Ballet Vlaanderen – De Notenkraker

De Notenkraker

Ballet Vlaanderen pakt uit met ‘De Notenkraker’, gebaseerd op een kunstsprookje uit de collectie ‘Die Serapionsbrüder’  van E.T.A. Hoffmann, ‘Notenkraker en Muizenkoning’ verschenen in 1816. Deze productie werd nog geprogrammeerd vóór Sidi Larbi Cherkaoui en Tamas Moricz de artistieke directie overnamen. Ze vonden het een interessante erfenis  in het licht van hun denkpistes en conversaties over de rol van klassiek ballet in de huidige danswereld.

De jonge Argentijnse choreograaf Demis Volpi heeft een eigen hedendaagse kijk op ‘De Notenkraker’. Als juweeltje van het klassieke repertoire is het zowat het meest opgevoerde ballet ter wereld. Zijn interpretatie is minder zeemzoet dan de oorspronkelijke versie van Marius Petipa. Gebaseerd op de fantasierijke muziek van Pjotr Ilijits Tsjaikovski. Net als zijn versie van Het Zwanenmeer en Sleeping Beauty, briljante voorbeelden van de zuivere klassiek-romantische stijl en dé grote drie van de Russische balletten uit de 19de eeuw.  Een eeuw na Petipa’s dood wordt deze kunstvorm nog steeds gedomineerd door de erfenis die hij naliet. Tornen aan zo’n iconische choreografie is uiteraard gewaagd!

Facelift

Moet klassiek ballet ten eeuwige dage een blauwdruk blijven van het origineel? Demis Volpi ging de tijdsgeest na en probeert die in zijn eigenzinnige interpretatie te verwerken. Hij brengt een hedendaagse interpretatie van balleterfgoed waarin dans een magisch verbond aangaat met de muziek, beweegbare decorstukken, vloeiende en ingenieuze kostuums én het talent van de dansers.   Hij introduceert daarbij moderne dans- en bewegingstechnieken. Waar in de originele versie het corps de ballet uitgebreid aan zijn trekken komt, is dit in deze versie sterk gereduceerd. Hij spitst het geheel toe op Clara, gedanst door Fiona McGee, Alain Honoré als Drosselmeyer en  De Notenkraker, met glans gestalte gegeven door Wim Vanlessen. Danstechnisch een compleet nieuwe uitdaging voor beide mannelijke dansers.

De voorstelling opent met spelende, ruziënde en plagende kinderen, waaronder Clara, in een mengeling van spielerei en danspasjes. Via schaduwbeelden wordt in de glasramen van een grote dubbele deur de kersttijd geëvoceerd. De deuren zwaaien open en meteen zitten we in een rijkelijke kerstsfeer. Van het gezelschap wordt een familiefoto genomen. De fotograaf van dienst blijkt Drosselmeyer te zijn. Alain Honoré (gast-principal) heeft nog niets van zijn podiumprésence verloren. Hij is niet alleen een getalenteerd danser, maar kan een personage geraffineerd tot leven wekken. Drosselmeyer heeft iets uitdagends, mysterieus, een ongrijpbare figuur. In een knappe opbouw van aparte choreografische patronen bespeelt hij de ruimte. Het toneelbeeld baadt in een clair obscur wat hem helpt om zijn personage dat dreigende en fascinerende te geven. Hij geeft Clara een houten notenkraker cadeau. Na het feest gaat iedereen naar bed. Clara kan de slaap niet vatten en komt haar cadeau ophalen, ook Drosselmeyer is in de buurt. Dan dagen de muizen op waar hij, een beetje lachwekkend, een panische angst voor heeft. Er komen geen soldaten aan te pas. Clara verjaagt ze. De Notenkraker heeft ondertussen een wonderbaarlijke gedaanteverwisseling ondergaan en is uitgegroeid tot levensgrootte. Wim Vanlessen geeft hier een staaltje weg van zijn veelzijdigheid. In plaats van de gebruikelijke bravourestukjes, zet hij een betoverd wezen neer dat gevangen zit in zijn eigen motoriek. De choreografische verwevenheid van de drie hoofdpersonages, Clara, Drosselmeyer én de Notenkraker is danstechnisch uitgepuurd, fragiel, beheerst en wondermooi om te zien. Dansen op één tegel. Drosselmeyer speelt hier echt de matchmaker in een delicate en uiterst afgemeten krachtmeeting tussen drie solisten. Een ontwapenende ode aan de vertraging.

Het eerste deel eindigt met het corps de ballet en de pas de deux van de Sneeuwkoningin. In witte tutu’s, als sneeuwkristallen, bewegen ze vederlicht als sneeuwvlokjes  over de scène op de tonen van de Sneeuwvlokkenwals. Om dit mooie beeld an sich te completeren worden nog kerstboompjes op het podium gedragen waaruit nepsneeuwvlokjes vallen. Een knap scenisch eindbeeld van het eerste deel.

Poppen aan het dansen

Het tweede deel wijkt compleet af van de oorspronkelijke  choreografie van Marius Petipa. De droomwereld krijgt een andere invulling. Grote en kleinere deuren schuiven walsend in een diffuse belichting over het podium. Een ontdubbeling van een vreemd personage uit het eerste deel komt in een wulpse start uit tal van deuren te voorschijn. Een passage die doet denken aan een Franse deurencomedie. Het corps de ballet krijgt weinig te doen: geen Chinese,  Orientaalse of Russisch geïnspireerde virtuoze intermezzi. Allemaal weggegomd! Een knap item is de dans van de Suikergoedfee in een orgastische dans omringd door cupcakes die tot leven komen. Met een dikke pluim voor het kostuumatelier die dit realiseerde. De ‘Verlichting’ wordt erbij gesleurd. In zijn voorwoord zegt de choreograaf dat je bij de originele versie een programmaboekje moet hebben om het geheel te begrijpen. Dat is nu niet anders. Om zijn spitse inzichten inzake ‘de Verlichting’ in beelden om te zetten laat hij met een mindtrick de dansers met een hoofd vol lichtjes opdraven. Op de compleet verduisterde scène zorgt dat uiteraard voor een apart effect, licht tegen duisternis. Als de alchemie echter niet slaagt, blijft het gewoon steken in de banaliteit. De Bloemenwals werd gelukkig behouden waarbij hij een hedendaagse dansstijl introduceert.

In de Grand Pas De Deux, het orgelpunt van de voorstelling, kunnen de solisten Fiona McGee, die met heel veel expressiviteit de dragende rol van   Clara vertolkt, en Wim Vanlessen nog even schitteren. Het meisje Clara is uitgegroeid tot een jonge verliefde vrouw en De Notenkraker tot een knappe jongeling. Liefde overwint alles. De kostumering (Katharina Schlipf) en lichtontwerp (Bonnie Beecher) verdienen een speciale vermelding evenals de live begeleiding van deFilharmonie.

De collectieve inzet werd beloond met een minutenlang applaus.

Tijdens de pauze en na afloop van de voorstelling speel ik graag luistervink. De meningen waren sterk verdeeld: van ronduit ontgoochelend, tot goed én outstanding. Je moet het deze jonge choreograaf nageven. Hij durft. Vertrekkend vanuit de klassieke techniek leidt hij De Notenkraker nieuwe  richtingen uit: poëtisch en gelaagd. Klassiek ballet met een twist. Toch mist het geheel sprankel. Natuurlijk heb ik ook een eigen waardeoordeel. Deze versie van De Notenkraker heeft prachtige uitgepuurde en grappige momenten maar het geheel liet mij enigszins op mijn honger.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: