Barefoot Biber, Beethoven, Bach

Hoe klinken vijf eeuwen muziek? Patricia Kopatchinskaja en Anthony Romaniuk maakten de tijdreis met enige theatraliteit en een ontwapenende scheut humor. Breekbaar en tegelijk zwierig: het publiek in de concertzaal van De Bijloke was getuige van een gedurfde muzikale paradox.

In tijden van fake news wil Klassiek Centraal ook weleens zijn duit in het zakje doen. Bekijkt u daarom bovenstaande fotocollage … Die benadert immers het dichtst wat er tijdens dit gewaagde kamermuziekconcert te bekijken viel, maar bevat niettemin enkele onnauwkeurigheden. Zo hangt er op de rug van Kopatchinskaja slechts één instrument te bengelen. Toch had ‘Pat’ vanavond niet één, maar wel twee violen bij zich. Voeg daar nog eens evenveel strijkstokken aan toe, en u begrijpt dat deze foto onvoldoende recht doet aan de veelzijdigheid waarvan deze Moldavische muzikante haar keurmerk maakt. Maar net even anders is het trouwens bij de Aussie die u links ziet. Ook Romaniuk laat zich maar moeilijk op, of beter gezegd aan één type instrument vastpinnen. Voor dit bijzondere programma beroerde hij maar liefst drie klavieren: een klavecimbel, een kopie van een Anton Walter pianoforte van de hand van Gerard Tuinman en een moderne Steinway. Helaas zit ook hier – eerlijk is eerlijk – een addertje onder de vleugel. Want op het origineel van deze foto onderaan uw scherm zien we de grijnzende karakterkop door vier in plaats van drie piano’s omringd. Enfin, een al bij al hoogst onbetrouwbare beeldspraak dus, die u gerust op het conto van bovengetekende mag schrijven, maar uiteraard niets zegt over de integriteit van deze musici.

Blootvoets

Zou Kopatchinskaja de concertzaal blootvoets betreden? Of bleek ook De Bijloke niet vies van een portie fake nieuws toen het de leuke alliteratie lanceerde waar deze tekst zijn titel op baseerde … Met opvallend rode muiltjes onder een lange groene jurk schuifelde ze de bühne op: een kleurrijke voorbode van de scherpe contrasten die dit olijke duo met zijn reis doorheen vijf eeuwen muziek in petto had. Eens van haar schoeisel ontdaan, bleek de Sonata representativa van Heinrich (von) Biber (1669) een technisch veeleisende doch vooral ook – jawel – lichtvoetige opener. Met de barokboog in de aanslag werd een reeks dierengeluiden aangestreken. Een zeer broze nachtegaal, vingervlugge koekoek of snerpende hen en haan: de dierentuin werd een echte speeltuin. En omgekeerd. Van de ostentatief nonchalante houding van Romaniuk klonk in zijn spel niets door. Achter zijn klavecimbel geprangd, leidde de Grote Vriendelijke Reus het luchtige werk eerst nog met enkele kwinkslagen in, en begeleidde en intervenieerde vervolgens met de nodige panache.

Na deze enfilade aan dierengeluiden volgde een immense sprong in zowel tijd als muzikaal karakter: van de frivole barok naar de naoorlogse suspense van Crumbs Four Nocturnes (1964). Als volleerde kameleons pasten Kopatchinskaja en Romaniuk zich aan deze moderne toonspraak aan. Dreigende tremolo’s, zuchtende glissando’s, knisperende pizzicato’s, tussendoor ook wat geroffel op het hout en ijle fluittonen: deze vierling is niet bedoeld om te behagen, wel om te beklijven. Een kolfje naar het temperament van Kopatchinskaja, voor wie het maken van mooie klanken ondergeschikt is aan het creëren van de meest delicate expressieve timbres. Een attentvolle Romaniuk liet zich evenmin onberoerd, dook gretig de vleugel in en ontpopte zich in het slot zelfs tot een percussionist, brush in de aanslag. De eerste van Tre pezzi van Kurtág (1979) pikte qua sfeer nog aan bij waar Crumb zijn nocturne liet wegsterven. Maar deze gelatenheid werd in het middelste stuk (Vivo) abrupt ingeruild voor een even plompe als fragmentarische dans. Het afsluitende Aus der Ferne werd met zo veel zachtheid gebracht, dat de muziek helaas ook net zó klonk en niet ver genoeg droeg. Het is meteen een bedenking die bij het hele programma van toepassing was: beter ware het om een concert als dit in het Kraakhuis te programmeren, waar het contact met de musici intiemer is.

Voor Beethovens vierde vioolsonate (1800) verhuisde Romaniuk naar de Walter-pianoforte: een kopie van een instrument uit 1805. Kopatchinskaja hield op haar beurt vast aan haar moderne viool, voor wat een geladen uitvoering zou worden. Met een afwisseling van korte, aanvallende streken en felle crescendo’s eiste ze in het dialectische openingsdeel (Presto) steevast het laatste woord op. In het Andante scherzoso, più allegretto leidde Romaniuk daarentegen de dans: eerst als humoristische vraagsteller, vervolgens – in de fugatische passages – met de nodige gestrengheid. Het leek allemaal zo spontaan, maar tegelijk werd er niets aan het toeval overgelaten. Zelfs de positie op het podium was als het ware tot op de millimeter uitgekiend. Zo werd de dialogerende schriftuur van de trage beweging extra in de verf gezet doordat Kopatchinskaja niet langer voor, maar tegenover Romaniuk ging staan. Elkaar tijdens het spelen diep in de ogen kunnen kijken, dat praat inderdaad makkelijker. Of toch op zijn minst oprechter. In de onstuimige finale werd de spankracht geleidelijk opgedreven. De enkele intonatieprobleempjes verzonken in het niets bij de geaccentueerde energie waarmee het Allegro molto vanachter de toetsen werd voortgestuwd.      

Beeldenstormers

Improvisatie was de rode draad doorheen de programmering na de pauze. Romaniuk, in 2010 nog laureaat van het Brugse Musica Antiqua festival, schitterde in de Fantasie voor solo klavier die Carl Philipp Emanuel Bach één jaar voor zijn dood componeerde (1787). De Hamburgse Bach pende ook nog een eerder eenvoudige, facultatieve vioolbegeleiding neer. Toch gaat vooral de klavecinist in dit introspectieve werk met de meeste aandacht lopen. Is de sfeer aanvankelijk nog ingetogen, dan wordt de muziek gaandeweg met meer geornamenteerde passages doordesemd. De spanningsboog die het duo in dit werk trok, was exemplarisch, mede dankzij een voortreffelijk gevoel voor timing. Niet minder groot(s) was de eenheid in de daaropvolgende sonate van de goeddeels onbekende componist Pandolfi Mealli (1660). Het werk ving aan in media res. Kopatchinskaja en Romaniuk lieten de bedachtzame frasen vol gevoel openbloeien, switchten zonder verpinken van tempo en bestookten elkaar met snedige arpeggio’s en vloeiende versieringen. Een mens zou voor minder het puntje van zijn stoel opzoeken. Wel vreemd dat ‘Pat’ in dit laatste werk niet voor de barokboog opteerde, nochtans de meest voor de hand liggende optie voor dit oeuvre.

Het springerige Scherzo (Allegro molto) uit Beethovens Frühlingssonate (1800) diende louter als noodzakelijk opstapje voor Vanessa Lanns ironiserende pastiche van deze ultrakorte beweging. In Springs Eternal, dat de in Nederland wonende Amerikaanse in 2007 voor het Delft Chamber Music Festival componeerde, wordt dit deel eerst vakkundig gedeconstrueerd en vervolgens gerecycled – een beetje zoals onze Clément Doucet dat in zijn Chopinata met Chopin doet. Het resultaat is een soort van muzikaal theater, spits en fris van de lever, waarin Kopatchinskaja zich duidelijk als een vis in het water voelde. Ze huppelde en snelde van de ene naar de andere pupiter en verzorgde het showelement met de nodige flair. Of hoe het ‘springen’ uit de titel ook in het Nederlands kon en mocht gelezen worden. Heeft de pianist aanvankelijk nog de bovenhand, dan neemt de viool het heft langzaamaan over. Een even komische als nukkige suite die om meer dan één reden leuk om volgen was.

Ook het laatste stuk van deze avond – de Chaconne uit Bachs tweede vioolpartita (1717-1720) – was volledig naar het beeld van dit concert: onconventioneel en onderhoudend. Voor beeldenstormers als Romaniuk en Kopatchinskaja is zelfs een iconisch werk als dit, dat bij elke muzikant ontzag en respect oproept, niet meer dan een vertrekpunt om een eigenzinnig en wederom geïmproviseerd verhaal te vertellen. Hoor en wederhoor werden met een grandioze verstrengeling van stemmen afgewisseld. Een enkele bravo doorbrak na afloop de stilte. Soms zegt één cri de coeur meer dan duizend woorden.    


  • WAT: Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704) – Sonata representativa | George Crumb (°1929) – Four Nocturnes (Night Music II) | György Kurtág (°1926) – Tre pezzi per violino e pianoforte (opus 14e) | Ludwig Van Beethoven – Vioolsonate nr. 4 in a (opus 23) | Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) – Fantasie (C.P.E. Bachs Empfindungen, Wq 80) | Giovanni Antonio Pandolfi Mealli (ca. 1630-1670) – Sonate voor viool en continuo nr. 3 ‘La Melana’ (opus 3) | Ludwig van Beethoven – Vioolsonate nr. 5 in F ‘Frühling’ (opus 24): Scherzo | Vanessa Lann (°1968) – Springs Eternal | Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Partita in d (BWV 1004): Chaconne
  • WIE: Patricia Kopatchinskaja (viool), Anthony Romaniuk (klavecimbel, pianoforte, moderne vleugel)
  • WAAR: Concertzaal, De Bijloke, Gent
  • WANNEER: vrijdag 5 mei 2017
  • CREDIT FOTO’S: Julia Wesely

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: