Over exact vier weken stroomt de Pieter de Somer-aula vol voor het openingsconcert van Festival 20/21. De jaarlijkse hoogmis voor de muziek vanaf de 20ste eeuw. Maar hoe dieper we in de 21ste eeuw staan, hoe verder we van die begingrens verwijderd geraken. Is dat een uitdaging voor de programmatoren? Wat krijgen we dit jaar voorgeschoteld? Wij spraken met artistieke directeurs Maarten Beirens en Pieter Bergé.

Nu we steeds verder in de 21ste eeuw staan, wordt het onderscheid tussen het vroegere Novecento en Transit steeds duidelijker. Hoe gaan jullie daar als programmatoren mee om?
Maarten Beirens: De twee delen van het festival hebben een andere invalshoek. Ikzelf zie het als volgt: Transit gaat over ontwikkelen en ontdekken, 20/21 gaat over herontdekken, combineren, bevestigen, in perspectief plaatsen.

Transit is gericht op creatie, op nieuwe werken waarvan de inkt nog amper de tijd heeft gehad om te drogen en dus ook op experiment. Het andere luik van Festival20/21 vertrekt meer vanuit het idee van repertoire – zowel repertoire dat zich al gevestigd heeft als 20ste eeuws repertoire dat het volgens ons verdient om door de muziekliefhebber evenzeer gekoesterd te worden als pakweg Bach of Schumann. We hebben daarom dit jaar ook enkele concerten die de continuïteit van dit 20/21ste-eeuwse repertoire met de traditie belichten.

Bezig zijn met nieuwe muziek is én investeren in de ontwikkeling van nieuwe dingen én nadenken over de plek die dat in het geheel van het repertoire kan (of hopelijk zal) innemen. Vandaar ook de tagline “de klassiekers van de toekomst”. Gaandeweg krijgen ook 21ste-eeuwse werken het statuut van “klassiekers” en verdienen ze hun plek in de brede 20/21-reeks.

Je spreekt over Transit als creatiefestival, maar op de affiche staan wel een hoop componisten die een trouwe Transitganger wel al kent. Is dat de eerste stap richting zo’n canon van de 21ste eeuw?
Maarten:
Belangrijk om te weten is dat het in alle gevallen gaat om creaties of toch werken die in Vlaanderen nog niet uitgevoerd zijn. Transit biedt ieder jaar weer nieuwe namen en relatief jonge componisten, maar beperkt zich daar niet toe. Het is belangrijk om dat werk ook naast de nieuwe werken van gevestigde namen te presenteren, vandaar dit jaar Poppe, Finnissy, Steen-Andersen of Dillon.

Het concept van Transit blijft om een keuze van fascinerende dingen te tonen waar componisten nu mee bezig zijn en dat houdt dus ook gereputeerde componisten in van verschillende generaties. Per concert zoeken we ook hier steeds naar een goede combinatie van werken en componisten. Aan nieuwe namen overigens geen gebrek: er staat dit jaar werk van 12 verschillende componisten op het programma die nog nooit eerder op Transit aan bod zijn gekomen.

Festival 20/21 heeft al enkele jaren een traditie met het programmeren van ‘onbekende meesters’. Wat moeten de festivalgangers dit jaar weten over bijvoorbeeld Weinberg en Bacewicz?
Pieter Bergé:  
Ze moeten er eigenlijk helemaal niets over weten, maar gewoon komen luisteren. Alleen dat al maakt het zo boeiend om onbekende componisten te programmeren. Je geeft je over aan het onbekende. Het is de spanning van de ontdekking die telt. Het bewustzijn ook dat we maar een fractie kennen van alle goede muziek die er bestaat. Er is natuurlijk niets mis mee om steeds opnieuw te luisteren naar stukken waarvan we houden, maar we moeten onze liefde ook voortdurend voeden met het onbekende.

Vanwaar eigenlijk die keuze voor de nobele onbekenden?
Pieter: 
Er bestaat echt ongelooflijk veel steengoede, onbekende muziek, maar die wordt weinig geprogrammeerd. Bekend verkoopt nu eenmaal beter. Hoewel heel wat muziekliefhebbers misschien moeite zullen hebben om bepaalde kwartetten van Sjostakovitsj te onderscheiden van die van Weinberg, zal je voor een Sjotakovitsj-concert toch makkelijk vier keer zoveel tickets verkopen.

Voor Festival 20/21 is die prioriteit heel duidelijk: niet de naam van de componist staat voorop, maar de kwaliteit van het stuk.  Dus beter een goed stuk van Bacewicz dan een minder goed stuk van Prokofiev bijvoorbeeld, ook al is die bekender. Voor een organisator is er niets zo mooi dan de dankbaarheid van een luisteraar wanneer die een nieuw stuk ontdekt heeft. Daar doen we het onder ander voor.

Het festival opent met een van de meest iconische werken uit de 20ste eeuw, Le Sacre du Printemps, maar dan in een piano- en percussiearrangement. Hoe kan je in die bezetting toch de energie uit het origineel opwekken?
Pieter: 
Arrangementen zijn een heel interessant fenomeen vind ik. Als je van een grote naar een kleine bezetting gaat verlies je natuurlijk altijd iets, daar moet je niet flauw over doen. Zeker als het gaat om zo’n drastische reductie als bij Le Sacre. Maar als een arrangement goed gemaakt is, dan kan er ook ‘winst’ zijn: er is vaak meer transparantie, details komen beter aan het licht, structuren kunnen duidelijker worden. Je kan het een beetje vergelijken met een röntgen-foto: een deel van het origineel verdwijnt, maar een onzichtbaar deel ervan komt beter tot uiting. 
Maarten: Het is inderdaad anders dan het symfonische origineel, maar aan energie zal het daarbij zeker niet ontbreken. De stampende ritmiek en brutale dissonanten komen op de piano’s misschien zelfs meer uit de verf dan met orkest. Energie is overigens niet hetzelfde als massa. Die symfonische versie is natuurlijk subliem – maar Stravinsky heeft zelf een versie voor 2 piano’s gemaakt, dus voor hem kon het. Daar komt nu nog een tikje meer kleur een variatie door de percussie bij.

Lore Binon, een van de nieuwe sterren in de Belgische klassieke muziek, staat twee keer geprogrammeerd, en dan volgt natuurlijk de gevreesde vraag: Als jullie zelf moeten kiezen welk van de twee concerten pikken jullie er dan uit en waarom?
Maarten: 
Och, je vraagt een ouder ook niet om tussen twee kinderen te kiezen. Ik zie het tweede concert overigens vooral als één van Jan Michiels, met Lore Binon er enkel bij in Satie.
Pieter: Dat is natuurlijk een onmogelijke vraag. Gelukkig moeten wij niet kiezen. Voor de rest hangt het helemaal af van je prioriteiten, en die kunnen heel verschillend zijn. De voorstelling ‘Laatste woorden’ met muziek van Cage, Satie en de zeer late Liszt wordt een soort zoektocht naar de stilte, waarvan ik hoop en denk dat die heel veel intensiteit zal genereren.


  • WAT? Festival 20/21 (Festival van Vlaanderen, Vlaams-Brabant)
  • WAAR? Verschillende locaties in Leuven
  • WANNEER? Concerten tussen 24 september en 25 oktober
  • WEBSITE Festival20/21