Om het operaseizoen 2013-14 te openen koos het Teatro di San Carlo van Napels (sinds 1737 terugblikkend op een indrukwekkende geschiedenis) voor “Aida” van Verdi. Een hulde aan de grote componist naar aanleiding van zijn tweehonderdste verjaardag en een herdenking van het feit dat Verdi in maart 1873 zelf naar Napels gekomen was om de enscenering van deze opera op zich te nemen. 

Om het operaseizoen 2013-14 te openen koos het Teatro di San Carlo van Napels (sinds 1737 terugblikkend op een indrukwekkende geschiedenis) voor “Aida” van Verdi. Een hulde aan de grote componist naar aanleiding van zijn tweehonderdste verjaardag en een herdenking van het feit dat Verdi in maart 1873 zelf naar Napels gekomen was om de enscenering van deze opera op zich te nemen. 

Dit keer was de enscenering toevertrouwd aan Franco Dragone,  geboren in Cairano, een dorpje op zo’n honderd kilometer van Napels, maar op vijfjarige leeftijd met zijn ouders naar België geëmigreerd en nu internationaal gevierd voor zijn adembenemende spektakels die hij zowel in Las Vegas als in Macao of Abu Dhabi presenteerde en binnenkort ook in Brazilië en China.

Het realiseren van een  project van de Franco Dragone Entertainment Group is uiteraard iets anders dan werken in een operatheater met zangers die misschien niet de meest soepele acteurs zijn, koren die over het toneel moeten bewegen, syndicale eisen, een budget dat eerder beperkt is en een techniek die niet altijd feilloos werkt. De opvoering die ik bijwoonde, startte met ongeveer een uur vertraging wegens een  probleem met de belichting!

Belachelijk en pijnlijk

Maar Franco Dragone nam de uitdaging aan met de bedoeling “een  uitgepuurde en tijdloze “Aida” te brengen, zonder weelderige decors en versieringen, die een andere blik brengt op de wereld van vandaag. Vertrekkend van de schaduw wil ik een signaal van licht en hoop brengen”. Een mooi programma dat jammer genoeg niet in de scenische realisatie terug te vinden was (decor Benito Leonori, kostuums Giusi Giustino, licht Michel Beaulieu, video Olivier Simola). We werden geconfronteerd met een nagenoeg leeg toneel waarboven enkele zuilen zweefden, een omgekeerde beeldengroep en een grote zonneschijf, het geheel omgeven door dichte rijen touwen die gemanipuleerd werden door anonieme wezens die de hele tijd over het toneel kropen. Dat waren Dragone-acrobaten die slaven en andere onderdrukten van het machtssysteem moesten voorstellen. Zij traden ook even op in het ballet van het triomftoneel en waren in hun korte tussenkomst veel overtuigender dan de dansers van het balletcorps van de San Carlo die in tutu en collant evolueerden  in een nietszeggende klassieke choreografie. Ik weet niet wat Dragones bedoeling van deze ingreep was maar het resultaat was in ieder geval belachelijk en pijnlijk.

Uitstekend orkest

Zo virtuoos Dragone is in zijn grote spektakels, zo amateuristisch blijkt hij in zijn eerste opera-enscenering die ieder dramatisch elan miste. De tonelen volgden elkaar vlot en zonder problemen op maar geen enkel  kon beklijven tenzij wanneer een van de zangers voor een dramatisch moment wist te zorgen. De koren, in vormloze, enigszins oosters aandoende kostuums, werden als een uniforme massa behandeld, toneel op, toneel af en stonden gedurende het triomftoneel als één blok vooraan op de scène. De  personenregie was niet overtuigender en de personages kwamen pas echt tot leven in de individuele vertolkingen van de zangers, ondersteund door de energieke muzikale leiding van Nicola Luisotti aan het hoofd van het uitstekende orkest van de San Carlo. Samen deden ze Verdi alle eer aan met een uitvoering vol kleur en dramatische kracht, met subtiele nuances en ontroerende momenten.

Vooral muzikale hulde

Ik denk in de eerste plaats aan de zinderende Amneris, vol autoriteit van Ekaterina Semenchuk die, niettegenstaande haar witte haren en onmogelijke kostuums, een indrukwekkende verliefde en jaloerse koninklijke prinses op de planken zette met een homogene, expressieve mezzo-sopraan. Lucrezia Garcia leende aan Aida een soepele, heldere sopraan. Jorge De Leon (ook in een weinig flatterend kostuums gestoken) was een weinig temperamentvolle Radames maar liet een tenorstem met mooi metaal horen. Marco Vratogna was een vrij ruige Amonasro, Ferruccio Furlanetto een waardige, sonore Ramfis, Carlo Cigni een koning zonder allure en Massimiliano Chiaroll een bode die meer weg had  van een profeet. De koren zongen schitterend. Verdi werd dus vooral muzikaal hulde gebracht!