Het mooiste van de avond is zeker de muziek van Pascal Dusapin, het verbluffendste de prestatie van de zangers. De regie is sober maar efficiënt en mooi geënt op de emotie (haat, woede, radeloosheid, een zelden keer tederheid). Het decor is somber en dreigend, niet spectaculair. Het krijgt nuance en kleur van de – op één keer na – stemmingsvolle videofragmenten. Dit is in een notendop hoe ik Penthesilea van Pascal Dusapin ervaren heb. 

Het mooiste van de avond is zeker de muziek van Pascal Dusapin, het verbluffendste de prestatie van de zangers. De regie is sober maar efficiënt en mooi geënt op de emotie (haat, woede, radeloosheid, een zelden keer tederheid). Het decor is somber en dreigend, niet spectaculair. Het krijgt nuance en kleur van de – op één keer na – stemmingsvolle videofragmenten. Dit is in een notendop hoe ik Penthesilea van Pascal Dusapin ervaren heb.

Het onderwerp van Penthesilea is simpel en krachtig: de strijd tussen man en vrouw die zelfs in de liefde niet tot verzoening komt. Penthesilea is gebaseerd op het toneelstuk van Heinrich von Kleist, de Duitse auteur die leefde tijdens de eeuwwisseling van de 18de naar de 19de eeuw en dus net aan het begin van de romantiek staat. Hij had een wankele persoonlijkheid en pleegde zelfmoord toen hij 34 jaar oud was. Operaliefhebbers kennen hem misschien van de opera Der Prinz von Homburg van Hans Werner Henze een van de meesterwerken van het 20ste eeuwse repertoire. Muziek-en literatuurliefhebbers hebben Heinrich von Kleist ontmoet in De pianostemmer, het boek van Pascal Mercier waarin de droom van het hoofdpersonage Frédéric Delacroix een opera te componeren op Kleists Michael Kohlhaas fataal afloopt. Pascal Dusapin is reeds op het einde van de jaren 70 op het idee van Penthesilea gebracht door Harry Halbreich, de Belgische musicoloog die we nooit genoeg kunnen waarderen voor zijn erudiete kennis en tegelijk aangename persoonlijkheid. (H. Halbreich schreef trouwens een interessante bijdrage in het programmaboek van de Munt: Het gruwelijke menselijker maken.) Dusapin schrok van de “wreedheid” en de “monsterlijke tekst” maar beet er zich gefascineerd in vast. De muziek die we horen, is duidelijk het resultaat van een kunstenaar die zich totaal verdiept heeft in zijn onderwerp en er elke vezel van in klank omzet. Dusapin schuwt geen effect, maar elk effect heeft zijn betekenis en Franck Ollu haalt ze perfect uit zijn geëngageerde muzikanten. Het bijna sprookjesachtige zachte motief in de harp aan het begin wordt brutaal weggeblazen door schetterende trombones: de liefde die koestert voor de vijand Achilles leidt tot een wreedheid, die wij nauwelijks kunnen vatten. Het gebruik van de citer als vaak herhaald leidmotief dompelt de toeschouwer in een sfeer van geheimzinnige mythologie, een soort folklore die tot een archaïsch verleden behoort. Het slagwerk is bijtend hard in de confrontaties tussen Penthesilea en Achilles of tussen Achilles en Odysseus. Eén keer is er de prachtige warme klank van de basklarinet bij de toenadering tussen Penthesilea en Achilles, je verwacht bijna een moment van tederheid, tot regie en muziek brutale seks suggereert. Het is de centrale passage in het stuk, de inleiding ernaartoe was lang maar vanaf dan groeit de spanning: Penthesilea moet leven naar de wet van haar volk die bepaalt dat ze Achilles pas mag beminnen als hij overwonnen is.

Natascha Petrinsky vereenzelvigt zich totaal met het personage van de Amazonenkoningin. Vocaal is haar partij moordend met ijzingwekkende registerwisselingen, die ze op een zodanige manier beheerst dat ze haar harde karakter profiel geven. Met haar lange lederen handschoenen en sluik zwart haar, ziet ze er verwilderd uit en zo laat Audi haar ook over de scène bewegen, vaak kruipen – kruipen wordt misschien wat te veel gedaan in de opera, ook door de andere personages. Verder is de personenregie van Pierre Audi getypeerd door subtiele details. Zo is Protoe, de vriendin-Amazone van Penthesilea duidelijk als een zachter personage getekend, in houding en mimiek, zoals ze bezorgd en vreedzaam waakt, een prachtige vertolking van Marisol Montalvo. Ook Georg Nigl – die nog onlangs Jakob Lenz vertolkte – bevestigt hier zijn aanvoelen van hedendaagse partijen en zijn kunst die vocaal aan te kunnen. Ook Werner Van Mechelen voegt met Odysseus op een boeiende manier een bijzonder personage aan zijn repertoire toe.

Het decor van Berlinde De Bruyckere evoceert de sombere sfeer van dood en vernieling en van de haat tussen de personages. Het is vooral donker en zwart, met rechts vooraan een rots als een miniem toevluchtsoord. Het akelige van gestapelde of hangende lappen huid is door de afstand naar de scène minder weerzinwekkend dan op de tentoonstelling in het SMAK. De videofragmenten zijn mooi geïntegreerd en geven vaak een poëtisch aspect aan de wreedheid en de strijd op één keer na, waar de bloederige slachthuisscène een storende overbodige scène is.

Tot slot moeten we zeker de prachtige rol van het koor aanhalen, dat Dusapin passend bij de bewerking van een oud-Grieks gegeven de authentieke rol gegeven heeft van commentaar en profetie. De tussenkomsten zijn parallel geënt op de instrumentale muziek. Dusapin stelt in het interview in het Muntmagazine (nr 28, maart-april 2015): “Al mijn muziek ontplooit zich in een groot vocaal continuüm. Voor mij is alles zang”. Solisten maar ook het koor en orkest van de Munt bieden ons daar een perfecte illustratie van in hun vertolking van deze “resoluut moderne en van geweld doordrongen partituur.” (citaat magazine id.)