De nieuwe productie van Wagners Parsifal in de Nederlandse Opera had verschillende troeven die de trip naar Amsterdam aantrekkelijk maakten. Regisseur Pierre Audi bedenkt meestal een originele en vooral werkgetrouwe enscenering.

De nieuwe productie van Wagners Parsifal in de Nederlandse Opera had verschillende troeven die de trip naar Amsterdam aantrekkelijk maakten. Regisseur Pierre Audi bedenkt meestal een originele en vooral werkgetrouwe enscenering. Ivan Fischer is een dirigent die me nog nooit ontgoocheld heeft, het Concertgebouworkest staat garant voor een sublieme uitvoering van de orkestpartituur en de cast was veelbelovend. Het stemt gelukkig als de verwachtingen dan ook ingelost blijken.

Zelfs zonder regie zou de voorstelling met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Ivan Fischer al de moeite waard geweest zijn. Onder de grote dirigenten van het moment is Fischer beslist degene die het minst overbodige fysieke energie verbruikt. Zijn gebaren zijn bescheiden, als de man zelf, hij springt niet in het rond maar rustig en beheerst houdt hij het hele orkest onder controle, als het kan liever met een vinger dan met een arm. Geen detail in de muziek ontgaat hem, de solo’s geeft hij precies en duidelijk aan voor elk instrument. Ondertussen verliest hij de zanger nooit uit het oog en helpt hen bij hun inzet en bij de lang uitgesponnen lijnen. Onbeschrijflijk hoe Fischer deze grandioze Wagnerpartituur op eenvoudige manier zo weelderig tot klinken brengt. Van bij de uiterst zachte inzet van ouverture zorgt hij dat een huivering door de luisteraar heen gaat, die de toon zet voor de hele opera. Het is begrijpelijk dat met zo’n orkestrale aanpak de regisseur het zich veroorlooft de Verwandlungsmusik met gesloten doek te laten spelen, zonder enig scènebeeld. De muziek zegt genoeg.

Pierre Audi zorgt ervoor dat in zijn regie de vertrouwde symboolmomenten van de opera herkenbaar zijn en meestal betekenisvol tot hun recht komen. Het decor van Anish Kapoor is dan ook in die lijn opgevat. Het graalsdomein in het eerste bedrijf is een rotsige omgeving. De houten stelling waarlangs Amfortas omhoog moet klimmen is een van de minder geslaagde details, maar de confrontaties tussen zowel Parsifal en Kundry als Parsifal en Klingsor zijn goed getypeerd en de serene slotscène met Kundry is aangrijpend. Het spiegeleffect door de grote glanzende cirkel in het tweede bedrijf maakt van de tovertuin van Klingsor een feeërieke maar tegelijk misleidende plek waar de bloemenmeisjes zich pas na een metamorfose van hekswezens tot bloemen ontpoppen. De speer die Klingsor Parsifal toewerpt breekt in deze regie simpelweg in stukken, die Parsifal kan oprapen. De cirkelvorm beheerst ook het derde bedrijf en geeft er een serene en gewijde sfeer aan waarin de symboolhandelingen van de eerste scène (de voetwassing door Kundry en de zalving door Gurnemanz) als van de tweede (de Verlossing) scenisch sterk tot hun recht komen.

Christopher Ventris is vocaal nog steeds een zeer goede Parsifalvertolker en hij werd hier als een echte ‘reine Tor’ voorgesteld in zijn wat boers, lomp kostuum. Falk Struckmann gaf de partij van Gurnemanz mooi gestalte en had enkel last bij de hoogste noten. Met de pauze werd hij dan ook als verkouden aangekondigd. Petra Lang was een fantastische Kundry en zong en speelde de rol met intense inleving. Dat ze als mezzo op de snee van sopraan zit, gaf de rol nog meer dramatisch effect. De scènes met haar waren dan ook hoogtepunten in de voorstelling. Mikhail Petrenko  zong de dubbele rol van Titurel en Klingsor en maakte vooral als Klingsor indruk met zijn diepe bezwerende basstem.