Het lijkt alsof men nog volop bezig is met de voorbereidingen, waaronder de opbouw van het decor, maar het orkest links op het podium, zit klaar. Komt dirigent Bart Van Reyn, met rijlaarzen aan en een schapenvel over zijn schouder, te vroeg? We applaudisseren alvast, we kunnen moeilijk anders.

Het lijkt alsof men nog volop bezig is met de voorbereidingen, waaronder de opbouw van het decor, maar het orkest links op het podium, zit klaar. Komt dirigent Bart Van Reyn, met rijlaarzen aan en een schapenvel over zijn schouder, te vroeg? We applaudisseren alvast, we kunnen moeilijk anders.

De Ouverture klinkt terwijl men rechts op het podium een reuzenkubus met op één van de zijkanten vertikaal ‘Fragile’ , naar de juiste plaats rolt. De zwartgeklede figuren die hier druk mee bezig zijn, ertussen loopt iemand in een kilt en jawel, ook een schapenvacht om, plaatsen zich uiteindelijk vooraan het podium, met gebogen hoofd. Dit is het koor, een opvallender en tegelijk soberder presentatie kan haast niet. Het Octopus Kamerkoor is aanwezig! Bovenop de krat staat de god van de liefde, Amor.

Na de eerste zang haasten de koorleden zich om de zijkanten te verwijderen die dienst zullen doen als achtergronddecor. In de kubus staat een groot bed gedekt met een gouden donsdeken en dito kussen. Strakke houten constructies worden uitgehaald en buiten de kubus geplaatst. Ze zullen dienst doen als een kast, een bad en een deur. Heerlijk hoe men met eenvoudige materialen, zoals bvb. tule voor badschuim, de juiste ruimte en sfeer weet te creëren.

Zeer origineel, zeer knap, zeer verfrissend! En humor is nooit ver weg.

Orfeo als middelpunt

Leidt het de aandacht van de muziek af? Nee! Zelden heb ik zo'n samenspel en samenhorigheid gezien tussen orkest en scène.

Rainieri de' Calzabigi schreef het libretto 'Orfeo ed Euridice' voor een nieuw soort opera en het werd in opdracht van Graaf Durazzo door de hofcomponist Christoph Willibald Gluck in 1762 op muziek gezet. Hij bleek de juiste keuze te zijn. Gluck componeerde rijke muziek zonder overbodige versieringen en bereikte een diepgang die paste bij het libretto. Elke noot draait om Orfeo, ook de noten die hij niét schreef. Het werkt nog steeds. Geen gekuch of geschuifel was te horen. Het publiek volgt ademloos.

Le Concert D'Anvers, met authentieke instrumenten uit de tijd van Gluck, weet te beroeren. De gemeenplaats "de dirigent bespeelt het orkest" kwam in mij op, Bart Van Reyn is één met de ploeg, vergeef me de benaming, en één met elke speler apart. De sfeer zit goed, er is contact, dat is duidelijk.

Tamara Gura als Orfeo brengt met haar mooie mezzo zonder pathos en dus overtuigend een bedroefde maar vastbesloten Orfeo. Euridice wordt eveneens sober maar intens doch nooit scherp, weergegeven door de sopraan Liesbeth Devos. Een gemakkelijk karakter heeft Euridice niet!

De god Amor wordt door de mezzo Clare Wilkinson met de nodige kwinkslagen in de actie, onvermoeibaar gezongen. Zij heeft de andere personages als poppen aan een draad hangen, maar de liefde triomfeert. De minnaar Thomas Vanthuycom, de enige man in het hele spel, zwijgt maar geeft zout aan het hele gebeuren. Zijn dans echter op het einde vond ik minder geslaagd: een mengeling van een rondspringende hofnar en Michaël Jackson. Mijn compagnon daarentegen, met 10 jaar ervaring in theaterdans, vond het geweldig goed. Smaken en visies verschillen, gelukkig maar.

Patroon

Deze opera van Orfeo ed Euridice legt de nadruk op de relatie tussen de geliefden. Een relatie die vragen oproept. Verrassend modern dus want de opera werd geschreven in de 18de eeuw. We zijn, terwijl alles zich centreert rond deze twee, getuige van een spel dat Amor speelt met de minnaar, soms warm uitnodigend, soms genadeloos afwijzend. Twijfel, jaloezie bestaan naast liefde en het gevoel van verbondenheid. Ditzelfde patroon vinden we terug bij Orfeo en Euridice in hun  terugweg naar het rijk der levenden. Euridice is boos en wordt uiteindelijk wanhopig omdat Orfeo haar niet aankijkt en daar geen reden voor geeft. Het vertrouwen van haar kant is zoek. Orfeo voelt zich machteloos en geeft uiteindelijk toe, waarna hij haar definitief verliest. De hoop slaat al te gemakkelijk over in teleurstelling. In tegenstelling tot het klassieke verhaal, strijkt Amor zich over het hart: Euridice mag uiteindelijk toch met Orfeo het dodenrijk verlaten. De kubus wordt gesloten. De eindakkoorden klinken.

Het stevige applaus vanuit de zaal, zonder ophouden, wordt een staande ovatie die volledig maar dan ook volledig verdiend is. Bravo!