In zijn 66ste editie (die liep van 19 oktober tot 5 november) heeft de Wexford Festival Opera opnieuw de kans geboden een minder populair repertoire, dikwijls verwaarloosd maar daarom niet minder interessant, te ontdekken. Op de affiche stonden dit jaar Medea van Luigi Cherubini, Margherita van Jacopo Foroni en Risurrezione van Franco Alfano.

Medea is de Italiaanse versie van Médée de opéra comique in drie bedrijven van Luigi Cherubini op een libretto van François Bernoît Hoffman, gecreëerd in Parijs in 1797. Opéra comique betekent gesproken dialogen maar de Italiaanse versie van de opera door Carlo Zangarini, voor het eerst uitgevoerd in de Scala van Milaan in 1909, verkoos de begeleide recitatieven te gebruiken die in de 19de eeuw door de Duitse componist Franz Lachner waren uitgewerkt.

Voor de opvoeringen in Wexford hebben de dirigent Stephen Barlow en de regisseur Fiona Shaw beslist om zich op de kritische versie van de opera uit 2008 te baseren en daarin toch enkele gesproken dialogen, weliswaar onderstreept door muziek,  op te nemen, een procedé dat ze effectiever vonden dan de muzikale zinnen van Lachner. De Ierse actrice Fiona Shaw was reeds een gevierde vertolkster van het Medea in de tragedie van Euripides en vond nu  het personage hier terug in de opera van Cherubini, weliswaar als regisseur (bijgestaan door Annmarie Woods voor decor en kostuums). Maar zoals veel regisseurs vandaag gelooft Fiona Shaw, jammer genoeg, blijkbaar niet (voldoende) in de expressieve en dramatische kracht van de  muziek. Dus moet, om te beginnen, de ouverture gevisualiseerd worden : kinderen spelen de verovering van het Gulden Vlies. Dan volgt een toneel in een moderne gym waar Glauce, de jonge verloofde van Jason, en haar vriendinnen zich voorbereiden op haar  huwelijk.

Het vervolg van de opera speelt zich af in een ruime kamer waarin een grote rots staat waarop de broer van Medea troont (weliswaar gedood bij het stelen van het Gouden Vlies) die zich af en toe in de handeling mengt en uiteindelijk de kinderen ,die Medea doodde, meeneemt  om ze zo definitief van Jason weg te nemen. Fiona Shaw vult het gebeuren  voortdurend met onnodige handelingen en interventies  die de dramatische spanning beslist niet bevorderen, wel in tegendeel en de figuur van koning Creon zelfs enigszins belachelijk maken. Jammer, want het zangersensemble verdiende beter en werd nu dikwijls beslist niet geholpen door de enscenering (en de kostuums!). In de eerste plaats Lise Davidsen, de jonge maar indrukwekkende Noorse sopraan met ruime, krachtige stem en een geëngageerde vertolkster. Haar eerste verschijning, vol autoriteit, deed even de adem inhouden maar ze is er niet in geslaagd de opvoering te domineren tot het einde toe en ons met haar te doen lijden. Sergey Romanovsky leende zijn edelmetalen tenor aan Jason maar bleef als figuur vrij bleek. Glauce had de stevige sopraan van Ruth Iniesta en Raffaella Lupinacci leende haar homogene en expressieve mezzo-sopraan aan de bezorgde, meevoelende Neris. De vrij holle bas van Adam Lau (Creon) kon mij weinig bekoren. Goede prestaties van het koor en het orkest van de Wexford festival Opera onder leiding van Stephen Barlow. De Engelse dirigent waakte vol zorg over de opvoering die hij echter geen grote dramatische adem wist te geven.

Het is niet gemakkelijk om informatie te vinden over de Italiaanse componist Jacopo Foroni (1824-1858) die nochtans als een mogelijke rivaal van de twaalf jaar oudere Verdi  beschouwd werd, maar wat zijn dood op  34-jarige leeftijd verhinderde. Het is nog minder vanzelfsprekend om met zijn opera’s kennis te maken. Maar gelukkig is er de Wexford Festival Opera die in 2013 Cristina, regina di Svezia liet herontdekken en nu Margharita presenteerde, de eerste opera van Foroni, met groot succes gecreëerd in het Teatro Re in Milaan in 1848 maar na zijn dood volledig in de vergetelheid geraakt.

De productie van Wexford is de eerste van dit melodramma semiserio in twee bedrijven op een libretto van Girgio Giachetti  sinds 1852. Margherita is een lichte, charmante en af en toe zelfs aandoenlijke opera met een overvloed aan mooie melodieën en vertelt de verwikkelingen van Margherita, een jong weesmeisje, dat hoopt te trouwen met Ernesto die ten onrechte van een misdrijf beschuldigd wordt. Ze is bereid zich voor haar geliefde op te offeren maar uiteindelijk komt alles goed. Timothy Myers heeft het orkest van de Wexford Festival Opera met  subtiliteit en elan  gedirigeerd  en deed de zon stralen op het vrij sombere toneelbeeld van Stefan Rieckhoff.

De regisseur Michael Sturm had er namelijk voor gekozen het dorp van Margherita voor te stellen met  zwaar door de oorlog beschadigde huizen. Een eigenaardige keuze voor dit werk en werkelijk niet in overeenstemming met het libretto. Maar het koor van de dorpelingen verspreidde levensvreugde en de kostuums zorgden voor de ontbrekende kleuren. De bezetting was jong en geëngageerd, de interactie tussen de personages vlot, aangevoerd door de zelfvoldane burgemeester van het dorp Ser Matteo, een mooie compositie van de bariton Matteo d’Apolito. Margherita had de gevoeligheid en de soepele mezzo-sopraan van Alessandra Volpe die een ontroerend en moedig personage  presenteerde. Haar soldaat Ernesto (Andrew Stenson) zong met overtuiging met zijn aangename, lichte tenor.

Giuliana Gianfaldoni was een pittige Giustina met een virtuoze sopraan en evolueerde handig per fiets door het gebeuren. Filippo Fontana gaf zijn vrij ruige stem aan de booswicht Roberto en Ji Hyun Kim zijn charmante tenor aan zijn kompaan Gasparo. Maar het was de bariton Yuriy Yurchuk die de mooiste zang liet horen  in de korte tussenkomst met aria van Conte Rodolfo. Margherita zal op 11 november via EBU (European Broadcasting Union) uitgezonden worden.

De opera die blijkbaar de diepste indruk op het publiek gemaakt  heeft, te oordelen naar het unanieme enthousiasme van de zaal, was Risurrezione van Franco Alfano, de Italiaanse componist (1875-1954) vooral bekend voor hat afwerken van het laatste toneel van Turandot van Puccini. Risurrezione een  opera in vier bedrijven, gecreëerd in Turijn in 1904 (onder de muzikale leiding van de jonge Tullio Serafin) is gebaseerd op de gelijknamige roman van Tolstoy en vertelt het verhaal van Katiusha, verleid en verlaten, prostituee geworden, valselijk beschuldigd en tenslotte verbannen naar Siberië waar ze  weer mens wordt.

Rosetta Cucchi, met de medewerking van Tiziano Santi (decor) en Claudia Pernigotti (kostuums) heeft het verhaal verteld  op een klare en sobere manier met juist genoeg couleur locale om het in de originele context te plaatsen en een ontroerend mooi slotbeeld. De scènes aan het station en in de gevangenis waren suggestief maar het is Anne-Sophie Duprels die als Katiusha werkelijk de opera  heeft gedragen en leven gegeven. Zij was geloofwaardig als schuchter, hopeloos verliefd meisje, als wanhopige jonge vrouw, als cynische, dronken en gebroken gevangene en tenslotte als gelouterde, serene vrouw die haar lot aanvaardt. Met haar stevige sopraan heeft ze de verschillende facetten van het personage expressief tot uitdrukking gebracht.

Haar grote liefde, prins Dimitri, had de onstuimigheid en de gepassioneerde tenor van Gerard Schneider, even overtuigend als de berouwvolle  man die probeert eervol te handelen maar door Katiusha afgewezen wordt. Charles Rice gaf menselijkheid en een heldere bariton aan Simonson, de medegevangene  bij wie Katiusha uiteindelijk rust vindt. Alle andere (kleinere) rollen waren goed verdeeld en het ensemble was overtuigend. Francesco Cilluffo dirigeerde de partituur van Alfano met veel zorg en liefde, liet de mooie orkestratie recht wedervaren en wist echte emotie op te roepen.


  • WAT: Wexford Opera Festival
  • WIE: diversen
  • WAAR: Wexford, Engeland
  • WANNEER: 19 oktober tot 5 november
  • FOTO’S: © Wexford