Il Turco in Italia… in Spagna. Regisseur Christoph Loy maakt van de zoekende schrijver uit Rossini's komische belcanto-topwerk de spil van de intrige, maar kwam voor het overige weinig spitsvondig uit de hoek. Wel kreeg het publiek een mannelijk kwartet te horen dat nauwelijks kon verbeterd worden…

Il Turco in Italia is zeker de meest spitsvondige opera buffa van Rossini. Een kans om te zien wat regisseur Christoph Loy van dat komische belcanto-topwerk maakt, laten we dan ook niet liggen en het past toevallig in onze trip naar Barcelona. Het Gran Teatre del Liceu heeft bovendien in de operawereld een goede reputatie en talrijke dvd-opnamen worden in dat operahuis gemaakt.

 

Het geestige van het stuk is dat Rossini zijn opera opvat als een stuk in het stuk. De centrale figuur is Prosdocimo: een schrijver die een onderwerp zoekt voor een opera buffa. Tot zijn verbazing en groot geluk stranden een groep zigeuners op het strand van Napels met de ongelukkige Zaida, die verlaten is door haar geliefde, de Turk Selim. De “poeta” vindt daarin zijn onderwerp en laat het vervolg van het verhaal bepalen door de verliefdheden en ontmoetingen die volgen. De Turk wordt immers onmiddellijk verliefd op Fiorilla, de frivole echtgenote van Geronio die haar oudere man ook al bedriegt met de jonge minnaar Narciso. Als Selim uiteindelijk Fiorilla wil ontvoeren, tovert de poeta een gemaskerd bal als oplossing voor de rivalen uit zijn hoed. Geronio vindt zijn echtgenote tussen de vele als Fiorilla verklede vrouwen, en de twee verzoenen zich. Ook Zaida en Selim vinden elkaar terug, en vertrekken samen naar Turkije.

 

Setting

 

De setting van het stuk is heel eenvoudig. De vreemdelingen komen aan in een piepkleine, volgestouwde caravan. Er blijven maar zigeuners uit dat bakje komen, wat al meteen voor een grappige start zorgt. De rest van de locatie is eigenlijk weinig geïnspireerd en weinig kleurrijk. De woning van Fiorilla en Geronio wordt gesuggereerd met schuifwanden die een bar of een keuken laten verschijnen, of een lange hanger met een hele reeks kleren die naar beneden komt.

 

Hoe weinig er ook op de scène aanwezig is, het is toch genoeg om de poeta zich steeds te laten aan stoten zodat de arme man tegen het einde aan armen, benen en hoofd gehavend is. Loy geeft hem terecht de touwtjes van het stuk in handen. Hij speelt de essentie van theater: wat er gebeurt, is uitgevonden, pure fictie.

 

Summum

 

Pietro Spagnoli speelde de rol met veel verve en voelde zich duidelijk gewichtig als auteur van de hele intrige. Blijkbaar heeft Loy zich vooral op de poeta geconcentreerd, want voor de andere scènes was er weinig verrassends of origineels gevonden. Dat geldt zowel voor bij voorbeeld de confrontatie tussen Selim en Geronio, waarin Selim voorstelt zijn vrouw te kopen, als voor de balscène, die soms in de verwarring heel grappig kan zijn. Narciso kwam wel goed uit de verf, maar dat schrijf ik vooral op rekening van tenor David Alegret. Als een ietwat nozemachtige alternatieveling kwam hij heel verleidelijk uit de hoek en hij zong bovendien met een feilloze hoge kopstem, typisch voor deze partij. Renato Girolami was een goed gecaste Don Geronio. Zonder overdrijven zong hij de verontwaardigde maar steeds liefhebbende echtgenoot. Zijn vocale prestatie liet niets te wensen over. Summum van de bezetting was Ildebrando D’Arcangelo als Selim, zowat de beste bas die je momenteel voor dit repertoire kan vinden. Hij heeft natuurlijk zijn figuur mee om de verleidelijke macho te spelen, en zowel zijn acteerstijl als zijn indrukwekkende vocale kunst maken van hem een onweerstaanbare Selim. Dat maakt dat we in deze Turco in Italia ongeveer een mannelijk kwartet te horen kregen dat nauwelijks kon verbeterd worden.

 

Ik was ook benieuwd naar Nino Machaidze (Fiorilla), die we in 2009 meemaakten als een goede Lucia di Lammermoor in de Munt (Koninklijk Circus) en in maart dit jaar in Bozar gehoord hebben als Juliette in Gounods Roméo et Juliette – wat ik toen “geen rol voor haar stemtype” vond. Ook als Fiorilla is ze niet ideaal en haar stem blijft een scherpe toon hebben. Ze heeft zeker de vocale kracht en zelfs de souplesse voor de coloratuur-vereisten, maar haar harde timbre maken er allesbehalve een aangename stem van. Ze genoot van haar rol als wispelturige vrouw die de mannen rond haar vinger draait. Een detail hierbij was dat ze duidelijk zwanger was. In de loop van de voorstelling werd dit niet echt uitgespeeld – al kon je in een stuk als dit de vraag stellen of er duidelijkheid was over de vader van het kind – maar bij het happy-end liet Geronio toch niet na teder over het zwangere buikje van zijn (teruggewonnen?) vrouw te aaien.

 

De Spaanse dirigent Victor Pablo Pérez leidde het Orquestra Simfònica i Cor del Gran Teatre del Liceu gedreven, maar toch iets te weinig Rossiniaans in de details en finesse. Slotsom: deze Il Turco in Italië is een genietbare voorstelling, maar geen hoogvlieger.