Van de enkele opera’s die Prokofiev schreef, wordt alleen "De liefde voor de drie sinaasappelen" geregeld gespeeld. Zijn andere opera’s sieren zelden een operaprogramma. Het is dus een buitenkans die je moet grijpen als een werk als “De speler” gegeven wordt in een operahuis dat niet tè ver weg ligt. De nieuwe productie die de opera van Frankfurt van het werk geeft, had alvast enkele aantrekkelijke troeven.

Van de enkele opera’s die Sergei Prokofiev (1891-1953) schreef, wordt alleen "De liefde voor de drie sinaasappelen" geregeld gespeeld. De andere opera’s ("De Speler", "De Vuurengel", "Oorlog en Vrede" en nog enkele) komen zelden voor op een operaprogramma. Het is dus een buitenkans die je moet grijpen als een werk als “De Speler” gegeven wordt in een operahuis dat niet tè ver weg ligt. De nieuwe productie die de opera van Frankfurt van het werk geeft, had enkele aantrekkelijke troeven: een regie van Harry Kupfer, een van de grote regisseurs van de laatste vijftig jaar en bovendien het optreden van een grote (oude) dame van de operakunst, Anja Silja.

 

Het verhaal speelt in een fictief “Roulettenburg”. Polina en Alexej hebben een liefdesrelatie die overschaduwd wordt door de speelzucht van Alexej. Alexej heeft al het geld verspeeld dat Polina geërfd heeft van haar stiefvader, de Generaal. De andere (vele) personages hebben ingewikkelde relaties met elkaar (de Generaal is verliefd op Blanche die ook rekent op de steun van Baron Wurmerhelm, de Marquis leent de Generaal geld tegen woekerprijzen, Mr. Astley is een afstandelijke rijke Engelsman). Er wordt vooral uitgekeken naar de komst van de rijke grootmoeder uit Moskou, die voor de Generaal en zijn stiefdochter de redding moet brengen. Babuschka komt inderdaad, maar hautain en zonder enige rekening te houden met de netelige toestand waarin haar familie zich bevindt, verspeelt ze zelf al haar geld. Ze nodigt Polina uit met haar naar Moskou te vertrekken, maar die wil eerst haar zaken regelen in Roulettenburg. Op beledigende wijze scheldt de Marquis schriftelijk Polina haar schulden kwijt, maar Alexej wil haar uit die schandelijke toestand redden en besluit het geld voor haar bij elkaar te spelen. Keer op keer wint Alexej op de roulette en buitenzinnig schenkt hij haar de enorme som die Polina de Marquis schuldig is. Maar zij gooit hem het geld terug in het gezicht en laat hem vertwijfeld achter. De speelzaal is nu voor hem de enige uitweg.

 

Pokofiev componeerde de opera in 1914 en voltooide de orkestratie in 1917. Door de revolutie kwam het niet tot een opvoering en de opera werd pas in 1929 na een grondige herziening gecreëerd in de Muntschouwburg in Brussel. Decor en kostuums evoceren een gestileerde jaren-dertig periode uit de tijd van de creatie. De scène wordt beheerst door twee ronde schijven, de ene groter dan de andere die onafhankelijk van elkaar kunnen draaien en de vervreemding van de personages tegenover elkaar uitdrukken. Toenadering is in dit werk nauwelijks aan de orde. In het laatste bedrijf is de ronde schijf de obsessionele roulettetafel waar Alexej keer op keer op rood inzet en wint. Langs de cirkels staan chique witte art deco zetels en de achterwand van het toneel lijkt op een monotone lange gang met deuren van een goedkoop hotel of zelfs een (geestes)-ziekenhuis, waar de personages af en toe achter verdwijnen. Tussen draaitoneel en achterwand wordt een projectie gegeven, van nu eens kleurrijke casino-beelden, dan van rijke interieurs. Een fascinerend beeld waarin de personages hun subtiel en vaak ambigu spel beleven. Een decor dat prachtig uitgewerkt is en de dubbele bodems van het stuk vorm geeft.

 

De muzikale aanpak van Sebastian Weigle past perfect bij de hoekige stijl van Prokofievs compositie, die zich concentreert op een klankrijk weergeven van het gesproken woord. Van aria’s of belcanto is in deze dialoogopera uiteraard geen sprake. De korte scherpe motieven die Prokofievs partituur kenmerken werden door zangers en orkest kleurrijk en vooral met veel inhoud gezongen en gespeeld. Dat een hele opera lang volhouden is een heksentoer op zich. Weigle legt een uiterste concentratie aan de dag om de vele bizarre orkesteffecten tot klinken te brengen. Hoe Alexej via de crescendo-motieven in de roulette-scène steeds maar meer marionet-achtig en onmenselijk wordt of hoe Polina steeds wanhopiger wordt: het zijn maar enkele voorbeelden van de voorstelling, die de toeschouwer steeds dieper meesleept in de afgrond van financiële winzucht en verlies aan menselijke waardigheid.

 

Bij de zangers kan het optreden van de ondertussen bijna 73-jarige Anja Silja in de rol van Babuschka onvoorwaardelijk als fenomenaal bestempeld worden. De présence van de zangeres is en blijft legendarisch en wat meer is, haar stem kleurt nog steeds gevarieerd en vooral in de krachtige passages maakt ze grote indruk. Zo’n knappe vrouw de scène zien beheersen, is verbazend. Alexej werd met overtuigend engagement vertolkt door de Nederlandse tenor Frank van Aken. Met zijn krachtige en heldere stem geeft hij gestalte zowel aan de wanhopige minnaar die Polina’s liefde wil veroveren als aan de bezeten gokker. Polina (Barbara Zechmeister) was van de hoofdrollen de zwakkere vertolkster. Haar stem detoneerde geregeld in onfraai roepen en vooral was ze bijna de hele tijd te zwak om tot in de zaal te dragen. Jammer. De andere zangers waren efficiënt en goed bezet, met nog positieve uitstekers voor de Mr. Astley van Sungkon Kim en vooral van de mezzo Claudia Mahnke als Blanche.

 

Een voorstelling die een verrijking betekent van het repertoire en de reis waard was. Nog een voetnoot: regisseur Harry Kupfer, die zijn eerste producties maakte in de toenmalige Oost-Duitse theaterwereld, verdedigt de opvoering in de Duitse taal omwille van de betere verstaanbaarheid voor acteurs en publiek. De Russische taal geeft uiteraard een ander klankidioom (ik luisterde als voorbereiding naar de opname met Gergiev), maar Kupfer vindt het in dit geval belangrijker dat men de moeilijke en ironische dialogen woord voor woord kan volgen.