Bruggelingen die niet meer in hun geboortestad wonen en uitweken naar elders, verzamelen elk jaar in de zomer in hun Brugge op een trefdag. Ze zijn lid van de vereniging ‘Bruggelingen buiten Brugge’,  kortweg BBB. Ook ik ben zo’n Bruggeling en was er bij op die laatste warme zaterdag van de grote vakantie. De feestrede, na de verwelkoming door de burgemeester,  ging natuurlijk over een Bruggeling,  volgend jaar 150 jaar geleden geboren: findesiècle componist Joseph Ryelandt (1870-1965). Wie kent hem nog ?

Met een beetje overdrijving kan je zeggen dat hij een  soundtrack schreef voor ‘Bruges la morte’.  Het was spreker en kunsthistoricus David Vergauwen zelf die deze toespeling maakte. Ryelandt werd 95  en  overleed in zijn Brugge in 1965. Geboren was hij in een rijke,  vrome én Franstalige familie en ook nog getrouwd met een vrouw uit een rijke en vrome adellijke familie, Marguerite Carton de Wiart.  “Toen ik aan m’n boek over Ryelandt bezig was” vertelde David Vergauwen, “vroeg ik een nazaat of hij zijn  grootvader ooit Nederlands had horen praten. Na enige  aarzeling kwam het antwoord:  “ja, met de meid.”  Maar hij kende het, sprak het en  schreef het ook. Hij schreef natuurlijk vooral in de taal van de muziek. Al  van jongs af aan, en hij wou muziek studeren. Tegen de wil van zijn moeder in: het moesten rechtenstudies worden,  zoals zijn vroeg gestorven vader. Maar toen Edgard Tinel over hem zei dat hij danig onder de indruk was van een sonate van hem, dat hij nog nooit zoiets had gezien van zo’n jongeman, was de ouderlijke weerstand gebroken en hij ging in de leer bij Tinel, baas van het Lemmeninstituut, toen nog in Mechelen.

Hij schreef vooral vocale religieuze muziek. Dat blijkt alleen al uit de titels van zijn werken :  oratoria met namen als Christus Rex,  Agnus Dei, Maria, Purgatorium en meerdere missen, een muzikaal drama Sainte Cécile… Hij heeft er nooit veel werk van gemaakt om zijn oeuvre te propageren. Voor de kost moest hij het niet doen, hij was vermogend genoeg.  Toch publiceerde hij bij de bekende Duitse uitgeverij Breitkopf. David Vergauwen liet ook een paar fragmenten horen uit zijn werk.  Klinkt romantisch, je kan er de tijdsgeest in beluisteren: Fauré, Franck, Wagner ook en zeker Brahms. En je moet hem plaatsen, zei Vergauwen, in de ‘Generatie 1870’ van Belgische componisten zoals August De Boeck, Paul Gilson, Guillaume Lekeu, Lodewijk Mortelmans, Joseph Jongen….

Er zijn 134 opus nummers bekend, hij begon te componeren in 1892, zijn meest vruchtbare periode was tijdens  het interbellum. Hij schreef dan zijn religieuze koormuziek en meer intieme geestelijke composities. Maar hij componeerde ook kamermuziek, vijf symfonieën en liederen. In 1924 benoemde de stad hem  tot directeur van het Conservatorium. Na de Tweede Wereldoorlog stokte zijn productie en hield hij zich vooral bezig met het schrijven van gedichten en het lezen van de wereldliteratuur. Bijna het hele oeuvre van Ryelandt is ondertussen in het bezit van de stad.  Die stad en het Concertgebouw herdenken ‘150 Jaar Ryelandt’ volgend jaar een maand lang – van 7 maart tot 7 april –  met uitvoeringen van zijn liturgische muziek, zijn Gezelle-liederen, met muziek van andere fin-de-sciècle componisten, een tentoonstelling, rondleidingen en lezingen. Ook het boek van David Vergauwen over Ryelandt  wordt er dan voorgesteld.


  • WAT : Trefdag van de “Bruggelingen buiten Brugge” op 31/8/2019, met lezing door David Vergauwen.
  • WIE : “Joseph Ryelandt 1870-1965. Een romantische fin-de-siècle componist”
  • WANNEER : “Festival 150 Jaar Joseph Ryelandt”, 7 maart tot 7 april 2020
  • WAAR : Concertgebouw Brugge, Arentshuis Brugge, Ryelandtzaal, Sint-Salvator kathedraal, Stadsschouwburg
  • WEBSITEwww.bruggelingenbuitenbrugge.com