Ballet Vlaanderen ‘Choreolab’

Voor de 15de keer op rij presenteerde Ballet Vlaanderen Choreolab. De première vond plaats op  18 december en is nog altijd op YouTube te zien. Toen ik wilde kijken kreeg ik de melding: er zijn nog 400 wachtenden voor u. Daarom heb ik een rustiger moment afgewacht. Dit format is ontstaan om dansers te kans te geven zich te ontwikkelen als choreograaf. Een specifieke opleiding bestaat immers niet,  al doende leert men.

Zo wil Ballet Vlaanderen jong talent op dat vlak kansen bieden om zich te ontwikkelen door het aftasten van de eigen mogelijkheden en vindingrijkheid. Wat is een choreografie, simpel uitgedrukt: ideeën  omzetten in intelligente/ abstracte/ gevoelvolle lichaamstaal = dans van klassiek tot hedendaags. Door corona werd de opdracht nog iets moeilijker: de dansers mochten maar met een beperkt aantal op de scène en elkaar niet aanraken. Ook de zaal bleef leeg. Het geheel werd via streaming op het publiek losgelaten. Het werd meteen een uitdaging van formaat, immers :’In der Beschränkung zeigt sich der Meister’. De impact van de pandemie is zowat de rode draad in de choreografieën. Volhouden, zich plooien naar de mogelijkheden is een noodzakelijk ingrediënt voor succes. Dans is een kunstvorm die de kracht heeft geluk te intensiveren en verdriet te lenigen. In deze editie van Choreolab rekken de choreografen én de dansers de grenzen op van wat dans vermag.

De presentatie werd toevertrouwd aan VRT-anker Hanne Decoutere. Zoals te verwachten doet ze dat charmant en competent. Ze droomde ooit zelf van een danscarrière en blijft van dans houden met een oprechte, genereuze affectie. Er werd ook een panel van kenners uitgenodigd: balletcoryfeeën Marie-Louise Wilderijckx en Wim Vanlessen, allebei ooit zelf verbonden  aan Ballet Vlaanderen én sportvrouw Elodie Ouédraogo die dansers bewondert.

Er worden negen choreografieën getoond en elke choreograaf kreeg in een gesprek met Hanne Decoutere de kans zijn werk toe te lichten.

1. The reincarnation of the last elephant that saw the King

choreograaf: Hector Ferrer
dansers: Misako Kato, Claudia Gil Cabus, Lateef Williams, Daniel Domenech

Hector Ferrer is een kosmopoliet, die zich overal thuis voelt. In zijn choreografie wil hij aantonen dat elk individu met zijn eigen aard en lichaamstaal een partikeltje in de wereld is. De dansers: twee mannen en twee vrouwen hebben elk een aparte manier van expressie, zoeken hun weg in de wereld, hebben hun eigen bewegingstaal: de ene traag en getormenteerd, de andere explosief, een andere doorklieft de ruimte, een andere staat er verkrampt bij. Op bepaalde momenten worden ze één in beweging, zijn ze geconnecteerd en dan weer vervolgen ze hun eigen eenzame weg. Het geheel refereert naar de tijdsgeest: eenzaamheid versus verbondenheid. De choreografie is secuur uitgewerkt, maar blijft voor mij heel abstract, mist ziel.

2. Lullaby(e)

choreografie: Shelby Williams
dans (solo): Zoe Hollinshead
piano: Albina Skirvirskaya

Choreografe Shelby Williams speelt twee disciplines tegenover elkaar uit: een pianiste en een danseres. Twee performers die elkaar bewonderen en bevruchten. Er is bemoediging, vertrouwen. De live begeleiding zorgt voor interactie. Zoe Hollinshead is een mooie verschijning, maar ze heeft niet alleen haar knappe uiterlijk mee. Ze heeft charisma. Haar dansbewegingen zijn van een delicate schoonheid. De muziek tilt haar op. Voert haar door de ruimte. Choreografe Shelby Williams zorgt voor mooie contrasten: de wervelende muziek als een waterval wordt ingevuld door een vertraagde beweging, een contrapunt. Die tegenstellingen maken het onconventioneel en intiem, creëeren een oase van elegantie, verfijning en rust. Het geheel is sober, lichtvoetig  en ingetogen, en getuigt van een geraffineerde weelde.

3. Room Temperature

choreografie: Victor  Banka
dansers: Nancy Olbaldeston, Lateef Williams, Ester Perez, Daniel
Domenech, Tiemen Bormans, Karlijn Dedroog

Victor Banka is een danser/choreograaf van wie je merkt dat hij niet aan zijn proefstuk toe is. Hij is iemand met ervaring en straalt een zekere gedecideerdheid uit. De pandemie is een inspiratiebron voor hem. Mensen zijn vastgekluisterd aan huis, het is een intense tijd, waarin de geest kan dwalen. Hij creëert voor elke danser een vierkant plateau met een kamersfeer: een lamp een sofa. De soundscape bestaat bij aanvang uit stemmen in een Babylonische verwarring. Iedereen heeft zijn mening over de toestand. De dansers zitten opgesloten, vervallen niet in organische luiheid maar proberen hun lichaam in conditie te houden. Ze doen sit-ups, wassen hun handen. Een mooie melodie neemt over en de dansers verkennen hun innerlijk, drijven op verbeeldingskracht. Eenvoudig in de leesbaarheid, of net heel ingewikkeld. Een eerlijke, aangrijpende weergave van de toestand waarin we momenteel leven.

4. Essential

choreografie: Shane Urton
dans (solo): Taichi Sakai

De choreograaf vertrok vanuit een idee en liet het samen met zijn solist uitkristalliseren. Wat wordt ons opgelegd in deze pandemie: alle niet-essentiële dingen mogen niet. Voor een kunstenaar, een danser is dansen essentieel. Hij houdt de stethoscoop op de eigen ziel. Verzet is als vechten tegen windmolens. Met gevoel voor humor, geinige eenvoud, en geïnspireerd door verschillende muziekstijlen, toegankelijke stukken vol aanstekelijke melodieën, probeert de danser verschillende dansstijlen en moves uit. De strijd tegen de tijd. Met gratie dansen als overlevingsstrategie. De zoektocht van elke individu om op een zinvolle manier de tijd te vullen wanneer er niets noemenswaardig gebeurt. Liefde en zorg voor de eigen mentale kracht is in moeilijke tijden essentieel. What doesn’t kill you makes you stronger.

5. The Space between Us

choreografie: Zoë Ashe-Browne
dansers: Tiemen Bormans, Nicha Rodboon, Victor Banka, Zoe Hollinshead

Deze choreografie werd vanop afstand, een ander continent, gemaakt en geïnspireerd door de eerste lockdown en social distancing. Het lijkt een onmogelijke opdracht, maar is bijzonder geslaagd. Er spreekt ook een grote bereidheid uit om elkaar te verstaan. Afstand en nabijheid kunnen hier dubbel geïnterpreteerd worden. Het is als twee magneten die elkaar aantrekken. Het wordt een magische trip muziek van vlees en bloed met als drijvende motor de sonore klank van een cello. De dansers bewegen met ingehouden kracht. De dansende passages zijn een eerlijke aangrijpende weergave van een maatschappij waarin iedereen afstand moet houden. Deze choreografie weerspiegelt kracht, weerbaarheid, maar ook kwetsbaarheid.

6. Past/Passé

choreografie: Nini de Vet
dansers: Anaïs Decaster, Claudia Gil Cabus, Karlijn     Dedroog, Nini De Vet

Choreografe Nini De Vet tapt uit een ander vaatje en laat de problematiek rond corona even terzijde. Haar liefde voor haar vak, de dans in zijn veelzijdigheid blijft bij haar prioritair. Het eerste deel  is ingetogen. De pianomuziek is een injectie van emotie. Eén danseres krijgt de focus. Ze bezweert de muziek, heeft het vermogen om schoonheid te creëren. De choreografie leunt meer aan bij de klassieke taal met onder meer pointewerk, arabesken en gestileerde bewegingen. Na een tijdje sluiten de drie andere danseressen aan in complete synchrone bewegingstaal. Visueel een mooi schouwspel, maar dan barst in een explosie van dansplezier en levensvreugde het schouwspel los. Op een up-tempo nummer laat Nini De Vet zien dat daar ook pointewerk op kan. Je waant je in een spetterende Hollywood muziek/dansfilm uit de jaren vijftig. Meeslepend, overweldigend, pittig. In deze beklemmende tijden puur genieten. Een schot in de roos. Zowel hoog technisch als creatief. Opdracht méér dan geslaagd.

7. A main sequence

choreografie: Misako Kato
dansers: Giovanni Agati, Hector Ferrer, Daniel Domenech

Choreografe Misako Kato koos voor drie mannelijke dansers. Het geheel oogt viriel, indrukwekkend en acrobatisch. Een en al uitgepuurd raffinement in een verwevenheid van muziek en de dansers.  Toch een kanttekening. Door de obscure belichting is de zichtbaarheid op het kleine pc-scherm soms praktisch nihil.

8. Pliancy

choreografie: Tiemen Bormans & Karlijn Dedroog
danser: Tieman Bormans & Karlijn Dedroog

Geïsoleerd zijn gaat soms pijn doen en bijten. Tieman Bormans en Karlijn Dedroog zijn het levende bewijs van de weerbaarheid van artiesten. Flexibel zijn  zowel fysiek als mentaal. Alleen, overgeleverd aan hun verbeeldingskracht hebben kunstenaars de creativiteit om met hun lot om te gaan. We hebben de andere nodig want ze definiëren voor een deel wie je bent. Dat wordt in deze pas de deux op afstand overduidelijk. De honger ook van deze twee jonge mensen om te blijven dansen en hun droomcarrière te realiseren. Ze kozen een muziekje met een pulserend ritme en begonnen daarop te improviseren. Ze zijn zowel de bedenkers van de choreografie als de uitvoerders en benutten alle ruimtelijke mogelijkheden. Het werk is dynamisch, speels, sierlijk en dartel.  Danspedagoge Marie-Louise Wilderijckx omschreef hun choreografie lovend als: ‘De kracht van de jeugd’.

9. The glass ceiling

choreografie: Nicola Wills
dansers: Lateef Williams, Philippe Lens, Astrid Tinel, Tiemen Bormans

Choreografe Nicola Wills pakt uit met een sterke thema: ongelijkheid en onderdrukking. Het handelt deels over corona, maar de situatieschets gaat ook breder: de mentale kracht van het individu, empowerment. Ze pakt uit met aparte lichaamstaal, grotesk met een donker randje. Het refereert naar ‘Big brother is watching you’, ook de vrouw gereduceerd tot sexobject, poetsvrouw. We zijn allemaal een speelbal in het geheel. Trekken we een goede of een slechte kaart?! Mooi, sprookjesachtig is het beeld waarin de speelkaarten als sneeuwvlokken uit de lucht dwarrelen, wat haaks staat op de gruwel en de wanhoop die toeslaat. Deze choreografe heeft een bijzondere affiniteit voor de kwaliteiten van haar dansers en voegt die samen, soms door verwantschap soms door contrast. Ze benadert de poëtische abstractie, hoewel de geometrie niet helemaal vaarwel is gezegd. Nicola Wills is een veelbelovende kracht, haar sterke choreografie springt er echt uit. Een mooi en indrukwekkend sluitstuk.

 De optie van streaming om contact onderhouden met het publiek, creëert een vorm van nabijheid. Niets gaat evenwel boven een live uitvoering, boven interactie. Het geeft de performers vleugels en het publiek drijft mee op de vibe van de performers.

De digitale editie van Choreolab is voor het format té lang uitgesponnen 2u15’: voor elke choreografie een interview, nadien een gesprek met het panel. Het medium (film) wordt niet voor 100% uitgepuurd. Er werd één camera op de de 4de muur gericht. Alles blijft vlak, er wordt op niets ingezoomd. Het was van de nood een deugd maken. Streaming zit ook voor Ballet Vlaanderen in een experimentele fase. Een gouden raad: exploreer meer de mogelijkheden van het medium. Dat is zowel een win-win situatie voor de dansers als het publiek. Dit doet niets af aan het werk van de jonge choreografen. Choreolab anno 2020 is een bijzonder sterke editie.


 

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: