André Laporte: kleurrijk, nieuwsgierig en betrokken

Deze week viert de Vlaamse afdeling van de International Society for Contemporary Music (ISCM) de 90ste verjaardag van haar erelid André Laporte. Componist, musicoloog, pedagoog en filosoof Laporte, onvermoeibare promotor van hedendaagse Belgische muziek, heeft er duidelijk zin in. Tijd voor een gesprek.

“Van jongsaf aan heb ik mij beziggehouden met moderne klassieke muziek”, zegt Laporte. “Dat begon al heel vroeg met de klarinet van mijn grootvader. Nadat ik daarop zelf had leren spelen, introduceerde ik dat instrument in de fanfare van Oplinter, waardoor hun muziek ineens een jazzy karakter kreeg. In die tijd luisterde ik thuis naar Gershwins Rhapsody in Blue op de radio (merk: His Master’s Voice), ziedaar. Toen ik in de jaren ’50 aan het Lemmensinstituut in Mechelen studeerde, kreeg ik van mijn orgelleraar Flor Peeters veel moderne stukken voor mijn neus, variërend van Maurice Duruflé via Ernst Pepping tot Olivier Messiaen. Maar het meest hield ik mij in die tijd bezig met het werk van Paul Hindemith. Dat kwam niet vanzelf. Ik heb vóór die tijd ongeveer alles bestudeerd van Richard Wagner. En met drie medestudenten ben ik naar Bayreuth gelift om daar de Festspiele mee te maken. Herbert von Karajan, toen 44 jaar, dirigeerde er Tristan und Isolde. Maar ook luisterden wij naar de Ring des Nibelungen en Parsifal. Onvergetelijk. Daarna heb ik mij veel minder aan Wagner gelegen laten liggen, en heb ik gekozen voor de koelheid van Hindemith.”

Darmstadt

In de jaren ’60 kwam Laporte ook in aanraking met de muziek van Schönberg, Stravinsky en Berg. Hij nam tussen 1960 en 1964 jaarlijks deel aan de fameuze Internationale Ferienkurse in Darmstadt, en later aan de Kurse für Neue Musik te Keulen. Daar leerde hij toonaangevende figuren kennen als Pierre Boulez, Bruno Maderna, Luciano Berio, en Karlheinz Stockhausen.

Laporte: “Darmstadt had een grote invloed op mijn compositorisch traject. Er was een kamerorkest dat onder leiding van afwisselend Boulez en Maderna uitvoeringen van nieuw werk gaf. Ik luisterde met rode oortjes naar colleges van Berio over zijn werk voor vrouwenstem met begeleiding. Stockhausen analyseerde zijn orkestwerk Gruppen. Ik heb daar ook de klarinettist Hans Deinzer leren kennen, die mij vroeg om voor hem een stuk te schrijven. Voor klarinet, omdat er toen te weinig nieuw materiaal voor dat instrument bestond. Dat stuk, Sequenza I, is duizenden keren over heel de wereld uitgevoerd, vooral door de Belgische klarinettist Walter Boeykens.”

In 1988 werd U docent compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Wat heeft U Uw studenten willen meegeven?

Laporte: ”Ik nam alleen studenten aan die al componeerden. De reden is dat je iemand die niet uit zichzelf al componeert, niet kan aanleren om te gaan componeren. Dat bestaat niet. Het moet uit jezelf komen, je moet de gave al hebben. Zo had ik negen of tien studenten die, voor ze bij mij kwamen, al interessant werk leverden. Daar ben ik dan op verder gegaan. Ik heb hen gezegd naar welke composities ze moesten luisteren en bestuderen.

Ik werkte toen bij de BRT en had de beschikking over stapels opnamen. Later, toen ik artistiek directeur was van het BRT Filharmonisch Orkest, liet ik af en toe een stuk dat een van hen bijvoorbeeld voor de kerst geschreven had, uitvoeren door dat orkest. Op die manier kregen jonge, veelbelovende componisten een platform. Verder heb ik iedereen vrijgelaten. Ik heb hen nooit gezegd dat ze moesten componeren zoals ik componeerde. Ik heb hen trouwens nooit mijn partituren laten zien.”

Hoe staat het met de legendarische koudwatervrees voor hedendaagse klassieke muziek? Is er al zicht op verbetering?

Laporte: “Neen, de situatie is verslechterd. Toen ik in 1978 bij de BRT begon, had de omroep vijf orkesten: een groot symfonieorkest van 93 muzikanten, dan het kamerorkest van in de veertig muzikanten, een jazzorkest van zestien musici, een variété-orkest en een radiokoor. Het is allemaal weg, allemaal gedaan. Televisie idem. Indertijd werden op tv regelmatig volledige opera’s van de Munt uitgezonden, onder meer mijn opera Das Schloss. Nu niks meer. Ook in de kranten is het aantal kritieken over klassieke concerten drastisch afgenomen. Van nieuw klassiek werk van, bijvoorbeeld, Wim Henderickx of Luc Van Hove en nog een aantal komt er nauwelijks iets op de radio, laat staan de tv.”

In 1972 richtte U samen met Herman Sabbe een nieuwe Belgische afdeling op van de International Society for Contemporary Music (ISCM), waarin U tot 2007 actief was. Waarom is de ISCM belangrijk?

Laporte: “Het gaat om de internationale contacten. Het doel was Belgische componisten te promoten in het buitenland. De jaarlijkse festivals, waarop nieuw werk wordt gepresenteerd, zijn het hoogtepunt. Dat de ISCM componisten uit de hele wereld laten samenkomen, en dus hun werken laat horen, schept internationaal een band. Ik heb twintig festivals over heel de wereld meegemaakt, van China, via België tot in Boston. De ISCM is een puur promotie-instrument. Ik moet wel zeggen dat er vroeger meer internationale interesse in de muziek bestond, er werd veel meer gereisd en met elkaar kennisgemaakt.”

U bent al een tijdje met pensioen. Welke plaats heeft muziek nu bij U?

Laporte: “Ik heb in 2018 mijn laatste compositie geschreven: het motet Venite et videte voor vierstemmig gemengd koor, dat in 2020 is uitgevoerd, onder meer ter ere van de heropening van de Sint-Pieterskerk in Leuven. Nu improviseer ik op de piano of speel ik inventies van Bach. Vergeet niet dat ik op het Lemmensinstituut werd gehersenspoeld met fuga en contrapunt. Ik heb alle grote werken van Bach gespeeld. Hij is één van de compleetste musici die er in de geschiedenis geweest zijn. Bach is een fenomeen dat niet te verklaren valt. Bach is en blijft voor mij een voorbeeld.”


  • WAT: André Laporte 90!, verjaardagsfeest woensdag 17 november 2021, vanaf 17u. Koninklijk Conservatorium Brussel. Deelname is gratis. Info: https://matrix-new-music.be/nl/kalender/andre-laporte-90/
  • BOEK: Onvermijdelijk beeldend. Autobiografie door André Laporte m.m.v. Yves Knockaert (eindredactie). Prijs € 49.90, uitgave Stichting Kunstboek, ISBN 978-90-5856-665-2
  • FOTO’S: Wynold Verweij

André Laporte – beknopt bio

1931    Geboren in Oplinter op 12 juli.

1949    Aanvang studies Lemmensinstituut  Mechelen bij Edgard de Laet, Flor Peeters (orgel) en Marinus De Jong (piano, contrapunt, fuga).

1952    Reis naar Bayreuth, belangstelling voor Wagner.

1953    Wijsbegeerte en Musicologie KU Leuven.

            Leraar muzikale opvoeding en esthetica Sint-Thomasinstituut, Brussel.

            Componeerde zijn eerste stukken onder invloed van Hindemith en Bartók.

1960    Internationale Ferienkurse in Darmstadt (jaarlijks tot 1964).

1963    In dienst bij de BRT, achtereenvolgens producer, programmacoördinator en                                                          productieleider van het BRTN Filharmonisch Orkest (1989).

1964    Kurse für Neue Musik te Keulen (ook in  1965).

1968    Docent “Nieuwe Technieken” aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

1988    Docent compositie aan het KC van Brussel (tot 1996).

1972    Oprichting van een nieuwe Belgische afdeling van de International Society for                                                        Contemporary Music (ISCM), samen met Herman Sabbe. Later voorzitter.



Lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Naast de Lemmens-Tinel prijs won hij in 1976 de Prix Italia met zijn oratorium La Vita non è sogno. Zijn Kafka-opera Das Schloss, die in december 1986 in de Munt werd gecreëerd, beleefde in 1991 zijn Duitse première in het Saarländisches Staatstheater te Saarbrücken.
 Laporte was in 2001-2002 gastprofessor aan het Orpheusinstituut. In 2003 ontving hij de Visser-Neerlandia-Prijs. André Laporte werd in 2006 benoemd tot erelid van de ISCM. Hij ontving in 2013 de Klara carrière prijs.

 

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: