Belcantogala Vlaamse Opera

Marija Jokovic, mezzo-sopraan

Als nieuwjaarsconcert presenteerde de Vlaamse Opera dit jaar een belcantoprogramma. Een goed idee als tegengewicht voor allerlei wals- en andere lichte deuntjesconcerten. Waarmee niet gezegd is dat die in deze tijd van het jaar ook niet leuk kunnen zijn.

Als nieuwjaarsconcert presenteerde de Vlaamse Opera dit jaar een belcantoprogramma. Een goed idee als tegengewicht voor allerlei wals- en andere lichte deuntjesconcerten. Waarmee niet gezegd is dat die in deze tijd van het jaar ook niet leuk kunnen zijn.

Bellini, Donizetti en Rossini staan in elk geval garant voor graag gehoorde melodieën, die emotioneel verwarmen zonder daarom steeds meezingers te zijn. Bekende stukken (ouverture Norma, Dans der uren uit La Gioconda, Ponchielli) wisselden af met minder gekende fragmenten (Rossini’s Adelaide di Borgogna) waarmee tegelijk het oor geopend werd voor minder bekende belcantowerken. Het programma kon ons alvast bekoren al was de bloemlezing allesbehalve “licht” te noemen met waanzinsaria’s (Lucia di Lammermoor) en dramatische aria’s zoals Romeo’s fragment uit I Capuleti e i Montecchi.

Het orkest leek er alvast van te houden. Onder leiding van Dmitri Jurowski speelde het uiterst geconcentreerd en de allesbehalve makkelijke wendingen en instrumentale uitdagingen lukten dan ook meestal goed, al had wat meer ontspanning en spontaneïteit de algemene sfeer van het concert ten goede gekomen. Maar het resultaat was meer dan bevredigend met enkele positieve uitschieters, zoals de geslaagde fluitsolo in Lucia’s aria, die prachtig in dialoog met de sopraan speelde.

De Vlaamse Opera had wel pech met een van de twee voorziene solisten. De mezzo Marianna Pizzolato, een vertrouwde zangeres voor dit soort repertoire was ziek en de aanvankelijk voorziene vervanging werd dan blijkbaar ook nog ziek. Een doortastende oplossing was een zangeres uit het jonge ensemble van de Vlaamse Opera een kans te geven, Marija Jokovic. Het bleek een goede zet, want Jokovic heeft niet alleen een goede stem en vlotte techniek, maar een podium schrikt haar niet af en dat was op dit concert een extra troef. Met een ontwapenend engagement gooide ze zich op de allesbehalve makkelijke partijen en haar spontane theatergestiek maakte goed wat ze vocaal nog onvoldoende beheerst. Se Romeo t’uccise is een stuk dat enkel zangeressen van het allooi Elina Garança, Susan Graham (en ik neem aan dus Marianna Pizzolato) tot een goed einde brengen, maar de manier waarop Marija Jokovic de partij tot leven bracht, verleende haar gewoon alle krediet.  

Jessica Pratt was de diva van de avond en zong letterlijk en figuurlijk rondborstig de sterren van de hemel als Amina, Semiramide en Lucia. Met haar feilloze hoogte, extreme souplesse en mooi nooit schril wordend timbre bekoorde ze de zaal. Ze was een gulle collega voor haar jonge partner en zorgde ervoor dat Jokovic in de duetten naast haar als een echte partner op de scène kon staan. Zo was het aangepaste concert in elk geval een voltreffer als inzet van het nieuwe jaar. De ernst van het mooie programma werd voor de feestelijke gelegenheid in de bisnummers dan toch maar doorbroken met enkele publiekslievelingen. Zo kon Jokovic met L’amour est un oiseau rebelle alvast verraden dat Carmen zeker een droompartij van haar is en ik durf wedden dat het haar temperament beter ligt dan dat van Kožena. Samen zongen ze hemels het duet uit Delibes’ Lakmé en Jessica Pratt mocht er dan nog even aan herinneren dat op het einde van het seizoen Bernsteins Candide terugkomt in de Vlaamse Opera met de bruisende aria van Cunégonde Glitter and be gay. Met enig flegma en droge komiek zette Jurowski zelfs de nieuwjaarshit par excellence in, de Radetzkymars. Een concert dat ons goedgezind en met volle moed voor 2013 naar huis liet keren. 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: