De blikvanger van de derde editie van “OPERA XXI” de biënnale van hedendaags muziektheater was  zeker “Tragedy of a friendship” een productie van de Vlaamse Opera en Troubleyn/ Jan Fabre met  tal van binnen- en buitenlandse coproducenten.

De blikvanger van de derde editie van “OPERA XXI” de biënnale van hedendaags muziektheater was  zeker “Tragedy of a friendship” een productie van de Vlaamse Opera en Troubleyn/ Jan Fabre met  tal van binnen- en buitenlandse coproducenten.

De “vriendschap”  van de titel is die tussen Richard Wagner en Friedrich Nietzsche die eerst een blinde verering voor Wagner koesterde maar later een van zijn venijnigste critici werd. Episodes van die vriendschap vormen de raamvertelling rond een evocatie van Wagners dertien opera’s beginnende bij “Die Feen” en eindigend bij “Parsifal”.

De Vlaamse auteur Stefan Hertmans schreef een libretto (in het Engels) en de Duitse  musicus Moritz Eggert (°1965) leverde de muziek. Die combineert Wagner-citaten met originele Eggert-klanken geproduceerd door een harmonium, een cello en een theremin, alles op band vastgelegd evenals de paar originele Wagner-fragmenten  gespeeld door het symfonisch orkest van de Vlaamse Opera. Twee zangers de sopraan Lies Vandewege en de tenor Hans Peter Janssens voegen daar de enige live-klanken aan toe en zingen korte passages uit de Wagner-opera’s maar dus zonder orkestbegeleiding.

Het geheel is een typische Jan Fabre show met  Wagneriaanse lengte (drie uur en vijftien minuten zonder pauze) en de bekende elementen van zijn theater. Zwaarden en harnassen kunnen daar gemakkelijk ingepast worden tegen een achtergrond die legendarische Wagner-zangers en dirigenten toont. Vissen, een zwaan en een speer verschijnen wanner “Der Fliegende Holländer”, “Lohengrin” of “Der Ring des Nibelungen” geëvoceerd worden. Maar waarom moet “Das Liebesverbot” geïllustreerd worden met een lange, uiterst realistische verkrachtingsscène met een naakt, schreeuwend jong meisje en twee gewelddadige, geile  mannen? En kon de ondergang van de godenwereld in “Götterdämmerung” niet anders  vertolkt worden dan door een ellenlange voorstelling van allerlei seks-standjes? De uitgeputte vertolkers kregen een meewarig applausje van het uitgedunde publiek want veel mensen hadden  toen reeds de zaal verlaten.

Een beter inzicht in de vriendschap van Wagner en Nietzsche krijg je niet. Genieten van Wagners rijke partituren en boeiende vocale vertolkingen zit er niet in. Misschien is het mogelijk iets van het symbolisme van Wagners oeuvre te ontdekken, gezien en geïnterpreteerd door Jan Fabre en met overtuiging en volle inzet vertolkt door een  goed getraind  ensemble.

Hedendaags muziektheater? Absoluut niet.

We ontvingen zeer veel bedenkingen van lezers waarvan er heel wat de zaal verlieten. (Omwille van de privacy worden de namen van de lezers niet weergegeven)

1) Geachte lezer,

Tuymans is een façadeklatcher, Delvoye een scatoloog, Brusselmans een vuilspuwer, Herreweghe een zeer middelmatige dirigent, Mortier een witteboordkrimineel (die Brussel, Parijs enz. en straks Madrid met een berg schulden achterliet), Hoet een kletsmajoor, Panamarenko een nitwit (die nauwelijks het niveau van "jongens en hun meccano" overstijgt) – zo kan ik nog wel een eindje bezig blijven – en Fabre de iconoclast die er nu ook in geslaagd is het laatste bastion van kunst (het orkest) te laten weerklinken uit… luidsprekers ! Dat kan thuis ook, by the way. En ik heb het niet over de blote tietjes en dito (al of niet geschoren) venusheuveltjes, ook niet over de verkrachtingsscène – wat een acteerprestatie voor de vrouw in kwestie – op het podium (ik zie niet goed wat dat daar komt doen) maar over de "totaalaanpak" van Tragedy of a Friendschip. Wagner maakte inderdaad Gesamtkunstwerke, Fabre: Gesamtscheisse. De zangers/sprekers staan het publiek toe te schreeuwen, het lawaai (uit die luidsprekers) is niet te harden en de mooie danseresjes doen vreselijk hun best. Het probleem is (i.v.m. het begin van mijn stukje) dat de goegemeente blijft geloven in het "evangelie" van al die would-be kunstenaars. Als je maar luid genoeg oreert dat je aan "kunst" doet, gelooft men het op de duur. Arm Vlaanderen. P.S. Lees er misschien "Collapse, or how societies choose to fail !" op na, van Jared Diamond. Mvg ! 

2) (citaat)

Over de "Tragedy of a Friendship' van Fabre en zijn 'compagnon de route' Hertmans.  In Babel wou men er geen recensie van geven, maar het moést van Patyn.  We kregen een vriendelijk "ons-kent-ons-stukje" van Johan Thielemans.

Ik ben er anderzijds zéker van dat met hoe meer schandaal het stuk omgeven wordt, en dus hoe meer critici 'ahoe' roepen, hoe meer de makers zullen denken dat ze iets relevant gemaakt hebben, gevangen als ze, op zo'n momenten graag, zitten in een avant-garde logica.  Versleten kost zeg ik je !

De geschiedenis herhaalt zich, in hun geval, zelfs al niet meer als klucht.  Het is een vervelende en vooral een valse boel.  Met de ingediënten waar Hertmans ondertussen al te graag een precieus, behaagziek, geaffecteerd, politiek-correct proletensoepje van kookt.  Het maakt hem niets uit of hij daar dan de namen Aeschylus, Hölderlin, Wagner, Nietzsche, Adorno of Badiou op kan plakken.  Je begrijpt: ik kan die jongen, en al wie nog in zijn trukjes trapt, gewoon niet meer uitstaan.

(einde citaat)

3) Fabre zat te glunderen, achteraan de zaal met 2 of 2 acolieten en een drietal monitoren en zelfs met een walking-mike om richtlijnen te geven… "Want het is nooit af, tenzij na afloop van de laatste voorstelling" (sic). 

4) En zeggen dat ik daar met open geest naartoe gegaan ben, zo van = "moet kunnen" en "wie ben ik"…