De Scala van Milaan zette zijn viering van het Verdi-jaar, geopend met  nieuwe producties van “Falstaff” en “Nabucco”,  voort met opnieuw twee nieuwe ensceneringen namelijk van “Macbeth” en “Oberto conte di San Bonifacio”.

De Scala van Milaan zette zijn viering van het Verdi-jaar, geopend met  nieuwe producties van “Falstaff” en “Nabucco”,  voort met opnieuw twee nieuwe ensceneringen namelijk van “Macbeth” en “Oberto conte di San Bonifacio”.

Dit keer geen coproducties met o.m. het Royal Opera House Covent Garden maar volledig eigen realisaties die, in het geval van “Oberto”, niet Italiaanser kon zijn met een dirigent, een regisseur en een zangersbezetting van eigen bodem.

Oberto Conte di San Bonifacio

“Oberto” gecreëerd in de Scala van Milaan in 1839 is Verdi’s eerste bekende opera. Het werk is duidelijk nog schatplichtig aan Bellini en Rossini maar laat toch reeds  de muzikale dramatiek vermoeden die Verdi’s latere werken zou kenmerken. Niet alleen daarom verdient deze opera een plaats in deze Verdi-herdenking alhoewel  “Oberto” wel nooit tot het repertoire zal behoren. Het libretto van Temistocle Solera vertelt hoe Leonora, de dochter van Oberto het huwelijk van Cuniza met Riccardo, die haar destijds trouw zweerde, wil verhinderen. Ze krijgt hulp van haar vader die de eer van zijn dochter wil verdedigen. Maar Riccardo zal Oberto doden in een tweegevecht en wegvluchten. De wanhopige Leonora blijft achter. Verdi voorzag dit verhaal van enkele gevoelvolle aria’s, dramatische duetten en belangrijke koortussenkomsten. Dirigent Riccardo Frizza gaf die de nodige ondersteuning en wist de hele tijd het juiste theatrale ritme van de opvoering te behouden. De jonge Verdi klonk nooit goedkoop en het prima Scala-orkest volgde Frizza in een uitvoering met mooie kleuren en soepele fraseringen.

Alhoewel hij zich als ziek liet verontschuldigen zette Fabio Sartori een vocaal uitstekende Riccardo neer met een stralende edelmetalen tenor en zangcultuur. Jammer dat hij scenisch zo weinig overtuigend was.  Dat kan niet gezegd worden van Michele Pertusi, grand seigneur onder de bassen met grote scenische présence en een stem die opnieuw glans en kracht uitstraalt (n.v.d.r. luister even naar deze niet perfecte opname uit 1993, Pertusi was toen amper 28 http://www.youtube.com/watch?v=hNTk3tlKpkQ). Maria Agresta gaf Leonora een volle sopraan die eerst wat moest opwarmen maar de dramatiek van het personage kon vertolken. Cuniza, Riccardo’s bruid, vond in Sonia Ganassi een scenisch geëngageerde maar vocaal wat bleke vertolkster. De koren geleid door Bruno Casoni klonken voortreffelijk.

Het libretto situeert het verhaal van “Oberto” in 1228. Regisseur Mario Martone verplaatste het naar vandaag. Geen vijandige adellijke families op het toneel maar maffia –clans die revolvers en kalachnikovs hanteren in plaats van zwaarden. Geen middeleeuws kasteel maar een protserige villa met grote trap (die de arme Cuniza op hoge hakken voortdurend op en af moet gaan!) geflankeerd door een verwaarloosde tuin waarin auto’s kunnen voorrijden (decor Sergio Tramonti). Leonora, duidelijk zwanger in een nauw aansluitende en diep uitgesneden jurk kan moeilijk in de wanhopige jonge vrouw doen geloven die het klooster als enige uitweg ziet. Geen zwaard voor Oberto maar een mes om het duel met de zwaar bewapende Riccardo te winnen. Eens te meer een “actualisering” die een aantal ongerijmdheden meebrengt. Maar het “drama” blijft behouden en de muziek doet de rest.

Macbeth

Lag het aan het zware decor van “Oberto” met de afwisselend in de coulissen verdwijnende villa en tuin? Voor de opvoering van “Macbeth” de volgende dag , waarin blijkbaar ook bewegende decors voorzien waren, liet de scène-techniek van de Scala het afweten. Dus werd uiteindelijk besloten de opera concertant uit te voeren. Hevig protest van het overwegend jonge publiek (het was een opvoering bedoeld voor de -30jarigen) dat gepaaid werd met de belofte dat de tickets terugbetaald zouden worden. Uiteindelijk verlieten slechts weinigen de zaal en kon men volop van Verdi’s schitterende partituur genieten. De enscenering van Giorgio Barberio Corsetti kon immers geen negatieve reacties uitlokken, wat blijkbaar bij een vorige opvoering wel gebeurd was. Onder leiding van Pier Giorgio Morandi kon Macbeths drama zich muzikaal ten volle ontplooien dank zij het prima spelend Scala-orkest en de uitstekende koren. Die zaten de hele tijd op stoelen in het midden van het toneel in de (hedendaagse) kostuums voorzien (denk ik) voor het bankettoneel . De solisten kwamen  en gingen : Lady Macbeth in een lange fluwelen mantel, Macbeth in smoking, Banco in zijden hemd en zware schoenen. Maar ze wisten een dramatische spanning op te bouwen en bezorgden ons uiteindelijk toch een boeiende uitvoering. Die werd gedomineerd door de bijzonder expressieve en vocaal sterke vertolking van Tatiana Serjan als Lady Macbeth met slanke maar krachtige sopraan. Vitaliy Bilyy zette een vocaal gave en mooi genuanceerde Macbeth neer met warme, homogene bariton. Stefan Kocan was een  sonore Banco met veel présence en Wookyung Kim een Italiaans klinkende Macduff. De kleinere partijen waren degelijk bezet. Maar uiteindelijk kom je niet naar de Scala van Milaan om in het Verdi-jaar een concertante “Macbeth” te horen!