Rossini’s Guillaume Tell verenigt de historische realiteit van de vrijheidsstrijd van de Zwitserse kantons met het legendarische gegeven van de verzetsstrijder Willem Tell. In de Nederlandse Opera presenteert Pierre Audi een knap gestileerde vormgeving die het thema een tijdloos aspect geeft en sterker aangrijpt dan de concrete actualiseringen die operahuizen ons tegenwoordig vaak voorschotelen.

Rossini’s Guillaume Tell verenigt de historische realiteit van de vrijheidsstrijd van de Zwitserse kantons met het legendarische gegeven van de verzetsstrijder Willem Tell, die de appel van het hoofd van zijn zoontje schiet. In de Nederlandse Opera presenteert Pierre Audi een knap gestileerde vormgeving die het thema een tijdloos aspect geeft en sterker aangrijpt dan de concrete actualiseringen die operahuizen ons tegenwoordig vaak voorschotelen. De muzikale vereisten van dit “groots fresco, met zeer geraffineerde muziek” (P. Audi) worden bovendien nagenoeg ideaal ingevuld.

 

De opera waarmee Rossini zijn opera-oeuvre afsloot is een regelrecht buitenbeentje. Rossini schreef Guillaume Tell in Parijs in het Frans en deed er meteen een gooi mee naar de Grand Opéra, het genre dat op dat moment in Parijs in opmars was met componisten als Halévy en Auber. Dat wil zeker niet zeggen dat hij zijn belcantostijl volledig verloochent. We krijgen ook hier heerlijke melodieën die het uiterste van een zanger/es vragen, bij voorbeeld het duet tussen Guillaume Tell en Arnold, de aria Sombre forêt van Mathilde of Asile héréditaire van Arnold – misschien een van de bekendste aria’s van deze opera die het grote publiek vooral – zelfs bijna uitsluitend – van de ouverture kent.

 

Met die ouverture kregen we in de Nederlandse Opera meteen een staaltje van de orkestrale kracht die het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Paolo Carignani tentoon spreidde. Carignani maakte duidelijk dat deze ouverture een knappe synthese biedt van de belangrijkste momenten uit het stuk waarbij de solo-instrumenten (cello, Engelse hoorn, fluit) prachtig ingezet werden. Meteen was duidelijk dat elke laag van de opera zijn belang zou krijgen: het lokale coloriet, het liefdesverhaal, het strijdvaardige. Doorheen de hele voorstelling bleef het engagement en de emotionele overtuigingskracht van het orkest onaangetast. Een schitterende prestatie.

 

Het gegeven van de vrijheidsstrijd was in de eerste helft van de negentiende eeuw een vaak gebruikt thema in opera en theater. Rossini baseert zijn opera op Schillers toneelstuk. De vrijheidsstrijd is verweven met de liefde van Arnold op de Habsburgse prinses Mathilde, een liefde die dus in strijd is met de revolutionaire beweging en de opera een romantische spanning geeft. Georg Tsypin ontwierp een voor hem typisch decor. Je zou kunnen zeggen dat hij met enkele pennenstreken de bergstreek van het Zwitserse kanton evoceert met sober gestileerde brokken rots en een “moderne” hangbrug (die ook aan een scheepsromp doet denken) over de hele scène tegen de grijs-blauwe lucht. Ook de houten woningen van het landelijke bergdorp zijn enkel geraamten. Als apart effect zien we een in spiegelbeeld staand weiland met schapen of een hert als evocatie van het meer. Een decor dat spreekt zonder te vervallen in anekdotiek. Het biedt de mogelijkheid de vele nevengebeurtenissen van het stuk zonder al te veel decorwisselingen of verwarring uit te beelden zoals de redding van Leuthold over het meer door Tell, de ontmoeting tussen Arnold en Mathilde in het tweede bedrijf, de dood van Melchtal (vader van Arnold), het brutale optreden van Gesler en zijn soldaten tijdens het feest in het derde bedrijf, en natuurlijk ook het schieten van de appel door Tell van het hoofd van zijn zoon Jemmy. Eigen aan Audi speelt ook het licht (en af en toe lichtbalken in het decor) een belangrijke rol om het geheel een symboolgehalte te geven. Het obligate ballet dat Rossini moest invoegen in het derde bedrijf is allesbehalve een divertissement, maar het crescendo-aspect van Rossini’s muziek is integendeel geënsceneerd als een accentuering van de haat en vernederingszucht van de Habsburgse overheerser tegenover de eenvoudige landelijke bevolking van de Zwitserse kantons. De bezetters zijn gekleed in zwarte lange jassen over lederen broek, een kostuum dat angstaanjagend aan fascistische terreur doet denken. De helm van Gesler loopt uit op een ooglap, wat hem machtsallures van Wotan geeft. (Niet zo verwonderlijk als men weet dat Audi momenteel zijn Ringcylcus herneemt in de Nederlandse Opera.) De scène drijft bijtend de spanning op naar de beruchte scène van de appel, waar ook de lichtbalk zorgt voor een handige oplossing. Het verhaal wordt met abstracte middelen getoond, die daarom niet minder aangrijpend zijn.

 

Dat aangrijpende is ook te danken aan de uitstekende vertolkers die zowel goede zangers als gedreven acteurs zijn. De virtuoze stijl van Rossini mag in deze opera dan al omgebogen zijn ten voordele van de dramatische ontwikkeling, toch vraagt de opera topvertolkers die de veeleisende vocale vereisten aankunnen. Die hoge vocale vereisten zijn zeker een van de redenen dat de zowat vier uur durende opera niet vaak wordt opgevoerd. De hoge partij van Arnold bij voorbeeld, die Rossini voor een sterzanger schreef (Adolphe Nourrit). John Osborn beloofde enige garantie want hij zong de partij ook al met de Accademia di Santa Cecilia onder Pappano en op cd. Hij zong zijn rol met heldere lichte tenorstem en had geen moeite met de duizelingwekkende hoge noten. Zijn verliefdheid was absoluut geloofwaardig, net als zijn vertwijfeling door het maatschappelijke dilemma waar hij in zit. Zijn geliefde Mathilde (Marina Rebeka) is een ervaren Rossini-sopraan en dat was er aan te horen. Ze zong met vloeiende lyrische lijnen en dramatische kracht. De Italiaanse bariton Nicola Alaimo zong met vaste en warme stem een autoritaire en toch charismatische Guillaume Tell. Christian Van Horn was een beangstigende slechterik als Gesler. Ook de kleinere partijen werden mooi bezet, zoals Eugénie Warnier als Jemmy en Helena Rasker als Tells vrouw Hedwige. Voeg daarbij een indrukwekkend koor en de voorstelling kan als een belevenis getypeerd worden. Ze kreeg van de volle zaal in Amsterdam dan ook terecht een overdonderend applaus.