Amazing !

Rotterdams Filharmonisch Orkest

Gouden Label “Had ik geweten dat het mogelijk was om zo’n celloconcerto te schrijven, dan zou ik zelf geprobeerd hebben om er een te componeren.” Zo verklaarde Brahms na het lezen van de partituur van het Concerto voor cello en orkest in b, opus 104 van Antonin Dvořak (1841-1904), dat de opening was van bijna twee uur durend genot… 

Gouden Label “Had ik geweten dat het mogelijk was om zo’n celloconcerto te schrijven, dan zou ik zelf geprobeerd hebben om er een te componeren.” Zo verklaarde Brahms na het lezen van de partituur van het Concerto voor cello en orkest in b, opus 104 van Antonin Dvořak (1841-1904), dat de opening was van bijna twee uur durend genot… die vrijdag in deSingel. Het celloconcerto is het laatste werk dat Antonin Dvořak heeft gecomponeerd tijdens zijn verblijf in Amerika (1892-1895). Daar was hij directeur van het National Conservatory of Music in New York. Omdat hij in Amerika de reputatie had de tweede beste componist van Europa te zijn (na Johannes Brahms) werd hij gevraagd om compositieleer te promoten in Amerika.

Uit een brief aan de uitgever Simrock blijkt dat Dvořak geen voorstander was van een cadens in een concerto door en voor de solist; doch de solist (Hanus Wiham) voor wie Dvořak het concerto schreef, had al andere plannen. In Dvořaks brief aan Simrock stond: “Er is geen cadens in het laatste deel, noch in de partituur, noch in de pianoreductie. Ik heb meteen gezegd aan Wiham toen hij mij zijn cadens liet zien, dat het onmogelijk was iets in die aard aan mijn concerto toe te voegen. De finale sterft langzaam uit, diminuendo, als een zucht, met herinneringen aan het eerste en het tweede deel. De solo sterft langzaam uit tot een pianissimo en wint daarna opnieuw aan kracht. De laatste maten worden overgenomen door het orkest en het geheel eindigt op een stormachtige manier. Dat was mijn idee en ik kan er niet van afwijken.”

Dit concerto wordt prachtig vertolkt door de Noorse solist Truls Mørk (°1961), een cellist van de bovenste plank, geboren in de stad Bergen. Hij kreeg op zevenjarige leeftijd pianolessen en algemene muzieklessen van zijn moeder, begon ook met viool maar schakelde algauw over naar cello. Hij zette zijn studies voort  aan de Edsberg Muziekhogeschool, studeerde bij namen zoals Natalia Shakhovskaya en Frans Helmerson. Voorts was hij in 1982 de eerste Scandinavische muzikant die de finale van de Tsjaikovski Wedstrijd in Moskou haalde en de Cassadó Wedstrijd in Firenze. Hij begon zijn eerste tournee in 1989 door Europa, schitterde met het Oslo Philharmonic Orchestra in het Kennedy Center, met het New York Philharmonic, de Berliner Philharmoniker, de Münchener Philharmoniker, enz… Vele bekende celloconcerti zijn door hem opgenomen en zijn cd met de cellosuites van Benjamin Britten werd bekroond met een Grammy Award.

Wat een muzikant! Hij houdt het publiek veertig minuten onafgebroken vast. Hij toont een ongelooflijk bereik, van het ene uiterst absolute pianissimo tot het andere uiterste fortissimo, doch zonder pompeus te worden. Ook de interactie tussen de eerste violist en de solist is misschien wel onevenaarbaar…

Tegen het einde van het laatste deel trad enige vermoeidheid op: een paar minder zuivere nootjes, die iemand als Mørk meteen bijstuurt. Hij herpakt zich en geeft tot de laatste ‘snik’ het beste van zichzelf. De nochtans nokvolle zaal was muisstil en dat betekent heel wat. Tijdens de pauze kwamen de tongen van “kenners en liefhebbers” los. Ik kon me nauwelijks in het gesprek mengen want zat vastgenageld aan mijn stoel. Amazing is het enige woord dat hierbij past. Niet te vertalen en zeker niet in één woord samen te vatten. Thanks for the music, Truls Mørk.

Maar ook het orkest en de dirigent verdienen alle lof. Van bij het begin hoor je de voorliefde van Dvořak voor blazers en in het bijzonder voor de klarinet. Bij de eerste fluweelzachte inzet van een klarinetsolo krijgt mijn collega kippenvel en een krop in de keel. Ook later zijn we de onder de indruk over hoe merkwaardig Yannick Nézet-Séguin omgaat met het orkest als instrument en subtiele evenwichten creëert tussen solist en orkest. De overgangen van solo naar tutti en vice versa zijn pareltjes van muzikaliteit. Al het goede van het Rotterdams Philharmonisch Orkest wordt bevestigd. Het ‘klinkt’ nog beter dan enige tijd geleden en daar zal de jonge Canadese dirigent wel voor veel tussen zitten. Hij heeft alles perfect in de hand, duidt de kleinste details aan (voor wie aan de ‘beurt’ is), beweegt soms nogal heftig maar staat daar niet als een dictator (à la von Karajan). Het zijn de muzikanten die het doen.

Ter bevestiging van een en ander krijgen we een uitmuntende uitvoering van de Symfonie nr. 3 in Es, opus 55 ‘Eroica’ van Beethoven, gecomponeerd in 1802-1803. Het werk was oorspronkelijk een hulde aan Napoleon Bonaparte, maar Beethoven noemde het later ‘Eroica’ omdat hij het niet eens was met de keizerskroning van Napoleon. Over de identiteit van de persoon heerst onduidelijkheid, maar de meest betrouwbare hypothese zegt dat het was opgedragen aan prins Louis Ferdinand van Pruisen. De Eroica ‘ontstaat’ als het ware uit het niets, door een opbouw naar een thema, dat wordt verlaten in 3 variaties: een fugato in c, een fluitsolo in D en een ‘Hongaarse dans’ in g. Typerend voor Beethoven sluit de symfonie af met een krachtige, constante V-I coda.

Al duizend keer gehoord die symfonie? Misschien, maar ongetwijfeld maar zelden zoals vanavond. Nézet-Séguin doet er iets mee. Het is (met permissie) nauwelijks nog huzarenwerk de muzikanten te doen spelen wat er staat – alhoewel – maar deze knaap laat de meest sublieme pianissimo’s weerklinken, al of niet op de voet gevolgd door een indrukwekkend (typisch Beethoveniaans) forte, dit laatste zonder ‘geweld’ maar ‘gezond krachtig’. We zitten op het puntje van onze stoel met open mond (en vooral verbaasde oren) te luisteren: wonderbaarlijk dat dit nog kan in een wereld van ‘doordeweekse’ uitvoeringen van die fameuze Eroica.

Proficiat, zowel voor dirigent Yannick Nézet-Séguin (°1975, Montréal) als voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest waarvan de relatief jonge Canadees sinds  juni 2008 chef-dirigent is. Het is voor avonden als deze dat we uit onze luie zetel komen. Een bevriend muzikant op rust stapte met stralende blik langs me heen en zei: “Dat doet toch deugd hé. Het is als een weldoende zalf”.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: