Voortgaande op de enscenering van L’intruse van Dirk d’Ase op tekst van Maeterlinck (mei 2011) weten we dat de regisseur een beeldrijke fantasie heeft en zeker weg weet met het vertalen van symboliek.

Voortgaande op de enscenering van L’intruse van Dirk d’Ase op tekst van Maeterlinck (mei 2011) weten we dat de regisseur een beeldrijke fantasie heeft en zeker weg weet met het vertalen van symboliek.

In het absoluut nietszeggende interview met Stef Lernous in het Klara-programma Pompidou (woensdag 18-9) had de regisseur zich op de vlakte gehouden en hij deelde enkel mee dat hij “het verhaal zou volgen”. De enige andere informatie in de uitzending was uit de boeiende reeks over Wagner geknipt die de onvolprezen presentator van Klara, Mark Janssens, deze zomer heeft voorgesteld.

Het was spannend afwachten welke richting Lernous met de opera zou inslaan. We vertrokken dan ook met positieve ingesteldheid om dit monument van de Wagneriaanse operalyriek in de nieuwe enscenering van de Vlaamse Opera te zien. Bovendien hadden we vertrouwen in dirigent Dmitri Jurowski, die zich geëngageerd voor deze seizoensopener inzet.

Vunzig en duister

De wereld van het irreële en symbolische in L’Intruse sluit nauw aan bij de onaardse liefde waaraan Wagner hulde brengt in Tristan und Isolde. Zoals hij dat deed in L’Intruse, trekt Lernous ook hier de kaart van het vunzige en duistere dat zowat zijn waarmerk is. Het eerste bedrijf is gesitueerd in een guur achterbuurtsteegje met een sekscinema en akelig café.

De vitrines van de cinema kondigen films aan als “Das geile Mädchen” en als we denken dat Wagners personages vooral een innerlijk leven leiden, dan kondigt de lichtbak van de cinema aan: “Lustvolle Tiere leben in Sünde”. Het “overspel” van Tristan en Isolde is dus van een andere categorie als Wagner in zijn irreële wereld evoceert. Er is deining ontstaan rond een dode, Morold, die met afgehakt hoofd (als op een middeleeuws schilderij) op straat ligt.

Lernous krijgt Isolde, Brangäne en Tristan moeilijk in het plaatje gepast en de eigenlijke scène van de liefdesdrank is dan ook bijna traditioneel uitgebeeld, met een koffertje waarin flesjes drankjes zitten (neen, dus geen drugsspuiten). Vieze smerige toiletten vormen het decor voor het lange liefdesduet in het tweede bedrijf.

Een half afgebroken muur, scheiding tussen dames- en herentoilet, houdt de afstand tussen Tristan en Isolde in stand. Weerzinwekkend om op te kijken en storend bij Wagners sublieme muziek. Knap heeft Lernous wel het beangstigende gluren van de buitenwereld in deze scène verwerkt met hallucinante verschijningen in de spiegel en een video met dreigend oog.

Het derde bedrijf is een chique gelagzaal met apocalyptische sfeer als in een schilderij van Odilon Redon. Er is een achtergrond van beangstigende wolken, als voor een Requiem. De lange doodsstrijd van Tristan die smacht naar de komst van Isolde, wordt opgevuld met vaak irritante bewegingen van de vele figuranten. Vooral de barkeeper die eindeloos servetten vouwt werkt op de duur danig op de zenuwen, vooral omdat hij ook niets toevoegt aan het gegeven.

Toch slaagt Lernous er hier eindelijk in de diepe eenheid tussen Tristan en Isolde en het onaardse van hun liefde uit te beelden, als ze na het Mild und leise bijna plechtig naar de achtergrond (andere wereld) stappen.

Lernous verliest zichzelf in zijn bizarre en gore fantasie. Hij plaatst Wagners personages in een wereld die voor ons nu realistischer is dan de historische context van Wagners verhaal. Maar zijn enscenering slaagt er niet in de essentie van Wagners opera, nl. dat liefde pas mogelijk is in een andere wereld (de dood) op een menselijke en vooral aangrijpende manier weer te geven.

Sfeervolle muziek

Dmitri Jurowski gaf een spannende vertolking. De prelude kwam wat aarzelend op gang en in het liefdesduet was er ergens een hapering maar Jurowski had het orkest stevig in de hand. Hij liet de muziek aanzwellen in de monumentale passages en liet anderzijds de melancholie en sensualiteit van de partituur verfijnd zinderen. De solopassages van de Engelse hoorn waren prachtig.

Lioba Braun zong met stevige en kleurrijke stem een mooie Isolde. Ze speelde ook zelfverzekerd en geloofde in de vastberaden figuur die Lernous van haar maakte. Leek zij onvermoeibaar dan kon Franco Farina de partij van Tristan absoluut niet aan. Hij drukte op de stem en zijn dictie was beneden peil. Ante Jerkunica was een nobele Koning Marke met prachtige warme bas. Ook de partijen van Brangäne (Martina Dike) en Kurwenal (Martin Gantner) waren mooi bezet.

Zo overstijgt in deze voorstelling muzikaal de onaardse liefde toch de gore realiteit.