Ambroise Thomas’ Hamlet

123.png

Zowat anderhalf jaar geleden zette de Munt in op het duo Olivier Py-Marc Minkowski voor Les Huguenots van Meyerbeer. De voorstelling van deze Grand Opéra werd bejubeld en gelauwerd. Dit seizoen haalt het operahuis zijn troefkaart opnieuw boven voor Hamlet van Ambroise Thomas. Een theater-ervaring met vele aangrijpende momenten.

Zowat anderhalf jaar geleden (juni 2011) zette de Munt in op het duo Olivier Py-Marc Minkowski voor een weinig gekende Franse opera uit de negentiende eeuw: Les Huguenots van Meyerbeer. De voorstelling van deze Grand Opéra werd bejubeld en gelauwerd. Dit seizoen haalt het operahuis zijn troefkaart opnieuw boven voor Hamlet van Ambroise Thomas. Een theater-ervaring met vele aangrijpende momenten.

 

Ondanks de overbekende titel is het toch een opera die totaal in de vergetelheid is geraakt. Zoals zijn iets jongere tijdgenoot Charles Gounod behaalde Thomas zijn grootste operasucces met een opera gebaseerd op Goethe: Mignon. Zijn bewerking van het Shakespearestuk Hamlet is met succes in Parijs gecreëerd in 1868, maar verdween in de twintigste eeuw uit het gangbare repertoire, op twee fragmenten na: het drinklied van Hamlet in het tweede bedrijf en de waanzinscène van Ophélie. Aan Ophélie wijdt Thomas trouwens bijna het volledige vierde bedrijf.

 

Romantisch drama

 

Thomas wijzigde zonder scrupules nogal wat aan het origineel van Shakespeare. Zo liet hij Hamlet tot koning van Denemarken kronen en maakte hij Gertrude medeplichtig aan de moord op de koning, maar daar struikelde men in de Franse opera van die tijd niet over. Het belangrijkste is een romantisch drama te produceren en daar is Thomas ongetwijfeld in geslaagd. Zowat het grootste verraad aan Shakespeare is een “happy end”, waarbij Hamlet eindelijk de wraak uitvoert op Claudius en hij tot koning wordt uitgeroepen: “Vive le roi Hamlet”. Voor latere uitvoeringen in Londen wijzigde Thomas zelf dat slot tot een tragisch einde met de zelfmoord van Hamlet. In hedendaagse uitvoeringen is het logisch dat deze versie gekozen wordt en dat is in de Munt ook het geval.

 

De voorstelling ademt angst en wraak uit alle poriën, enigszins ten koste van de melancholie die het stuk en de muziek doordringt. Het decor is somber met zwarte bakstenen trappen en gewelven, die er als ondergrondse catacomben uitzien. De hoge trappen die ook voortdurend worden gedraaid, zijn niet alleen visueel beangstigend, maar blijken ook voor de zangers-acteurs soms moeilijk te nemen hindernissen, alsof de regisseur hen verplicht fysiek hun angst op het publiek over te brengen. Het is in die context in elk geval bewonderenswaardig dat de zangers vocaal en emotioneel zeer overtuigend zijn.

 

Beangstigend

 

De voorstelling opent met een beeld van de zichzelf verminkende Hamlet bij de urne van zijn vermoorde vader, een hedendaagse vorm van zinsverbijstering, die onmiddellijk de teneur zet voor het personage van Hamlet: in zichzelf gekeerd en iedereen wantrouwend, opgesloten in zijn eigen wereld van wraak. Zijn moeder Gertrude is een verscheurde vrouw, enerzijds schuldbewust, anderzijds schuld ontkennend. Ze ziet eruit als een licht-decadente, gefrustreerde diva. De scène waarin ze met haar zoon in bad zit, is er een mooi uitgevoerd exponent van – al vraag ik me af wat ze echt bijbrengt. Ophélie verschijnt daarentegen als de puurheid zelve, het enige lichtpunt van wit in de voorstelling. Haar verdrinking is een opgenomen worden door een groep revolutionairen, die Olivier Py aan de voorstelling toegevoegd heeft, misschien om het politieke aspect van het originele Shakespeare-stuk in ere te herstellen. Het is allesbehalve een beeld dat het schilderij van Burne Jones in gedachte kan brengen en de monsterlijke dierenkoppen zijn nog maar eens een beklemtoning van het beangstigende klimaat van het stuk. De groep revolutionairen – die het gecoupeerde ballet vervangen – brengen met hun felrode vlaggen ook een scherp kleurelement in de zwarte basiskleur. Hoogtepunt van de voorstelling is zeker het tweede bedrijf met de voorstelling door de rondtrekkende toneelspelers. Het hallucinante effect is prachtig weergegeven en vanaf dan zijn alle personages karakters waar je je als publiek bij betrokken voelt.

 

De beelden met wazige wolken doen soms wat kitscherig aan en het fragment waarin de as door een ventilator weggeblazen wordt als Hamlet de geest van zijn vader oproept, komt wat dwaas over, net als het slotbeeld, waar Hamlet in een houten kist stapt. Jammer eigenlijk voor een theater-ervaring die zoveel aangrijpende en geslaagde momenten heeft.

 

Bewonderenswaardige hoofdrollen

 

Die momenten worden ook – ik zegde het al – uiterst overtuigend door de cast tot leven gebracht. Eigenlijk valt niemand uit de toon, maar vooral de hoofdrollen zijn bewonderenswaardig, Stéphane Degout op kop. Je zou voor hem bijna dankbaar zijn dat Thomas zijn titelrol voor een bariton geschreven heeft – in zijn tijd een gedurfde zet. De vocale partij zit hem als gegoten, zijn rijke volle bariton deint mee op alle nuances van zijn paranoïde rol: melancholie in de liefdestaferelen, angst, verontwaardiging, wraakzucht, alles klinkt natuurlijk. Lenneke Ruiten is een belcanto-waardige, lyrische sopraan vol kleur, zonder schrille hoogte en met een beeldig figuur. Jennifer Larmore werd verontschuldigd voor ziekte bij het begin van de voorstelling, maar ik vroeg me af waar dat voor nodig was. Niets van gehoord. Schitterende prestatie!

 

En dan zijn er nog koor en orkest. Ze worden door Minkowski geleid alsof het voor hem dagdagelijkse kost is. Wat een souplesse en vanzelfsprekendheid. Hij ademt het Franse idioom uit al zijn poriën en het orkest draagt er duidelijk de vruchten van. Meer dan eens werden er opvallend mooie accenten gezet in solo-instrumenten die de sfeer van melancholie of het onwezenlijke beklemtoonden (trombone in het begin, harp en fluit in de scène van Ophélie, klarinet en natuurlijk de warme klank van de saxofoon, het dan pas uitgevonden instrument dat hier voor het eerst in een opera wordt gebruikt).

 

Na zo’n veeleisende geslaagde productie kan de Munt met fierheid het nieuwe jaar instappen. En het duo Olivier Py-Minkowski mag wat mij betreft zeker nog opnieuw zijn opwachting maken in Brussel. Ik kijk ernaar uit.

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: