Antwerpen in 1659, hoe klonk dat?

Muziekinstrumenten uit het Vleeshuis (Antwerpen) en MIM (Brussel) komen terug tot leven. Maar liefst vijf verschillende Antwerpse virginalen en klavecimbels naar model van Joannes Ruckers, Andreas Ruckers en Joannes Couchet zijn te horen op de nieuwe cd Ruckers Me Fecit Antverpiae van Mario Sarrechia. Met deze historische instrumenten schetst de klavecinist een muzikale landschap van het 17e-eeuwse Antwerpen.

Museum Vleeshuis en Snijders&Rockoxhuis sloegen de handen in elkaar voor het project ‘Antwerpen Klavecimbelstad’. De cd Ruckers Me Fecit Antverpiae, opgenomen in de Antwerpse Begijnhofkerk, is het startschot van hun nieuwe samenwerking. Voor deze cd doken ze samen met de Belgische klavecinist Mario Sarrechia de archieven in. Op zoek naar muziek uit de periode 1560-1660, het gouden tijdperk van de Antwerpse klavecimbelbouw, vonden ze de uitgebreide correspondentie van en over de familie Duarte. Het was een uitzonderlijk muzikale familie die niet lang voor 1575 naar Antwerpen verhuisde. Ze zouden minstens vijf klavierinstrumenten in huis gehad hebben en waren goede vrienden met de beroemde Antwerpse klavecimbelbouwers Ruckers-Couchet.

De huisconcerten van de familie Duarte vormde de basis voor het programma van de cd. Een opmerkelijk Europees repertoire klonk bij de Antwerpse muziekliefhebbers. Naast eigen composities van de Duartes (die spijtig genoeg niet bewaard zijn gebleven) werden werken van John Bull (ca.1562-1628, Engeland), Girolamo Frescobaldi (1583-1643, Italië), Johann Jakob Froberger (1616-1667, Duitstalige gebieden) en Michel Lambert (1610-1696, Frankrijk) gespeeld.

Naast repertoire dat bij de familie Duarte circuleerde, komen er op de cd ook werken van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621, Nederland) aan bod. Sweelinck reisde in 1604 naar Antwerpen om er een Ruckers-klavecimbel te kopen. Zijn muziek klonk dus vermoedelijk ook in de stad. De cd werd verder aangevuld met anonieme composities uit het klavierhandschrift Susanne van Soldt (1599) .

Gebaseerd op de structuur van de huisconcerten bij de Duartes werkte Mario Sarrechia een programma uit. Klavierwerken wisselen af met luitliederen voor de nodige variatie. Sopraan Lieselot De Wilde en luitist Justin Glaie brengen naast de traditionele luitliederen ook samen met Sarrechia bewerkingen voor stem en virginaal en luit en klavecimbel.

© Jean-Marc Anglès

De cd opent met een feestelijk werk, de Brande champanje [track 01] uit het klavierhandschrift van Susanne van Soldt. Sarrechia brengt deze compositie op twee verschillende instrumenten, een virginaal en een ottavino (kindvirginaal), die samen als “moeder en kind”-virginaal gebruikt kunnen worden. Hun verschil in klankkleur is een aangenaam speelse interpretatie van Sarrechia.

Als contrast volgt na de vrolijke, instrumentale dans een meer ingenomen compositie voor stem en luit. Dont vient cela [track 02] is luitlied van de Franse componist Claudin De Sermisy (c.1495-1562). De tekst is van een van de bekendste dichters van zijn tijd, de productieve Clément Marot (1496-1544). Vele van zijn gedichten zijn op muziek gezet, in het bijzonder door De Sermisy. De componist leek een voorkeur te hebben voor Marots poëzie. Lieselot De Wilde zingt de tekst in smaakvolle soberheid en werkt samen met de akoestiek van de kerk. Bij aanzwellende noten laat ze haar stem de ruimte vullen. Ook bij snellere liederen zoals Ung gay bergier [track 06] weet De Wilde deze synergie te bewaren.

Een zwakkere interpretatie is Sweelincks Pavana Hispanica [track 13] door Glaie en Sarrechia. De bewerking voor luit en klavecimbel biedt geen meerwaarde ten opzichte van het origineel. De luit wordt zo overmeesterd door de klavecimbel. Het getokkel van Glaie gaat volledig verloren. Het moeilijk is om het instrumenten te isoleren, zorgt de luit op sommige momenten wel voor een warmere klankkleur. Als het de opzet was om met timbre te spelen en de metalige klank van de klavecimbel op te warmen, gaat deze intentie spijtig genoeg verloren.

Er is duidelijk veel aandacht gegaan naar onderzoek en de opstelling van het programma. Het verhaal doorheen de cd is duidelijk te volgen en op het einde is de cirkel rond. De cd eindigt in dezelfde sfeer zoals ze begint. Sarrechia eindigt op de combinatie van virginaal en ottavino met de energieke, instrumentale dans Pavane dan Vers [track 26]. Het dansachtige karakter van de pavane staat duidelijk op de voorgrond. Je kan de danspassen zo meedenken. Een geweldige interpretatie om mee te eindigen.

4.2/5

WIE: Mario Sarrechia [klavier], Lieselot De Wilde [sopraan], Justin Glaie [luit]

WAT: Ruckers Me Fecit Antverpiae

UITGAVEN: Etcetera (KTC1755)

BESTELLEN: JPC

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC