Ondanks bezuinigingen en verbouwingen blijft de Muntschouwburg niet bij het gangbare repertoire zitten! Het nieuwe seizoen bulkt van verrassingen en ontdekkingen. De “repertoire-opera’s” zijn boeiende zoektochten naar identiteit, uitingen van de kwetsbaarheid daarvan of op de loer liggende verstoring van de eigen psychologie. Peter de Caluwe vindt bij de filosofische theorieën van Kierkegaard houvast om sommige protagonisten van de gekozen opera’s te duiden.

Met Macbeth van Giuseppe Verdi, Lohengrin van Richard Wagner en Madama Butterfly van Giacomo Puccini hebben we zo ongeveer de bekendste titels uit het nieuwe seizoen aangehaald. Tot min of meer vertrouwde, maar weinig gespeelde opera’s kunnen we zeker het “Konversationsstück” Capriccio van Richard Strauss, de opera seria van de jeugdige Mozart, Lucio Silla en Il ritorno di Ulisse in Patria van Claudio Monteverdi (concert) rekenen.

En dan duiken we de ontdekkingen in met De Gouden Haan van Nikolaï Rimski-Korsakov, Pénélope van Gabriel Fauré (concert) en Lux Aeterna van György Ligeti – dat wel een tweeluik vormt met Hertog Blauwbaards Burcht van Béla Bartók. Met De Gouden Haan zou in december het gerenoveerde theater aan het Muntplein openen.

De creatie van nieuw werk is dit seizoen van Kris Defoort met Daral Shaga, een “opéra circassien” die muzikanten, zangers en acrobaten samenbrengt. Het is een samenwerking van Belgische en Franse artiesten in co-productie van de Munt en het Théâtre National. Als tweede hedendaagse opera wordt Matsukaze, de fascinerende opera van Toshio Hosokawa uit 2011 hernomen, opnieuw met Barbara Hannigan, Charlotte Hellekant, Frode Olsen en Kai-Uwe Fahnert.

Bij de regisseurs ontmoeten we nieuwe namen (Olivier Fredj – Macbeth), naast reeds bekende (Olivier Py – Lohengrin) of Kirsten Delholm en Hotel Pro Forma (Madama Butterfly). De nieuwe muziekdirecteur, Alain Altinoglu, neemt een groot aantal producties voor zijn rekening, naast een aantal interessante concerten. Voor Hertog Blauwbaards Burcht keert Kazushi Ono terug naar de Munt.

Ook de recitals krijgen vaak een aparte invulling, met als uitschieter Janáčeks Dagboek van een verdwenene geregisseerd door Ivo van Hove. De zangers van de liedrecitals zijn de grote namen aan het huidige vocale firmament met onder andere Matthias Goerne (in de drie grote liedcycli van Franz Schubert op vier dagen!), Ian Bostridge, Stéphane Degout, Sophie Karthäuser, enzovoort

Bij de dans zijn er vier producties van Anne Theresa de Keersmaeker, een van Alain Platel (Mahler Projekt) en een van Sidi Larbi Cherkaoui.

Een seizoen dat geïnspireerd is door respect voor talent – ook het nog onbekende.