rollen omgedraaid om de klank van de altviool beter uit te laten komen. 

Tjoeke, tjoeke, tuut tuut

De musici zetten in met het strijkkwartet in Es van Haydn. Je hoorde meteen hoe de ziel van de muzikanten werd blootgelegd. Ze kenden elkaars partituur uit het hoofd, waardoor de interactie optimaal was. De zangerige noten gleden vanuit de partituur toen het allegro geopend werd. De tweede violist deed plots een trein na die over de sporen tjoekte. De andere strijkers volgden hem. Het allegro werd nog eens herhaald en mooi afgewerkt met een triller van de cello.

Het andante verliep rustig, maar de cello onderbrak de rust met donkere noten. Het thema werd enkele keren herhaald waarbij de cello nooit aan aandacht inboette. Het volgende thema bracht dramatiek met zich mee. Het leek wel alsof achter elk hoekje de dood schuilde. Om daar zover mogelijk vandaan te komen, werd die nervositeit omgezet in een prachtig ritmisch schouwspel. In het derde deel, het menuetto, speelde de eerste viool knarsende noten die pijn deden aan de oren, maar uitstekend werden opgevoerd. In het laatste deel, Presto, barstte het feest los en vloeide als het ware de drank over de toog. Terwijl het tempo werd opgedreven, bleven de strijkers echter bloednuchter.

Eerbetoon aan Britten

Het is exact honderd jaar geleden dat Benjamin Britten werd geboren. Om dat te vieren, bracht het Belcea Quartet een eerbetoon aan de Engelsman door een mooie opvoering van het strijkkwartet nr. 1 in D. Toen de strijkers hun wapens in aanslag namen, wisten de kerkklokken geen blijf met hun euforie. Nadat deze goed geluid hadden, raakten de strijkers een lichte snaar in het tedere andante sostenuto. Terwijl de schrale klanken van de violen en de altviool door de ruimte klonken, schonk de cello ons een schriel pizzicati. Dat thema werd nog twee keer herhaald, maar in het allegro vivo besloot Britten er telkens een andere draai aan te geven.

Het tweede deel, het allegretto con slancio, waar vooral de triolen overheersten, contrasteerde sterk met het derde deel. De altviolist draaide zich met de solo meteen naar het publiek toe. In het andante calmo kwam je in een gemoedelijke sfeer terecht, waarbij de cello soms de rust doorbrak. Dat thema werd enkele keren herhaald waarna het telkens weer overvloeide op fragiele noten. Knap was de overgang tussen de strijkers in het andante calmo waarbij het moeilijk was om te horen wie nu eigenlijk wie opvolgde. In het laatste deel, het molto vivace, gingen de muzikanten volledig in mekaar op. Je werd gewoon weggeblazen door de ongelooflijke kracht van hun spel. Ze hebben Benjamin Britten op een briljante wijze geëerd.

Vrijheid wordt geroken

Na de pauze speelden de musici het strijkkwartet nr. 3 in F van Sjostakovitsj. Het werk werd geschreven in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Dat was duidelijk te merken in het allegretto, waarin een ontspannen sfeer heerste. In het moderato con moto zette de altviool een sterk staaltje solowerk neer waarin verrassende elementen overheersten. De altviool raakte even van haar pad af, maar herstelde zich al snel in het allegro non troppo. Het marsthema deed denken aan een militaire parade waarbij de macht ervan werd voortgezet in het adagio.

De cello speelde een sublieme solo, geheel met zijn ogen gesloten. Dat maakt nog maar eens duidelijk dat het uitzonderlijke muzikanten zijn. Ik stond perplex van de schoonheid van het instrument, van de emotie dat het teweeg kan brengen, maar vooral van de muzikanten die elkaar tot het uiterste dreven. In het laatste deel, het moderato, werden nog enkele fragmenten uit de vorige passages herhaald. De spanning werd opgebouwd en losgelaten op het einde.

Van begin tot einde liet de muziek je niet los. Je werd aan je stoel gekluisterd door de spanning die de musici bij elk muziekstuk creëerden. Ze legden hun ziel bloot en gaven zich volledig over aan hun onvoorwaardelijke passie. Viool spelen, leek plots eenvoudig. Het komt niet vaak voor dat de fluistertonen zo perfect onder controle worden gehouden. Hun spel naderde de moeilijk te bereiken perfectie. 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: