Dat de Vlaamse Opera ons de kans bood om een onbekende opera van Tsjaikovski te ontdekken was iets om naar uit te kijken. 

Dat de Vlaamse Opera ons de kans bood om een onbekende opera van Tsjaikovski te ontdekken was iets om naar uit te kijken. De opera beloofde alvast een voorstelling die de moeite waard kon zijn met veel dramatiek en dat tikkeltje mysterie dat vaak het werk van Tsjaikovski spannend maakt. Maar de realiteit in de Vlaamse Opera draait anders uit. Van meet af aan kijken we op een bekrompen ruimte, een herbergscène gebouwd binnen de grotere scène van het plateau van de Vlaamse Opera met witte muren besmeurd met graffiti. Daar verzamelt zich het allegaartje van losbollen en bizarre figuren rond de dominante figuur van de Tovenares, Nastasja. De ijsbeer herinnert me aan de fetisjbeer die zo vaak opduikt in verhalen van John Irving. De tovenares is opvallend in zwart gekleed en zal dat de hele voorstelling ook blijven als vertegenwoordigster van de “zwarte magie” die haar eigen is. Probleem met deze scène is dat het koor – dat een behoorlijk aandeel heeft in dit bedrijf – omwille van de beperkte ruimte vervelend tot nietszeggend wordt. Waarom er tussen dat zootje ongeregeld ook twee poedelnaakte mannen moeten lopen is me een raadsel. Het voegt geen waarde toe aan welk aspect ook van dit bedrijf: de hang naar vrijheid en vrije liefde, verzet tegen autoriteit, de liefde voor de natuur, het non-conformisme. Wel horen we meteen in dit eerste bedrijf dat de vertolkster van Nastasja een perfecte stem heeft voor haar rol: een heldere en doordringende sopraan met veel flexibiliteit. Ook als actrice is ze overtuigend tot en met haar tragische slachtofferrol in het laatste bedrijf.

Het blokkendoosdecor wordt volgehouden in de twee volgende bedrijven waarin de ruimte nog meer beknot is. Het geeft een lelijke verdeling aan de scène maar kan nog enigszins betekenis hebben om de intensiteit van de discussie tussen moeder en zoon te versterken. We komen hier de rode draden van het verhaal te weten, namelijk de rivaliteit tussen vader en zoon als minnaars van Nastasja en meteen dus het overspel van de vorst en de houding van de autoritaire moeder als vertegenwoordigster van het oude gezag. Het derde bedrijf levert ons een van de sterkste muzikale scènes op van de opera: de confrontatie tussen Vorst Nikita en Nastasja die evenwel scenisch nauwelijks beklijft. In beide bedrijven is personenregie zo goed als onbestaande en de confrontaties blijven steken in clichés. Maar in het laatste bedrijf herpakt de regie zich gelukkig. Hier wordt een weidsheid gecreëerd zonder naar een realistisch natuurtafereel te grijpen dat de samenvloeiing van de twee rivieren (Volga en Oka) suggereert. De hele scène wordt nu Gelukkig bespeeld en de coulissen doen dienst als achtergrond voor een circustent. Hier heeft de regisseuse haar fantasie botgevierd in een (eindelijk) betoverende scène waarin de tragische afloop van Nastasja aangrijpend wordt. Dit laatste bedrijf dompelt ons in de magie van een Ensoriaans circus met maskertaferelen en jongleurs. De intrige van de vorstin in zwarte kapmantel (ze heeft zich als pelgrim verkleed) verschalkt de toverkunst van Nastasja en voor het eerst in de voorstelling gaat er iets van spanning en dreiging uit van het verhaal. Als bij een sprookje zou je als een kind Nastasja willen waarschuwen voor de “stoute” moeder. De afloop met de moord van vader op zoon is clichématig geënsceneerd en de storm in de muziek symboliseert de storm in het hart van Nikita, die uiteindelijk aan zijn waanzinnige woede bezwijkt.

De regie van Gürbaca mag dan al het voorrecht hebben de eerste van dit werk ooit in België te zijn, ze heeft er ons alleszins niet van overtuigd dat de opera een betere plaats in het repertoire verdient. Integendeel ons eerder doen begrijpen dat het werk nauwelijks gespeeld wordt. Ik vrees dat het derde luik van de Tsjaikovski-trilogie dus een gemiste kans is. De muziek daarentegen is een andere zaak. Misschien haalt hier de symfonische Tsjaikovski het toch op de lyrische. Het orkest speelt de partituur meeslepend onder de enthousiaste leiding van zijn chef-dirigent Dmitri Jurowski. Ook de vier hoofdrollen werden met verve gezongen en vooral Tatiana Pavlovskaya als Nastasja en Irina Makarova als de vorstin mogen met superlatieven overladen worden. Nadat we haar als Amneris hoorden vorig seizoen bevestigt Makarova wat een grote zangeres ze is. De keelontsteking waar Nikolai Gassiev mee worstelde speelde hem hoorbaar parten, maar eens hersteld zal hij een goede Paisi neerzetten. Ook het koor van de Vlaamse Opera draagt ongetwijfeld bij tot de muzikale redding van de voorstelling.