Alleen al bij het lezen van de synopsis krijgt een mens koude rillingen. Medée, opera van Luigi Cherubini (1760-1842) – een verhaal dat teruggaat tot Euripides en via Seneca en Corneille is overgeleverd – is nog steeds brandend actueel. Een tot waanzin gedreven vrouw die (in de voorgeschiedenis van de opera) haar broer heeft vemoord om een heldendaad van haar man mogelijk te maken, zal ook haar twee kinderen en de nieuwe bruid van haar echtgenoot doden. De wraak neemt dus de overhand op de moederliefde. Onwaarschijnlijk? 

Alleen al bij het lezen van de synopsis krijgt een mens koude rillingen. Medée, opera van Luigi Cherubini (1760-1842) – een verhaal dat teruggaat tot Euripides en via Seneca en Corneille is overgeleverd – is nog steeds brandend actueel. Een tot waanzin gedreven vrouw die (in de voorgeschiedenis van de opera) haar broer heeft vemoord om een heldendaad van haar man mogelijk te maken, zal ook haar twee kinderen en de nieuwe bruid van haar echtgenoot doden. De wraak neemt dus de overhand op de moederliefde. Onwaarschijnlijk? Niet zo lang geleden vermoordde een vrouw haar vijf kinderen in onze eigen contreien nog wel… Dit is dus een universele ‘plot’ die de tand des tijds doorstaat.

Kort samengevat: Jason wil een nieuw leven beginnen met de jonge prinses Dircé. Maar Médée, in de steek gelaten door Jason die ook hun kinderen meenam, zint op wraak. Ze komt naar Corinthe om haar huwelijk te redden. Na wat lijkt op een ultieme vrijpartij, een innige omhelzing alvast, wordt ze door Jason toch afgewezen. Daardoor verliest Medée haar laatste restje zelfvertrouwen en wreekt zich op de allerwreedste manier: ze doodt haar rivale Dircé maar ook haar eigen kinderen.

Meer details komen tijdens de uitvoering aan het licht, maar de essentiële vraag blijft: slagen dirigent Christophe Rousset en regisseur Krzysztof Warlikowski erin een en ander geloofwaardig, ontroerend, ja zelfs aanvaardbaar op het publiek over te brengen?

Beide heren zijn niet aan hun proefstuk toe want het betreft een herwerkte versie van de productie uit 2008.

Pakweg twintig minuten voor het begin van de vertoning, worden beelden uit wat blijkt een familiealbum te zijn op een bruin canvas geprojecteerd met populaire muziek uit het gelukkige verleden van een huwelijk. Onder andere: The Man I Love uit Lady Be Good van George Gershwin. Symbolischer kan nauwelijks. Ook de twee kinderen, piekfijn uitgedost voor het (nieuwe) huwelijk van hun vader, lopen een beetje ongeduldig voor het doek heen en weer. Door deze visuele voorgeschiedenis, weten we meteen dat het verhaal zich desnoods nog wel in Corinthe kan afspelen maar dat het wel grotendeels naar onze tijd overgebracht is. Het feest kan beginnen.

Eén ding staat vast: de hele opera lang is bijzonder sterke muziek van Cherubini te horen, die een beetje het midden houdt tussen Mozart en Beethoven en vooral door laatstgenoemde zeer sterk bewonderd werd. De ‘mosterd’ voor Fidelio haalde Beethoven wel degelijk bij Cherubini.

Die muziek houdt enkele zeldzame zwakke momenten overeind en de avond kan eigenlijk al niet meer stuk.

De cast is al even gaaf. Sopraan Nadja Michael is een sterke Medée (die naar het einde toe iets minder zuiver zingt – te wijten aan vermoeidheid, je zou voor minder) en Kurt Streit een grandioze Jason die dan wel de pineut van het verhaal wordt maar zich kranig houdt. Christianne Stotijn is de slaaf van Medée en speelt al bij al een niet zo belangrijke rol. Dircé, de jonge prinses en aanstaande nieuwe bruid van Jason is Hendrickje Van Kerckhove die in het begin wat ‘zwakjes’ overkomt, aarzelend zo u wil, maar ook dit is essentieel in haar rol. Ze is niet klaar voor dit huwelijk, ligt half naakt in het zand en moet door haar dienaressen (Gaëlle Arquez en Anne-Fleur Inizan) nog aangekleed worden. Op voor haar ‘kritieke’ momenten is Dircé wel degelijk te horen – en hoe – maar hoewel zij de aanzet is van het hele verhaal, blijft ze ondergeschikt aan Medée.

Medée verschijnt eerst in een outfit die onmiskenbaar doet denken aan Amy Winehouse. Als twee druppels water lijken beide sterke persoonlijkheden op elkaar. Iets waarmee sommige mannen niet goed overweg kunnen. Die keuze werd gemaakt nog voor het tragisch overlijden van de Britse zangeres. Later, na het passionele afscheid van en definitieve verbanning door Jason stapt Medée ostentatief uit die glimmende outfit, met haarstuk en alles en wordt ze de indringster die ze in feite is op dit (in principe) vreugdevol huwelijksfeest.

De vreugde is van korte duur en vooral zeer hypotetisch. Van koning Créon, vader van Dircé, krijgt Medée – die ook hem nog probeert te verleiden – vierentwintig uur de tijd om afscheid te nemen van haar kinderen en van haar ex-echtgenoot… want intussen voltrekt  zich de huwelijksceremonie. Verscheurd tussen de liefde voor haar man en haar kinderen én haar wraakgevoelens, kiest ze voor het ergste in de ogen van de buitenstaander. Haar rivale vergaat door het vuur (veroorzaakt door de geschenken die via Néris aan de jonge bruid zijn bezorgd) en intussen heeft Medée ook haar kinderen vermoord (waarvan we in een van de laatste scènes alleen de bebloede pyjama’s te zien krijgen).

Een koele kikker is hij of zij die door dit gereactualiseerde drama niet bijna onwel wordt.

Minpunten? De korte pauze tussen eerste en tweede bedrijf met muziek van Neil Sedaka “Oh Carol”. Het publiek is op een verkeerd been gezet en ‘vergeet’ te applaudisseren. Tijdens de langere pauze tussen het tweede en laatste bedrijf klinkt (veel te luid) nogmaals popmuziek, uit een latere periode dan Gershwin, opnieuw begeleid door geprojecteerde beelden uit een idyllisch verleden: spelende kinderen op het strand, de eerste sigaret van een tienerjongen, de eerst blik naar de meisjes op een feest, enz. In theorie aanvaardbaar, want het echte drama in de opera speelt zich slechts af in het derde bedrijf maar… een vloek in de kerk door het al te sterke contrast tussen de muziek van Cherubini en die uit de jaren 1960.  Wie zei ook weer: het moet niet té gek worden. Nog dit: de recitatieven, die in de loop van de geschiedenis bepaalde aria’s zijn gaan vervangen, worden elektronisch versterkt. Een systeem dat doet denken aan de communicatie van wielrenners met hun baas in de volgwagen… Dat doet wat vreemd aan in het begin, maar verhoogt de verstaanbaarheid – het is tenslotte in het Frans en welke Belg verstaat geen mondje Molière, Voltaire of Corneille? En er zijn nog steeds de boventitels in beide landstalen, vaak in een zeer gekunsteld Nederlands, maar dit lijkt dan weer typisch voor opera…