Allemaal dezelfden of nog Cosi fan tutte …

Cosi fan tutte

Mozart en Da Ponte schreven samen drie opera’s. Da Ponte de tekst, Mozart de muziek en zo ontstonden drie opera’s dit tot de allersterkste uit heel het operarepertoire behoren. Cosi fan tutte is een luchtig verhaaltje van een oudere cynicus – Don Alfonso – die twee legerofficieren zo ver krijgt, dankzij de actieve hulp van zijn meid, hun verloofdes tot het uiterste in hun liefdestrouw te testen…

De twee zussen Fiordiligi en Dorabella worden de speelbal van de meid Despina. De meid maakt van het snode plan van haar baas gebruik om iedereen op het verkeerde been der liefde te zetten om zo de adel, waar ze afhankelijk van is, een keer lekker belachelijk te maken. Ze toont immers aan dat ze in feite niet te hoog van de toren moeten blazen als het er op aan komt het goede voorbeeld te geven in trouwe relaties en levensernst.

Luchtige regie

Regisseur Korneel Hamers van deze Cosi fan tutte – een productie van Octopus vzw – koos voor een zeer luchtige aanpak met wat te veel rommel op de scène. Het verhaal naar ergens de jaren 1920 overhevelen is niet erg omdat het een tijdloos verhaal is. De protagonisten een fietsreis laten maken, och ja, maar er was bij momenten in het niet zo sprekend decor te veel  gerommel dat voor wat storende bijgeluiden zorgde. Ook het idee de hoofdrolspelers te laten nippen aan een blikje frisdrank mocht, maar het werd teveel herhaald. Dergelijke vondsten kunnen de humor in het verhaal kracht bijzetten als het subtiel gebeurt en niet (meer) als het een vast element wordt. Eigenlijk heeft de regie mij niet kunnen overtuigen, de zang des te meer.

Bart Van Reyn en zijn Octopus Kamerkoor en het orkest Le Concert d’Anvers zijn intussen gevestigde waarden geworden. Wat zij programmeren en uitvoeren staat voor kwaliteit en het is opvallend dat telkenmale die kwaliteit nog verbeterd wordt. Met één nadeel had het orkest te kampen in de Leuvense stadsschouwburg: warme zaal, droge akoestiek en dus ontstemmen van een aantal instrumenten. Misschien had Van Reyn een paar stempauzes moeten inlassen. Dit probleem werd echter totaal opgevangen door een schare zangers die in hun rol uitblonken en een koor dat het vergelijk met een professioneel operakoor begint te evenaren.

Solistische ontdekkingen !

Werner Van Mechelen is geen ontdekking meer en vulde de rol van Don Alfonso zowel acterend als zingend lekker ontspannend in. Hij genoot duidelijk niet alleen van deze opera op zich, maar ook van de regie en de zangersgroep. Samen met zijn meid Despina, gezongen door Liesbeth Devos, vormde hij een olijk duo dat op het einde toch maar snelletjes en onopvallend weet te trouwen.

Despina mogen spelen – ja, zeg maar letterlijk spelen – moet voor vele jongere zangeressen een droomrol zijn. Je kan daar je jonge guitenstreken hun gang in laten gaan en hier en daar de grens van het burgerlijke fatsoen lekker overtreden. En zo deed Liesbeth Devos het ook. Lachen was het antwoord van het publiek dat getroffen werd door haar zeer sterke zangprestatie. Devos haar stem is sterk geëvolueerd en hoort definitief thuis op het (opera)podium. Dragend, duidelijk verstaanbaar, helder, zuiver en met mooie nuanceringen. Ze paste perfect in het trio zangeressen.

An De Ridder is een sopraan die eerder al aandacht kreeg in ons webmagazine, maar voor mij was ze een ware ontdekking. Deze Vlaamse zangeres is verbonden aan de opera van het Duitse Essen en dat is een referentie op zich. Hoe zij Fiordiligi vorm gaf, en dan vooral in het muzikale, mag op de eerste rij geplaatst worden van de betere uitvoeringen. Zeer mooie volle sopraan, warme toon, rijk geschakeerde stem en met hartstocht vertolkt. Dorabella, gezongen door Sharon Carty, moest er niet voor onderdoen. Haar mezzo klonk in zowel de aria’s als in de duo’s en meer zeer harmonisch en evenwichtig, wat zwoel – ideaal toch in dit verhaal? – en ze heeft een soms bronsachtige kleur in haar stem. Zij was de tweede ontdekking.

De derde ware ontdekking van deze Cosi fan tutte was de Nederlandse tenor Peter Gijsbertsen die de rol van Ferrando vertolkte. Een innige tenorstem, breed dragend, niet opdringerig, helder en teder tegelijk. Meer van dat…  Zijn collega officier Gugliermo werd geïnterpreteerd door Marcus Farnsworth. Hij leefde zich goed in de jaloersheid in van de bedrogen geliefde en legde veel uitdrukking in zijn baritonstem die ook vlot de zaal vult. Vooral in krachtigere passages kleurt deze stem rijk en meeslepend.

Met een grote glimlach kon ik huiswaarts keren en zo ook het voltallige publiek en al de mensen die aan deze productie meegewerkt hebben. Goed zo.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: